Wie met de camper op vakantie gaat, proeft de absolute vrijheid. Althans, tot het moment dat je de eerste Europese grensovergang of tolpoort in het vizier krijgt. Europa is een absurd en pijnlijk doolhof van complexe tolsystemen, waarbij de eigenaren van campers, busjes en caravans consequent als rijdende melkkoeien worden behandeld.
Zodra je met je voertuig boven de magische grens van 3.500 kilo uitkomt of hoger bent dan drie meter, zien veel landen je plotseling als een vrachtwagen. En dat merk je direct in de portemonnee. Om te voorkomen dat je vakantiebudget al op het asfalt verdampt voordat je de camping bereikt, hebben we de vijf duurste en meest meedogenloze tollanden van Europa op een rij gezet.
1. Frankrijk: Betalen per centimeter
Frankrijk is de absolute sluipmoordenaar voor de camperaar. Hier betaal je niet voor een simpel vignet, maar word je genadeloos afgerekend per gereden kilometer, waarbij de hoogte en het gewicht van je voertuig de prijs bepalen.
Ben je zwaarder dan 3,5 ton of hoger dan drie meter (Klasse 3)? Dan schiet de meter direct in het rood. Een rit over de bekende Autoroutes du Soleil vanuit Calais richting de Côte d'Azur (Nizza) kan voor een grote en zware camper zomaar oplopen tot 360 euro voor een enkele reis. De slimste en leukste ontsnappingsroute? Laat het grote asfalt links liggen en navigeer tolvrij via de charmante, maar iets tragere Routes Nationales.
2. Oostenrijk: De beruchte GO-Box
Oostenrijk kent twee gezichten. Weegt je camper minder dan 3,5 ton, dan ben je er met een vignet van 12,80 euro voor tien dagen nog redelijk genadig vanaf. Zodra je echter boven dat gewicht uitkomt, slaat de Oostenrijkse fiscus onverbiddelijk toe met een apart elektronisch kastje, de GO-Box genaamd.
Dit verplichte apparaatje rekent de tol elektronisch af per gereden kilometer, waarbij de prijs bovendien stijgt naarmate je camper meer assen heeft of meer uitstoot (CO2-klasse). Vergeet je deze verplichte GO-Box vooraf te regelen en rijd je toch met je zware camper de grens over? Dan deelt Oostenrijk lachend boetes uit die variëren van 300 tot maar liefst 3.000 euro.
3. Zwitserland: Vignet of belasting
De Zwitsers maken het simpel, maar duur. Voor lichte campers tik je 40 Zwitserse frank (zo'n 44 euro) af voor een jaarvignet. Heb je echter een camper boven de 3,5 ton? Dan val je niet onder het vignet, maar onder de Schwerverkehrsabgabe (PSVA).
Dit is een zware-voertuigen-belasting die per dag wordt berekend, ongeacht of je rijdt of ergens stilstaat op een camping. Je bent al snel tientallen euro's kwijt voor een verblijf van een week, en wie zonder te betalen de Zwitserse grens passeert, kan rekenen op strenge en onmiddellijke sancties.
4. Scandinavië: Peperdure bruggen
Scandinavië is prachtig, en de snelwegen zijn er grotendeels tolvrij. Toch wordt een reis naar het Hoge Noorden een prijzige expeditie door de immense bruggen. Zweden en Denemarken verbinden hun eilanden met architectonische meesterwerken, maar de doorgang is peperduur.
Rijd je met een camper langer dan tien meter over de bekende Sontbrug (tussen Kopenhagen en Malmö), dan mag je doodleuk 222 euro aftikken voor een enkele reis. Voor kortere campers (tot 10 meter) kost een enkele passage alsnog ruim 126 euro. Een slimme investering hier is een lokaal elektronisch tol-abonnement, waarmee je vaak flinke kortingen tot wel 20 procent op de brugtarieven kunt scoren.
5. Italië: De eindeloze rit naar de kassa
Italië is het land van de eindeloze snelwegen, en op vrijwel elke route word je per kilometer afgerekend. Voor een lichte camper vallen de kosten nog mee (zo'n 9 cent per kilometer), maar zodra je met een zwaardere wagen of een camper met meerdere assen rijdt, verdubbelt de prijs al snel. Een simpele doorreis van de Brennerpas naar Bologna kost voor de grote jongens dan al snel tegen de 40 euro. Mocht je in het hoogseizoen de urenlange wachtrijen bij de krappe Italiaanse tolpoortjes willen vermijden, dan is de aanschaf van een elektronisch tolkastje voor op de voorruit een absolute aanrader voor een stressvrije doortocht.