Terwijl veel puristen moeite hebben met een Ferrari zonder verbrandingsmotor, reageerde voormalig Top Gear- en The Grand Tour-presentator James May opvallend nuchter. Hij ziet in de Luce geen heiligschennis, maar een Ferrari die probeert te doen wat Ferrari volgens hem altijd heeft gedaan: een auto bouwen die nadrukkelijk van zijn eigen tijd is.
James May zegt wat Ferrari-fans liever niet horen
In een gesprek met BBC Radio 4 nam May het verrassend rustig op voor de elektrische Ferrari. Hij zei dat hij de Luce interessant vindt, juist omdat Ferrari iets heel eigentijds en moderns heeft neergezet. Volgens May is dat historisch gezien geen breuk met het merk, maar eerder een terugkerend patroon.
Ferrari’s styling was volgens hem vaak sterk verbonden met het moment waarin de auto ontstond. Juist daardoor konden modellen later uitgroeien tot klassiekers. Dat is een interessante gedachte, want de eerste reflex bij veel Ferrari-fans is precies omgekeerd: alles wat te modern, te stil of te elektrisch voelt, zou automatisch minder Ferrari zijn.
May herinnerde zich bovendien een veelzeggend moment van een paar jaar geleden. Tijdens een bezoek aan Ferrari zou een hoge baas hem nog stellig hebben verteld dat het merk niet geïnteresseerd was in het bouwen van een elektrische auto. Toch kwam die elektrische Ferrari er alsnog.
Dat maakt de Luce extra gevoelig. Niet omdat Ferrari plots volledig elektrisch wordt, maar omdat Maranello met deze auto laat zien dat zelfs een merk dat zo sterk op motorbeleving leunt niet eeuwig om de stekker heen kan blijven lopen.
De motor was altijd het heilige deel van Ferrari
Dat de Luce zoveel discussie oproept, is logisch. Bij Ferrari ging het nooit alleen om snelheid op papier. Het ging om motoren, toeren, geluid, trillingen en het gevoel dat er achter je rug of voor je neus iets mechanisch bijzonders gebeurde.
May vatte die oude Ferrari-filosofie scherp samen. Volgens hem zeiden liefhebbers vroeger vaak dat je bij Ferrari eigenlijk de motor kocht en de rest van de auto gratis kreeg. Dat is overdreven, maar het raakt wel de kern van het merk: Ferrari’s reputatie is gebouwd op racehistorie, motoren en het vermogen om uit verbrandingsmotoren iets bijzonders te halen.
Bij een elektrische Ferrari valt juist dat vertrouwde deel weg. Geen V12 die naar de rode lijn klimt, geen mechanische vibraties, geen uitlaatgeluid dat de auto groter laat voelen dan hij is. May vatte die verschuiving daarom nuchter samen: de Luce voelt volgens hem meer als een auto dan als een supercar.
Precies die zin maakt zijn reactie interessant. May verdedigt de Luce niet door te doen alsof een elektrische Ferrari hetzelfde is als een klassieke V12-Ferrari. Hij accepteert juist dat de definitie verandert.
Maar de Luce is bewust geen klassieke supercar
Ferrari heeft met de Luce ook niet geprobeerd om simpelweg een lage tweezits supercar op batterijen te bouwen. De auto is groter, praktischer en minder klassiek in zijn proporties dan veel mensen van een Ferrari verwachten. Volgens de eerste informatie gaat het om een vier- of vijfzits elektrische Ferrari met een prijs van meer dan een half miljoen euro.
Ook technisch is de Luce geen halfslachtige tussenstap. De cijfers die rond de onthulling zijn gedeeld, spreken over vier elektromotoren, een 122 kWh-accupakket en een systeemvermogen tot 772 kW. De sprint naar 100 km/u zou in 2,5 seconden voorbij zijn, terwijl de topsnelheid boven de 310 km/u ligt.
Toch is dat niet het meest interessante aan de auto. Bij een elektrische Ferrari zijn extreme acceleratiecijfers bijna voorspelbaar. Veel belangrijker is dat Ferrari de EV-architectuur gebruikt om een ander soort auto te maken: ruimer, stiller en technisch meer gericht op directe controle per wiel.
Voor het ontwerp werkte Ferrari samen met LoveFrom, het bureau van voormalig Apple-ontwerper Jony Ive en Marc Newson. Ook dat verklaart waarom de Luce zo anders oogt dan veel traditionele Ferrari’s. Dit is geen nostalgisch vormgegeven supercar met een batterijpakket erin, maar een poging om een nieuwe Ferrari-taal te vinden.
Ferrari verandert, maar niet zonder twijfel
Toch is de Luce geen simpele triomftocht richting een volledig elektrische toekomst. Juist dat maakt het verhaal geloofwaardiger. Ferrari zet de stap naar elektrisch, maar houdt tegelijk de deur nadrukkelijk open voor hybrides en verbrandingsmotoren.
De markt voor dure prestatie-EV’s is onzeker. Andere sportwagenmerken zijn voorzichtiger geworden met hun elektrische plannen, en ook Ferrari heeft zijn ambities voor 2030 inmiddels bijgesteld. Waar eerder een veel groter aandeel volledig elektrische modellen werd verwacht, mikt het merk nu op een beperktere rol voor EV’s naast hybrides en auto’s met verbrandingsmotor.
Dat zegt veel. Ferrari wil de Luce gebruiken om te laten zien dat elektrisch rijden ook in Maranello kan passen, maar het merk lijkt zelf ook te beseffen dat zijn klanten niet massaal afscheid willen nemen van cilinders, geluid en mechanische emotie.
Waarom May’s reactie blijft hangen
Daarom is May’s reactie sterker dan de online rel eromheen. Hij doet niet alsof de discussie onzin is. Hij benoemt juist waarom een elektrische Ferrari wringt. Alleen ziet hij in dat ongemak ook iets interessants: misschien wordt Ferrari’s toekomst niet bepaald door het nadoen van het verleden, maar door het vinden van een nieuwe vorm van begeerte.
Voor puristen blijft dat een bittere pil. Een Ferrari zonder motorgeluid zal voor hen nooit hetzelfde zijn. Maar volgens May is dat misschien precies het punt. De Luce hoeft geen elektrische kopie van een V12-Ferrari te zijn.
Het is een ander soort Ferrari: minder afhankelijk van cilinders, geluid en trillingen, en meer van vormgeving, software en directe elektrische controle. Voor de een voelt dat als verlies. Voor May is het vooral bewijs dat Ferrari opnieuw probeert te ontdekken hoe een auto van zijn tijd eruit moet zien.