Achtergrond

Deze Ford verloor zijn achterkant op Le Mans en werd toch 13 miljoen waard

In de wereld van historische racewagens telt een goed verhaal soms zwaarder dan een volle prijzenkast. Dat bewijst een Ford GT40 Mk II die in 1966 op Le Mans allesbehalve een heldenrol speelde. Chassis P/1032 haalde de finish niet, deelde niet in Fords beroemde 1-2-3-finish en verloor onderweg zelfs zijn achterste carrosseriesectie.

Redactie Autobahn
4 minuten
Ford
RM Sotheby’s
Deze Ford verloor zijn achterkant op Le Mans en werd toch 13 miljoen waard

Toch werd juist dit exemplaar in 2025 de duurste GT40 ooit op een openbare veiling. Bij RM Sotheby’s Miami ging de auto voor 13.205.000 dollar (bijna 11,5 miljoen euro) van de hand. Volgens internationale veilingoverzichten kroonde hij zich daarmee ook tot de duurste Ford die ooit publiek werd verkocht.

Deze Ford verloor Le Mans, maar won de veilingzaal

Op papier klinkt het bijna onlogisch. Waarom zou een verzamelaar meer dan 13 miljoen dollar betalen voor een raceauto die zijn beroemdste wedstrijd niet eens uitreed? Het antwoord ligt niet in de uitslag, maar in het decor waarin deze GT40 faalde.

P/1032 was namelijk geen willekeurige GT40 met een ongelukkig raceweekend. Het was een van de acht Ford GT40 Mk II’s waarmee Ford in 1966 zijn grote aanval op Le Mans uitvoerde. Dat was het jaar waarin de Amerikanen Ferrari eindelijk op de knieën kregen en met een legendarische 1-2-3-finish motorsportgeschiedenis schreven.

Juist daarom is dit chassis zo interessant. P/1032 stond niet op het podium, maar was wel onderdeel van het jaar waarin Ford zijn beroemdste slag tegen Ferrari uitvocht. Voor verzamelaars kan die historische aanwezigheid bijna net zo zwaar wegen als een overwinning.

Op Le Mans ging bijna alles mis

De GT40 werd in 1966 ingezet door Holman-Moody en reed met startnummer 4. Achter het stuur zaten Mark Donohue en Paul Hawkins, twee namen die alleen al genoeg gewicht geven aan de geschiedenis van de auto. Toch begon de 24 Uur van Le Mans voor P/1032 rampzalig.

Al vroeg in de race brak een half shaft, een onderdeel van de aandrijving. De auto verloor kostbare tijd in de pits en begon vrijwel meteen aan een inhaalrace die nooit echt op gang kwam. Maar het meest bizarre moment moest toen nog komen.

Op de Mulsanne Straight verloor de GT40 bij zeer hoge snelheid zijn achterste staartsectie. Donohue wist de auto onder controle te houden en bracht hem terug naar de pits, half ontkleed en zwaar gehavend. Daarna volgde een bijna absurd tafereel: de verloren carrosseriesectie moest worden teruggehaald en provisorisch opnieuw worden vastgezet.

Met combinatietang, racer’s tape en veel improvisatie probeerde het team de auto weer de baan op te krijgen. Dat lukte, maar de schade was al te groot. Na uren vol noodreparaties, pitstops en nieuwe mechanische problemen werd P/1032 definitief uit de race gehaald. Volgens Motor Sport Magazine kwam de auto op Le Mans uiteindelijk niet verder dan twaalf ronden.

Toch was dit geen willekeurige verliezer

Wie P/1032 alleen ziet als een mislukte Le Mans-deelnemer, doet de auto historisch tekort. Eerder in 1966 had dezelfde GT40 namelijk al laten zien dat hij wel degelijk snelheid had. Tijdens de 12 Uur van Sebring eindigde de auto als tweede, met Walt Hansgen en Mark Donohue achter het stuur.

Daar bleef het niet bij. P/1032 werd ook gebruikt als testwagen terwijl Ford zijn Mk II verder verfijnde voor de strijd tegen Ferrari. De auto reed onder meer op Fords testlocatie in Kingman en op Riverside Raceway. Daarbij kwamen grote namen uit de Amerikaanse autosportwereld met dit chassis in aanraking, waaronder Ken Miles.

Dat maakt de waarde van de auto een stuk logischer. Hij won Le Mans niet, maar hij stond wel midden in de ontwikkeling van het Ford-programma dat Ferrari in 1966 versloeg. Voor verzamelaars is dat precies het soort herkomst dat een auto boven een gewone klassieker uittilt.

Van museumstuk naar recordauto

Na zijn actieve leven verdween P/1032 niet in een lange, rommelige tweede racecarrière. De auto werd in 1968 door Ford geschonken aan het Indianapolis Motor Speedway Museum. Daardoor bleef hij decennialang in museumbezit en ontsnapte hij aan latere ombouw, zware schade of moderne aanpassingen in lagere raceklassen.

Dat is belangrijk. Bij historische racewagens is niet alleen de vraag wat een auto ooit heeft gedaan, maar ook wat er daarna níet mee is gebeurd. Een chassis dat tientallen jaren bewaard blijft in een gerenommeerde collectie, houdt een veel schonere geschiedenis dan een auto die jarenlang van eigenaar, klasse en configuratie wisselt.

In 2011 werd P/1032 gerestaureerd naar zijn #4 Holman-Moody Le Mans-configuratie. Daarmee werd de auto opnieuw teruggebracht naar de vorm waarin hij verbonden is aan dat ene beroemde, chaotische en historisch beladen weekend in 1966.

Waarom verzamelaars juist hiervoor betalen

De recordprijs laat zien hoe de top van de klassiekermarkt werkt. Verzamelaars betalen niet alleen voor overwinningen. Ze betalen voor zeldzaamheid, herkomst, documentatie en de plek van een auto in een groter verhaal.

P/1032 heeft precies die combinatie. Het is een van de acht Mk II-exemplaren, verbonden aan het beroemdste Ford-Le Mans-jaar, bestuurd en getest door grote namen, bewaard in een museumcollectie en gerestaureerd naar zijn historische configuratie. Dat weegt zwaarder dan het feit dat zijn eigen 24 Uur van Le Mans eindigde met tape, pech en een vroege uitvalbeurt.

Daarom is deze GT40 zo’n fascinerende recordauto. Hij werd niet duur omdat hij de perfecte winnaar was, maar omdat hij een originele getuige is van een van de beroemdste machtswisselingen in de autosport.

De GT40 die bewijst dat winnen niet alles is

De verkoop van P/1032 levert een nuchtere les op: bij historische racewagens is de uitslag niet altijd het belangrijkste bezit. Soms is het waardevoller om onderdeel te zijn geweest van het juiste gevecht, op het juiste moment, met de juiste namen en het juiste chassisnummer.

Deze Ford GT40 Mk II schreef in 1966 geen geschiedenis als winnaar. Hij verloor zijn achterste carrosseriesectie, verdween vroeg uit de race en keek toe hoe andere Fords de glorie pakten. Maar bijna zestig jaar later kreeg P/1032 alsnog zijn eigen hoofdrol.

Niet op het asfalt van Le Mans, maar in de veilingzaal. En daar bleek een slecht verlopen race, mits ingebed in het juiste verhaal, meer dan dertien miljoen dollar waard.