Wie veel op de weg zit, kent het tafereel ongetwijfeld. Je rijdt in je auto op een provinciale weg, er komt een motorrijder tegemoet en de motorrijder die nét voor jou rijdt, laat plotseling zijn linkerhand zakken. Hij steekt kort zijn wijs- en middelvinger uit richting het asfalt. Het is geen toeval en ook geen kramp. Deze specifieke zwaai is wereldwijd de ultieme groet onder motorrijders. Maar waarom steken ze precies twee vingers op en zwaaien ze niet gewoon met een platte hand?
De zogeheten motorrijdersgroet is voor berijders veel meer dan even gedag zeggen. Het is een teken van respect, broederschap en een manier om elkaar een veilige rit toe te wensen. De oorsprong van dit specifieke handgebaar ligt echter niet bij een willekeurige toergroep, maar bij een rebelse Britse coureur uit de jaren zeventig.
De V van Victory (en een beetje provocatie)
De traditie is te danken aan de legendarische motorcoureur Barry Sheene. Deze Britse tweevoudig wereldkampioen was in de jaren zeventig een absolute superster op en naast het circuit. Sheene had er een handje van om tijdens het racen het beroemde 'V'-teken (V for Victory) te maken met zijn vingers.
Hij deed dit niet alleen om na een overwinning de juichende toeschouwers langs de baan te groeten, maar gebruikte het teken ook tijdens de race. Als hij een stevige concurrent op de baan inhaalde, gooide hij regelmatig die twee vingers in de lucht als een ietwat provocerende groet. De fans vonden deze rebelse acties fantastisch en begonnen het gebaar al snel over te nemen wanneer ze zelf op de motor stapten.
Van het circuit naar de snelweg
Wat begon als de handtekening van Barry Sheene, groeide in de decennia daarna uit tot een wereldwijd fenomeen. Tegenwoordig doet vrijwel iedere motorrijder het. De groet wordt altijd met de linkerhand gegeven, simpelweg omdat de rechterhand het gashendel bedient en dus op het stuur moet blijven. De vingers wijzen vaak schuin naar beneden of opzij, zodat de wind de arm niet direct naar achteren slaat.
Natuurlijk kent de groet ook zo zijn ongeschreven regels. Rijdt een motorrijder net door een scherpe bocht of moet hij ontkoppelen voor een stoplicht, dan blijven de handen uit veiligheidsoverwegingen strak aan het stuur en volstaat een knikje met het hoofd. Bovendien zal het je misschien opvallen dat de gemiddelde motorrijder de groet doorgaans negeert als er een brom- of snorfiets passeert; de broederschap heeft zo zijn grenzen.
De volgende keer dat je vanuit je autostoel ziet hoe twee motorrijders elkaar in het voorbijgaan begroeten, weet je dus dat het geen willekeurige zwaai is. Het is een blijvend eerbetoon aan een racelegende uit de jaren zeventig en een teken van wederzijds respect op het asfalt.