Het klinkt op papier als een nobel en sympathiek plan van een overheid die daadwerkelijk geeft om de koopkracht van haar burgers. In mei besloot de Duitse regering om de torenhoge energiebelasting op benzine en diesel tijdelijk drastisch te verlagen. De pompprijzen rezen door het aanhoudende conflict in Iran en de mondiale onrust immers letterlijk de pan uit. Het politieke doel was simpel en helder: de noodlijdende automobilist en de transportsector wat broodnodige ademruimte bieden tijdens het afrekenen.
Deze zogeheten Tankrabatt was in eerste instantie begroot voor een krappe twee maanden. De totale kostenpost voor de Duitse staatskas bedraagt door de gederfde inkomsten een slordige 1,6 miljard euro, wat neerkomt op zo'n 800 miljoen euro per maand. Dat is een flinke investering van publiek geld. De milieugroep Greenpeace is nu in de cijfers gedoken en trekt een ronduit schokkende en cynische conclusie over de uiteindelijke ontvangers van deze goedbedoelde tegemoetkoming.
Volgens hun data hebben de grote olieconcerns gedurende de eerste maand van de kortingsperiode hun winst met een nagenoeg identiek bedrag verhoogd. De oliemaatschappijen zouden in mei alleen al een extra winst van ruim 702 miljoen euro hebben opgestreken. Dit astronomische bedrag wordt in de financiële wereld bestempeld als een overwinst, aangezien het puur voortkomt uit bijzondere politieke marktomstandigheden en absoluut niet uit een reguliere bedrijfsvoering of verhoogde efficiëntie.
Megawinsten sinds het uitbreken van oorlog
De bizarre woekerwinsten van de olie-industrie beperken zich overigens niet tot uitsluitend de maand mei. Het rapport toont pijnlijk aan dat de fossiele sector de crisismaanden schaamteloos heeft aangegrepen om de winstmarges aanzienlijk te vergroten. In de maanden voorafgaand aan de overheidsingreep noteerde de industrie eveneens forse plussen. In maart incasseerden de oliemaatschappijen 809 miljoen euro meer dan voor de uitbraak van het conflict, en in april tikten ze een extra winst van liefst 901 miljoen euro aan.
Wanneer de cijfers van deze drie maanden bij elkaar worden opgeteld, is de pijnlijke balans ongekend. De totale extra marge aan de pompen is in de afgelopen periode gestegen met een krankzinnige 2,4 miljard euro. Greenpeace baseert deze harde cijfers op de brutomarges van de tankstations. Dit is het directe verschil tussen de inkoopprijs op de internationale markt en de uiteindelijke verkoopprijs die jij als bestuurder daadwerkelijk aan de pomp betaalt.
Politieke weigering om in te grijpen
Critici spreken logischerwijs over een ongekende brandstofzwendel, aangezien de goedbedoelde belastingverlaging in theorie volledig ten goede had moeten komen aan de consument. Greenpeace verwijt de Duitse regering momenteel een stuurloos fiscaal beleid, waarbij 1,6 miljard aan zuurverdiend belastinggeld simpelweg over de markt wordt uitgestrooid zonder enige vorm van harde controle op de uiteindelijke pompprijzen.
De politiek weigert vooralsnog hardhandig in te grijpen. De roep om een speciale heffing om deze bizarre overwinsten af te romen, stuit op zware weerstand in het parlement. Bondskanselier Friedrich Merz sprak zich eerder al stellig uit tegen een dergelijke financiële correctie. Voor de Duitse automobilist blijft er helaas weinig hoop over. De huidige brandstofkorting loopt eind juni definitief af en de minister van Verkeer heeft een eventuele verlenging van het experiment inmiddels categorisch uitgesloten.