Algemeen

Het gevaar van deze hardnekkige gewoonte achter het stuur wordt door automobilisten structureel onderschat

De boetes zijn historisch hoog en de risico's zijn overal bekend. Toch geven automobilisten massaal toe aan een levensgevaarlijke reflex. Een verkeerspsycholoog verklaart waarom we onze eigen rijvaardigheid gigantisch overschatten.

Jesper Penninga
3 minuten
verkeersveiligheid
verkeerspsychologie
Het gevaar van deze hardnekkige gewoonte achter het stuur wordt door automobilisten structureel onderschat

Vrijwel elke automobilist weet in grote lijnen wat wel en niet is toegestaan op de openbare weg. De overheid zet met de gevreesde focusflitsers inmiddels specifieke slimme camera's in die erop getraind zijn om een telefoon in de hand te detecteren. Zelfs nu de boetes voor afleiding in het verkeer de vierhonderd euro aantikken, zie je dagelijks talloze medeweggebruikers met hun blik naar beneden gericht over de snelweg slingeren.

Het gebruik van de smartphone achter het stuur is een probleem dat lastig uit te bannen blijkt. Verkeerspsycholoog Mariëtte Pol legt in een recent interview met OSW uit hoe dit mechanisme precies werkt. Het probleem ligt volgens haar niet bij een gebrek aan kennis over de verkeersregels. De ware oorzaak is een gevaarlijke mix van gewoontegedrag, zelfoverschatting en de illusie dat we meerdere dingen tegelijk kunnen doen.

De mythe van het multitasken

Veel bestuurders leven in de veronderstelling dat zij goed in staat zijn om de weg in de gaten te houden terwijl ze snel een bericht lezen. Volgens de verkeerspsycholoog is dit een grote misvatting. Het menselijk brein kan geen twee complexe visuele en cognitieve taken tegelijkertijd verwerken.

"Onze hersenen kunnen niet meerdere taken tegelijkertijd verwerken. Wat wij multitasken noemen, is in werkelijkheid voortdurend schakelen tussen verschillende taken."

Verkeerspsycholoog Mariëtte Pol legt uit waarom veilig multitasken in de auto niet bestaat.

In de paar seconden dat een bestuurder naar een schermpje kijkt, rijdt het voertuig tientallen meters volledig blind vooruit. De bestuurder neemt de actuele verkeerssituatie op dat moment niet meer waar. Wanneer de blik weer opdraait naar de voorruit, heeft het brein bovendien tijd nodig om de nieuwe wegsituatie te analyseren. Deze vertraagde reactietijd maakt in een noodsituatie precies het verschil tussen een veilige noodstop en een zware crash.

Zelfoverschatting en onzichtbare correcties

Naast het geloof in multitasken speelt zelfoverschatting een grote rol in dit gedrag. Automobilisten schatten hun eigen rijvaardigheid vaak hoger in dan realistisch is. De risico's van een ongeluk voelen abstract en ver weg. De overtreder is er veelal van overtuigd dat een zware crash vooral andere, minder bekwame bestuurders overkomt.

Hierdoor ontstaat een structurele onderschatting van de gevaren. Een bestuurder die afgeleid is, heeft bovendien niet altijd door hoeveel impact zijn gedrag heeft op de rest van het verkeer. Ze zien niet dat alerte medeweggebruikers regelmatig moeten remmen of uitwijken om hun slingerende koers te compenseren. Omdat de afgeleide bestuurder zelden direct de negatieve gevolgen van zijn eigen actie ervaart, blijft de illusie van controle hardnekkig in stand.

De drang van een notificatie

Dat we ondanks de focusflitsers en de zware risico's toch de telefoon pakken, komt door de manier waarop het apparaat is verweven met ons leven. Vanaf het moment dat we wakker worden, checken we vaak als eerste onze sociale kanalen en berichten. De welbekende fear of missing out (FOMO) speelt hierin een bepalende rol. Die onderliggende angst om iets belangrijks te missen reist met ons mee zodra we de autodeur dichttrekken en de gordel omdoen.

"Het horen of zien van een binnenkomend bericht vormt een sterke trigger om toch even op de telefoon te kijken. Die invloed van de directe omgeving is vaak sterker dan voornemens en goede bedoelingen."

Verkeerspsycholoog Mariëtte Pol over de onweerstaanbare drang van een oplichtend scherm.

Zodra er een notificatie klinkt of het scherm in de middenconsole oplicht, ontstaat er een psychologische trigger die het brein moeilijk kan negeren. Goede voornemens om de rit veilig uit te zitten verdwijnen bij het horen van dat ene piepje snel naar de achtergrond. De prikkel uit de directe omgeving is zo sterk, dat de drempel om het toestel toch even op te pakken bijzonder klein wordt.

Fysieke afstand als oplossing

De oplossing voor dit gedrag ligt volgens de experts dan ook niet in het trainen van meer wilskracht. Zolang de prikkel hoorbaar of zichtbaar is, wint de gewoonte het in veel gevallen van de ratio. De meest effectieve manier om de veiligheid te vergroten, is het probleem wegnemen voordat de motor van de auto daadwerkelijk start.

Maatregelen die zich direct richten op het wegnemen van de triggers hebben veruit de meeste impact. Dit betekent dat de automobilist de niet storen functie van het toestel moet activeren of de telefoon fysiek buiten handbereik in het dashboardkastje moet leggen. Zolang het scherm buiten beeld blijft en de notificaties gedempt zijn, verdwijnt de drang om de blik van de weg te halen. Het is een kleine handeling die de kans op een zwaar ongeval aanzienlijk verkleint.