De dodo en de sabeltandtijger kennen we, maar de term uitsterven is niet exclusief voorbestemd aan het dierenrijk. In de autowereld dreigt voor sommige modellen exact hetzelfde lot. We hebben het niet over een eenmalig prototype dat in een testfase tegen een muur is geparkeerd, maar over reguliere productieauto's die met duizenden tegelijk van de band rolden en nu volledig van de aardbodem lijken te zijn verdwenen.
Roest, zware ongevallen en een tekort aan reserveonderdelen dunnen de populatie van onbeminde auto's meedogenloos uit. Soms is het echter de fabrikant zelf die de sloophamer hanteert om een pijnlijke fout uit de geschiedenisboeken te wissen.
Massale vernietiging door de fabrikant zelf
De snelste weg naar uitsterven is wanneer de schepper zelf ingrijpt. In de jaren tachtig wilde Nissan in de Verenigde Staten meeliften op de rage van de personenbusjes met de uiterst creatief genaamde Nissan Van. Om de Amerikaanse koper te pleasen, lepelde het merk een grotere 2.4 liter motor in het compacte busje. Dat bleek een verschrikkelijk slecht idee. De motorruimte was te krap, de koeling schoot tekort en de busjes vlogen met grote regelmaat spontaan in brand.
Na meerdere terugroepacties en rechtszaken koos Nissan voor een radicale oplossing. Het was voor de Japanners simpelweg goedkoper om nagenoeg alle 33.000 verkochte exemplaren terug te kopen en ze linea recta door de shredder te halen. Hoewel een handjevol tegendraadse eigenaren weigerde hun busje in te leveren en er dus nog ergens een overlevende moet rondzwerven, toont de Nissan Van perfect aan hoe snel een massaproductieauto de rand van de afgrond kan bereiken.
Een invoertruc die eindigde in stof
Een model dat al flink in het stadium van uitsterven zit, is de Lonsdale. In de vroege jaren tachtig bestond er in Groot-Brittannië een herenakkoord: Japanse autofabrikanten mochten maximaal elf procent van de lokale automarkt in handen hebben. Mitsubishi-importeurs baalden van dit plafond en bedachten een slimme maas in de wet. Ze importeerden de Mitsubishi Sigma niet uit Japan, maar uit een fabriek in Australië en plakten er een nieuwe merknaam op: Lonsdale.
De Britse koper trapte er niet in. Van de geplande tienduizenden exemplaren werden er uiteindelijk nog geen duizend verkocht. Het spookmerk werd stilletjes opgedoekt en de resterende voorraad kreeg in de haven alsnog weer een Mitsubishi-badge opgeplakt. Omdat roestpreventie in die tijd geen hoge prioriteit had, vergingen de weinige verkochte Lonsdales razendsnel. Hoewel ze extreem zeldzaam zijn, is het absolute nulpunt overigens nog niet bereikt: volgens het bekende Britse databestand How Many Left waren er in 2025 nog vijf Lonsdales officieel geregistreerd in het Verenigd Koninkrijk.
Het Japanse Dodge-mysterie
Soms verdwijnt een auto domweg omdat niemand de moeite nam om hem te bewaren. Chrysler probeerde in de jaren tachtig de oer-Amerikaanse Dodge Aries aan de Japanners te slijten onder de naam Dodge Michigan. Buiten wat gewijzigde achterlichten en een verkoopbrochure is documentatie over dit exportmodel extreem schaars.
De auto dook volgens online autospotters ooit nog op in de achtergrond van een Japanse animatieserie (City Hunter), maar de laatste fysieke waarneming van een Dodge Michigan dateert alweer van ruim twintig jaar geleden op een lokale autoveiling. Hoeveel er precies gebouwd zijn en of er nog eentje ergens onder een stoffig zeil in Tokio staat, is een volstrekt raadsel.
Functioneel uitgestorven op de openbare weg
Naast de absolute spookauto's bestaat er een enorme lijst met modellen die 'functioneel' zijn uitgestorven. Ze staan wellicht nog ergens weg te rotten in een vochtige schuur, maar ze nemen geen deel meer aan het verkeer.
Klassiekerverzekeraar Hagerty publiceerde in het verleden al eens lijsten met met uitsterven bedreigde auto's. Modellen zoals de Dodge St. Regis uit 1980 of de Chrysler Laser XE uit 1985 zijn destijds in grote getalen gebouwd, maar tegenwoordig is er in de VS nagenoeg geen enkel exemplaar meer bekend in de database van de verzekeraar. Ook in Europa vallen oude bekenden bij bosjes om. Doodgewone straatbeeldbepalers van weleer zoals de Austin Montego of de Fiat Regata zijn inmiddels dusdanig gedecimeerd dat ze uit het straatbeeld zijn verdwenen.
Het is de harde realiteit van de autohistorie. Terwijl we peperdure ruimtes met gecontroleerde temperatuur en luchtvochtigheid bouwen om klassieke Porsches voor de eeuwigheid te bewaren, is de echte met uitsterven bedreigde soort de alledaagse, onbeminde gezinsauto. Zodra het laatste afgetrapte exemplaar op de sloop arriveert, is zo'n model voorgoed geschiedenis.