Dat Duitsland goedkoper is dan Nederland, hoeven we de meeste automobilisten niet meer uit te leggen. Wie weleens over de grens tankt, boodschappen doet of op een terras zit, kent het prijsverschil. De echte vraag is daarom niet of Duitsland goedkoper voelt, maar of dat voordeel ook overeind blijft wanneer je de langere autorit, parkeerkosten en overnachtingen meerekent.
Volgens een analyse van Duitsemilieusticker.nl blijft dat voordeel in veel gevallen inderdaad staan. Een vergelijkbare vakantie bij onze oosterburen is gemiddeld 6 procent goedkoper dan een verblijf in Nederland. De site legde zes populaire vakantietypes naast elkaar en nam daarin accommodatie, de autoreis vanaf Utrecht, parkeren, toeristenbelasting en lokaal levensonderhoud mee. In vier van de zes scenario's is Duitsland goedkoper, maar juist de twee uitzonderingen maken de rekensom interessant.
Flinke winst bij stedentrips en heuvels
Het prijsverschil loopt in het voordeel van Duitsland het hardst op voor reizigers die de drukte van een grote stad opzoeken. Een weekendje Amsterdam voor twee personen kost momenteel naar schatting 1246 euro. Wie de auto richting Berlijn stuurt voor een vergelijkbaar weekend, rekent onder de streep 1046 euro af. Dat is een besparing van 16 procent, waarbij de extra brandstofkosten al volledig zijn meegerekend.
Ook natuurliefhebbers die heuvelachtig terrein zoeken, houden over de grens meer geld in hun zak. Een week wandelen in het Sauerland kost een gezin circa 1457 euro. Blijf je in eigen land en kies je voor het heuvelachtige Zuid-Limburg, dan loopt de factuur op tot 1687 euro. Volgens de analyse wegen de lagere prijzen in de Duitse horeca en goedkopere accommodaties op tegen die paar tientjes extra brandstof.
Natuur en shoppen doe je thuis
Duitsland is echter geen automatische bespaartruc voor elke autovakantie. Er zijn twee specifieke reizen waarbij je beter in eigen land kunt blijven. Allereerst de pure natuurvakantie: wie een week met het gezin de bossen in wil, is in Nederland financieel beter af. Een verblijf op de Veluwe of in Drenthe kost ongeveer 1483 euro, terwijl een vergelijkbaar alternatief in de Eifel of de Harz uitkomt op 1657 euro.
Het tweede type vakantie waarbij je beter de grens niet oversteekt, is het korte shopweekend vol cultuur. Een tweedaags verblijf in Maastricht is met 882 euro net iets voordeliger dan een vergelijkbare trip naar het Duitse Düsseldorf, waar de teller stopt bij 917 euro.
De terugweg telt ook mee
De berekening van de onderzoekers focust vooral op de vakantiekosten zelf. In de praktijk kan een Duitse autovakantie nog gunstiger uitpakken als je de terugreis slim benut. Veel Nederlanders combineren een rit over de grens al met tanken, boodschappen of een bezoek aan de drogist, juist omdat dagelijkse producten in Duitsland vaak goedkoper uitvallen.
Voor rokers en mensen die alcohol drinken kan het verschil extra oplopen. Sigaretten, bier en sterke drank zijn in Duitsland stukken goedkoper door andere accijnzen en prijsniveaus. Daarbij geldt wel een belangrijke grens: meenemen mag voor eigen gebruik, niet voor doorverkoop.
Wie de auto vlak voor de grens voltankt en de kofferbak verstandig vult, kan dus meer besparen dan alleen op hotel en horeca. Duitsland is daarmee niet automatisch de goedkoopste keuze voor elke vakantie, maar wie het totaalplaatje bekijkt, ziet dat de winst soms pas op de terugweg echt zichtbaar wordt.