Volgens CBS-cijfers is een personenauto met bouwjaar 2024 gemiddeld 441 centimeter lang. In 2016 was dat nog 420 centimeter. Ook in de breedte groeide de gemiddelde auto: van 176 naar 182 centimeter. En dan zijn de buitenspiegels nog niet eens meegerekend.
Je parkeervak werd niet kleiner, je auto werd groter
Het krappe gevoel in de parkeergarage zit dus niet tussen je oren. Een verschil van 6 centimeter in breedte lijkt op papier klein, maar in een parkeervak telt elke centimeter. Zeker als er naast je ook een brede crossover, SUV of elektrische auto staat.
Veel parkeervakken zijn ontworpen rond breedtes van ongeveer 2,40 tot 2,50 meter. In sommige oudere parkeergarages is de ruimte nog beperkter. Daar past een moderne auto vaak nog wel in het vak, maar de praktische marge verdwijnt. Je moet niet alleen parkeren, je moet ook nog je deur kunnen openen.
| Gemiddelden Nederlandse personenauto’s | Bouwjaar 2016 | Bouwjaar 2024 | Verschil |
|---|---|---|---|
| Lengte | 420 cm | 441 cm | +21 cm |
| Breedte, exclusief spiegels | 176 cm | 182 cm | +6 cm |
| Leeggewicht | 1.224 kg | 1.554 kg | +330 kg |
Waarom fabrikanten graag grotere auto’s verkopen
De groei van het wagenpark komt niet alleen door veiligheidseisen of strengere regelgeving. Ook de populariteit van crossovers en SUV’s speelt een grote rol. Kopers waarderen de hogere zit, het stoerdere uiterlijk en het ruimtelijke gevoel. Fabrikanten kunnen zulke modellen bovendien vaak hoger in de markt zetten dan de hatchbacks waarop ze technisch soms lijken.
Dat betekent niet dat iedere SUV een enorme terreinwagen is. Veel crossovers zijn in feite verhoogde gezinsauto’s met wat extra carrosseriehoogte en kunststof aankleding. Maar bij elkaar opgeteld verandert het straatbeeld wel degelijk. De gemiddelde auto wordt forser, hoger en zwaarder, terwijl de ruimte in binnensteden en parkeergarages beperkt blijft.
Zwaarder door accu’s, groter door smaak
Het gewicht laat de trend nog duidelijker zien. Een gemiddelde personenauto met bouwjaar 2024 weegt volgens het CBS 1.554 kilo. Dat is 330 kilo meer dan bij bouwjaar 2016, een stijging van bijna 27 procent.
Een deel daarvan komt door elektrificatie. Auto’s met een volledig elektrische of plug-in hybride aandrijving zijn gemiddeld duidelijk zwaarder dan benzineauto’s, vooral door het accupakket. Volgens het CBS weegt een stekkerauto met bouwjaar 2024 gemiddeld 1.875 kilo, terwijl een benzineauto gemiddeld op 1.217 kilo uitkomt. Dat maakt elektrische auto’s niet automatisch het probleem, maar het laat wel zien waarom moderne auto’s steeds meer massa meenemen.
Veiliger voor inzittenden, lastiger voor wie buiten staat
Moderne auto’s zijn voor inzittenden veel veiliger geworden dan auto’s van vroeger. Kreukelzones, airbags, rijhulpsystemen en sterkere carrosserieën hebben daar een grote rol in gespeeld. Maar voor voetgangers en fietsers ligt het ingewikkelder.
Onderzoek van de London School of Hygiene & Tropical Medicine en Imperial College London wijst erop dat voetgangers en fietsers bij een aanrijding met een SUV of light truck vehicle een hogere kans hebben op een fatale afloop dan bij een kleinere personenauto. Bij kinderen loopt dat verschil nog verder op. Het gaat daarbij niet alleen om gewicht, maar vooral ook om de vorm van de voorkant.
Een hoge, stompe neus raakt een voetganger of fietser hoger op het lichaam. Daardoor is de kans groter dat iemand naar voren of onder het voertuig terechtkomt, in plaats van over de motorkap te rollen. Milieu- en mobiliteitsorganisatie Transport & Environment berekende bovendien dat de gemiddelde motorkaphoogte van nieuw verkochte auto’s in Europa, het VK en Noorwegen de afgelopen jaren duidelijk is gestegen.
Moeten parkeervakken dan groter worden?
Grotere parkeervakken klinken als een logische oplossing. Als auto’s breder worden, maak je de vakken toch gewoon breder? In de praktijk is dat lastiger. In een parkeergarage, straat of stadscentrum betekent extra breedte per auto bijna altijd minder capaciteit.
Dat is precies de ruimtelijke botsing. Automobilisten willen comfortabel kunnen parkeren en uitstappen, maar steden hebben juist te maken met schaarse ruimte. Bredere vakken kunnen parkeerschade en irritatie verminderen, maar leveren op dezelfde oppervlakte minder parkeerplaatsen op. Daarmee wordt het probleem niet opgelost, maar verschoven.
De straat groeit niet mee
De moderne auto is niet zomaar groter geworden. Veiligheid, comfort, accu’s, hogere zitposities, marktvoorkeur en winstmarges duwen allemaal dezelfde kant op. Voor de bestuurder levert dat vaak een prettigere en veiligere auto op. Voor de omgeving betekent het vooral meer ruimtebeslag.
Daarom voelt een parkeergarage uit de jaren negentig nu soms alsof hij voor speelgoedauto’s is gebouwd. Het parkeervak werd niet kleiner. De auto werd groter, zwaarder en hoger. En zolang straten en parkeerruimte niet meebewegen, wordt uitstappen steeds vaker het spannendste deel van parkeren.