Tegenwoordig breken autofabrikanten hun hoofd over manieren om wagens lichter te maken met gerecyclede materialen. Toch was dit concept ruim tachtig jaar geleden al keiharde werkelijkheid. Henry Ford investeerde miljoenen in een revolutionaire auto die letterlijk op het land groeide.
Hij deed dit absoluut niet vanuit een moderne duurzaamheidsgedachte. De ware reden achter het gigantische project was een meedogenloze en obsessieve controledrift. Ford weigerde simpelweg afhankelijk te zijn van externe leveranciers en eiste dat hij elk minuscuul onderdeel van zijn autoproductie volledig in eigen handen had.
Obsessie voor onafhankelijkheid en Fordlandia
Om onafhankelijk te zijn van grote houtleveranciers kocht Ford immense eigen bossen aan. Hij ging zelfs zo ver dat hij een complete industriestad in de jungle van Brazilië uit de grond probeerde te stampen. In dit dorp wilde hij zelfstandig rubberbomen kweken en oogsten om zelf zijn autobanden te kunnen produceren. Staal bleef echter een enorme en dure afhankelijkheid voor de massaproductie van zijn wagens.
Om die ijzersterke greep van de staalindustrie te doorbreken, zocht hij de oplossing in de landbouw. Hij plantte bijna 5000 hectare vol met sojabonen om uitgebreid onderzoek te doen. Hij raakte totaal geobsedeerd door de peulvrucht. Hij organiseerde zelfs uitgebreide persdiners waarbij werkelijk elk geserveerd gerecht was gemaakt van soja. Uiteindelijk kregen zijn ingenieurs de expliciete opdracht om een auto te ontwikkelen waarvan de carrosserie uit hernieuwbare gewassen bestond.
Een chemische cocktail van gewassen
De zware taak kwam terecht bij Lowell Overly en scheikundige Robert Boyer in het laboratorium van Greenfield Village. Zij ontwierpen een model met een buizenframe van staal waar veertien lichtgewicht plastic panelen op werden gemonteerd. Volgens overgeleverde documenten bestond het recept uit een chemische mix van sojabonen, hennep, vlas en tarwe. Dit geheel werd stevig samengebonden met fenolhars en formaldehyde. Dit opmerkelijke principe vertoont sterke gelijkenissen met de veel latere Oost-Duitse Trabant, waarvan de carrosserie uit een vergelijkbare mix van katoenresten en hars (Duroplast) werd geperst.
Om nog meer gewicht te besparen maakten de ontwerpers gebruik van acryl voor de ruiten. Het resultaat was uiterst efficiënt te noemen. De auto werd aangedreven door een V8 motor met 60 pk en liep op ethanol gewonnen uit hennep en landbouwafval. Dankzij de lichte panelen en het open buizenframe woog het complete voertuig rond de 900 kilo. Dit leverde een massieve gewichtsbesparing op ten opzichte van de zware stalen concurrenten uit die tijd.
De befaamde demonstratie met de bijl
Rondom de ontwikkeling ontstond direct een van de bekendste publiciteitsstunts uit de autogeschiedenis. Wereldwijd verschenen beelden waarop te zien is hoe Henry Ford met volle kracht een zware bijl op een achterklep slaat. Het gereedschap ketst hard af zonder ook maar een enkele deuk achter te laten.
Met deze brute actie wilde Ford genadeloos aantonen dat zijn nieuwe landbouwplastic veel veiliger en steviger was dan conventioneel plaatstaal. Dat de betreffende auto voor de demonstratie slechts zijn eigen wagen was met een gemonteerde plastic achterklep, deed niets af aan de boodschap. De bijl was bovendien afgeschermd met een stuk rubber, maar de weerbaarheid van het experimentele materiaal was ontegenzeggelijk bewezen.
Roemloos vernietigd na de oorlog
De timing van de grote publieke presentatie in augustus 1941 had echter niet slechter gekund. Eind dat jaar mengden de Verenigde Staten zich in de Tweede Wereldoorlog en de Amerikaanse civiele autoproductie kwam vrijwel direct tot stilstand. Alle autofabrieken moesten per direct overschakelen op de grootschalige productie van militair materieel.
Na de oorlog verslechterde de gezondheid van de inmiddels hoogbejaarde Ford razendsnel. Toen de grondlegger in 1947 overleed, verdween ook direct de drijvende kracht achter het miljardenproject. Ontwerper E.T. Gregorie vernietigde het enige functionerende prototype na de oorlog op brute wijze. De droom van een onverwoestbare wagen van planten stierf een vroege dood, maar bewees wel de onbegrensde ambitie en absolute controledrift van de automagnaat.