Het is een vertrouwde verschijning rondom de eindtoernooien van het Nederlands elftal. Een Engelse dubbeldekker uit 1980 maakte tijdens het EK van 2004 in Portugal voor het eerst zijn opwachting. Sindsdien rijdt de open bus steevast voor de deinende oranjemassa uit. Na avonturen in onder meer Zuid-Afrika en Brazilië is de wagen nu aangekomen in de Verenigde Staten voor het wereldkampioenschap van 2026.
De eerste stop in de groepsfase zit er inmiddels op. In Dallas/Arlington reed de Oranjebus al rond bij Nederland-Japan, dat op zondag in 2-2 eindigde. Hierna volgen Houston en Kansas City. Wie de beelden van de wagen goed bekijkt, ziet direct iets opvallends. De dubbeldekker rolt daar niet rond met zijn bekende Nederlandse gele platen, maar is voorzien van een lokaal kenteken uit Texas. Achter dat stukje Amerikaans blik gaat een flinke papierwinkel van douaneregels, verzekeringen en lokale wetgeving schuil.
Schoonmaak en stroom aan boord
De reis van het oranje gevaarte begon in april in het Brabantse Chaam. Vanaf daar reed vaste chauffeur Frans Peeters de bus volgens Omroep Brabant naar de haven van Zeebrugge. Een vrachtschip bracht het voertuig vervolgens in samenwerking met een logistiek partner over de Atlantische Oceaan naar Galveston in Texas. Het verschepen van een 46 jaar oude bus is beslist geen kwestie van simpelweg de sleutels afgeven.
Voor het tijdelijke import- en douaneproces moest de bus schoon en administratief controleerbaar worden aangeleverd. De eigenaren moesten de inboedel nalopen en vastleggen, zodat duidelijk was wat er allemaal met meegenomen spullen en onderdelen de oceaan over ging. Ook was er flink wat werk aan de winkel voor de technici, want het Amerikaanse stroomnet draait op 110 volt in plaats van het Europese 220 volt.
Omdat de bus functioneert als rijdend fanobject, moesten ook praktische systemen aan boord worden aangepast. De koelingen moeten immers blijven draaien om het bier koud te houden onder de felle Texaanse zon. Bovendien kreeg het dak een extra markering om goed zichtbaar te zijn voor helikopters en cameradrones.
De keuze voor een lokaal kenteken
Een Europese toerist mag in de Verenigde Staten doorgaans maximaal een jaar lang rondrijden met een eigen voertuig op een buitenlands kenteken. Voor een loodzware, opengewerkte paradebus die dwars door grote steden rijdt tijdens massale publieksevenementen, ligt dat waarschijnlijk flink gecompliceerder. Organisatoren waren er vooraf stellig over dat onverzekerd rijden in Amerika absoluut geen optie is.
Bij zo'n afwijkend voertuig kunnen verzekering en aansprakelijkheid veel ingewikkelder worden dan bij een gewone huurauto of camper. De organisatie koos er kennelijk voor om de dubbeldekker te voorzien van Texas-papieren. Door deze keuze wordt het voertuig voor Amerikaanse agenten, verzekeraars en instanties herkenbaarder als een voertuig met lokale papieren, in plaats van een oude Europese dubbeldekker op buitenlandse platen.
Welke specifieke tijdelijke registratie of vergunning hiervoor is gebruikt, is niet publiekelijk bekendgemaakt. Het wijst er in ieder geval op dat er achter de schermen serieus papierwerk is geregeld. Daarmee verkleint de organisatie het risico op gedoe bij een controle of incident op de openbare weg.
Achter het stuur en op de dieplader
Dat een Nederlandse chauffeur daar legaal achter het stuur kan kruipen, is eveneens een interessant vraagstuk. In de Verenigde Staten gelden uiterst strenge regels voor het besturen van zware bussen. Buitenlandse commerciële rijbewijzen worden daar zelden zomaar geaccepteerd zonder aanvullende ontheffingen. Mogelijk helpt de specifieke manier waarop de organisatie het voertuig inzet.
De bus fungeert niet als een commerciële pendeldienst. De duizenden supporters lopen er in een parade achteraan, terwijl er aan boord enkel plek is voor familieleden en een handjevol media. Welke exacte rijbewijsconstructie of ontheffing is gehanteerd, blijft onbekend. Voor de echte monsteretappes laten de Brabanders het stuur overigens wel uit handen nemen. Mocht het elftal ver komen, dan kan de teller zomaar oplopen tot 13.000 kilometer asfalt. Bij dergelijke extreme afstanden wordt de oude dubbeldekker op een dieplader gezet en vliegen de chauffeurs zelf achter de selectie aan.