Het antwoord is minder simpel dan “gratis”, maar wel opvallend. Buitenlandse toeristen betalen in Nederland meestal geen motorrijtuigenbelasting en er is ook geen algemeen snelwegvignet. Nederland belast autobezit vooral via de eigenaar, terwijl landen als Italië toeristen veel zichtbaarder laten meebetalen via tolwegen.
Wegenbelasting is geen tol
In de volksmond heet het wegenbelasting, maar officieel gaat het om motorrijtuigenbelasting, afgekort MRB. Dat is geen bedrag dat je per gereden kilometer betaalt. De belasting is gekoppeld aan het op naam hebben van een motorrijtuig.
Daar zit meteen het grote verschil met tol. Een Nederlandse autobezitter betaalt MRB zolang de auto op zijn naam staat en het kenteken niet is geschorst. Of je dagelijks veel kilometers rijdt of de auto nauwelijks gebruikt, maakt voor die belasting in principe niet uit. Je betaalt dus niet omdat je op dat moment over de A2, A12 of A67 rijdt, maar omdat je een auto bezit.
Buitenlandse toeristen betalen meestal geen Nederlandse wegenbelasting
Voor buitenlandse automobilisten ligt dat anders. Wie tijdelijk in Nederland verblijft met een auto op buitenlands kenteken, betaalt meestal geen Nederlandse MRB of bpm. De Belastingdienst kent daarvoor vrijstellingen op basis van internationaal recht, onder voorwaarden en binnen bepaalde termijnen.
Daarom is een vakantieganger met een Duitse of Italiaanse gezinsauto iets anders dan een Nederlander die hier structureel in een auto met buitenlands kenteken rijdt. Wie in Nederland woont, kan niet zomaar onder de Nederlandse autobelastingen uit door een auto in het buitenland te registreren. Tijdelijk bezoek is een uitzondering; wonen en rijden in Nederland is dat niet.
Toch rijden toeristen niet helemaal gratis
Helemaal gratis is het Nederlandse weggebruik voor buitenlandse bezoekers ook weer niet. Wie hier tankt, betaalt mee via accijns en btw. Wie laadt, parkeert, overnacht of boodschappen doet, draagt via andere belastingen en tarieven ook bij aan de Nederlandse schatkist. En wie een verkeersboete krijgt, betaalt natuurlijk ook gewoon.
Daarnaast heeft Nederland wel degelijk tol, maar alleen op enkele specifieke verbindingen. Denk aan de A24/Blankenburgverbinding, waar ook voertuigen met een buitenlands kenteken tol betalen. Ook bij sommige tunnels of lokale verbindingen kunnen tarieven gelden. Wat Nederland niet heeft, is een algemeen systeem waarbij iedere personenauto op de snelweg per rit, per kilometer of via een vignet betaalt.
De wegenbelasting gaat niet één op één naar asfalt
Een veelgemaakt misverstand is dat de wegenbelasting rechtstreeks in een apart wegenpotje verdwijnt. Zo simpel werkt het niet. De opbrengsten uit autobelastingen gaan niet één op één naar de weg waarop je rijdt. Infrastructuur wordt betaald uit bredere publieke middelen en fondsen, waaronder het Mobiliteitsfonds.
In 2024 haalde de overheid miljarden op via vervoersgerelateerde belastingen, zoals MRB en bpm. Tegelijkertijd lopen uitgaven voor aanleg, onderhoud en vernieuwing van wegen via de rijksbegroting. Dat maakt de vraag “wie betaalt voor onze wegen?” ingewikkelder dan alleen kijken naar wie er wel of geen wegenbelasting betaalt.
Buitenlandse auto’s zijn zichtbaar, maar niet de hoofdmoot
Het gevoel dat buitenlandse auto’s massaal gratis van Nederlandse wegen gebruikmaken, is begrijpelijk in grensgebieden, vakantieperiodes en rond grote steden. Toch moet je het niet groter maken dan het is. Volgens CBS reden voertuigen met een buitenlands kenteken in 2024 goed voor 5,4 procent van alle voertuigkilometers op Nederlands grondgebied.
De overgrote meerderheid van het verkeer komt dus nog altijd van Nederlandse voertuigen. Dat maakt het systeem niet minder opvallend, maar wel minder dramatisch dan het soms voelt. Buitenlandse personenauto’s rijden meestal zonder Nederlandse MRB, maar ze vormen niet het grootste deel van het verkeer op onze wegen.
Voor vrachtwagens verandert het systeem wél
Voor zwaar verkeer verandert er op korte termijn veel. Vanaf 1 juli 2026 voert Nederland de vrachtwagenheffing in. Dan gaan Nederlandse én buitenlandse vrachtwagens boven de 3.500 kilo per gereden kilometer betalen op vrijwel alle snelwegen en op een deel van de provinciale en gemeentelijke wegen.
Daarmee stapt Nederland voor vrachtverkeer nadrukkelijker over naar betalen voor gebruik. Het maakt dan minder uit waar een vrachtwagen geregistreerd staat: wie met zwaar transport over de aangewezen Nederlandse wegen rijdt, betaalt mee. Voor personenauto’s blijft dat voorlopig anders. Daar blijft het systeem vooral draaien om bezit, niet om daadwerkelijk weggebruik.
In Italië betaal je zichtbaar, in Nederland meestal niet
Dat verklaart waarom het in Italië anders voelt. Daar betaal je als vakantieganger direct aan het tolpoortje voor het gebruik van veel snelwegen. In Nederland merk je als buitenlandse toerist meestal niets van zo’n directe wegenheffing. Je kunt met een personenauto vaak het land in, de snelweg op en weer vertrekken zonder Nederlandse MRB of algemeen toltarief te betalen.
Voor Nederlandse automobilisten voelt dat scheef, omdat zij wél een vaste belasting betalen voor hun auto. Toch is het geen maas in de wet, maar een gevolg van hoe Nederland zijn autobelastingen heeft ingericht. Hier betaal je als inwoner vooral omdat de auto op je naam staat. De toerist naast je betaalt meestal pas als hij tankt, parkeert, een boete krijgt of een van de zeldzame tolverbindingen gebruikt.