De Nederlandse automobilist levert al jaren aanzienlijke offers voor de lokale natuur en een beter milieu. We rijden overdag keurig honderd kilometer per uur om de stikstofneerslag te beperken en betalen stevige accijnzen aan de pomp. Daarnaast stuurt de overheid ons met strakke fiscale prikkels nadrukkelijk richting de elektrische auto.
Wanneer je deze lokale inspanningen afzet tegen de rest van de wereld, ontstaat er een ongemakkelijk contrast. Uit het nieuwste rapport van het Energy Institute blijkt dat de wereldwijde energiegerelateerde CO2-uitstoot in 2025 verder is toegenomen. De opvallendste stijger in deze rapportage is niet de verwachte industriereus China, maar de Verenigde Staten.
Een opvallende stijging in de wereldwijde uitstoot
De cijfers uit de recente analyse spreken duidelijke taal. De wereldwijde CO2-uitstoot uit de energiesector nam vorig jaar met ruim een procent toe tot 35.806 miljoen ton. Deze stijging is echter verre van gelijkmatig over de continenten verdeeld. Binnen Europa bleef de toename uiterst beperkt met een stijging van een half procent.
Nederland zat daar met een toename van slechts 0,2 procent zelfs nog onder. Ook China hield de relatieve groei met 0,7 procent netjes onder het wereldwijde gemiddelde, al blijft dat land in absolute aantallen uiteraard een gigantische uitstoter. Europa lijkt het eigen klimaatbeleid effectief in de praktijk te brengen door stevig in te zetten op hernieuwbare energiebronnen, wat de lokale uitstootgroei duidelijk afremt.
Amerikaanse stroomvraag en datacenters
De blik moet voor de grootste stijging gericht worden op de andere kant van de Atlantische Oceaan. De Verenigde Staten lieten in 2025 een toename van de energiegerelateerde CO2-uitstoot van 3,1 procent noteren. Hiermee nam dit land ongeveer een derde van de totale wereldwijde emissiegroei uit de energiesector voor zijn rekening.
De oorzaak van deze opmerkelijke Amerikaanse stijging hangt sterk samen met een structureel groeiende vraag naar stroom. De opmars van kunstmatige intelligentie en de bouw van grote datacenters dragen aanzienlijk bij aan deze behoefte. Volgens de onderzoekers is maar liefst veertig procent van het wereldwijde stroomverbruik van datacenters momenteel geconcentreerd op Amerikaans grondgebied.
De onverwachte terugkeer van kolenstroom
Om aan deze stijgende stroomvraag te voldoen, wekten Amerikaanse stroomproducenten beduidend meer elektriciteit op met fossiele brandstoffen. Hoewel de zonne-energie in het land flink groeide, nam de totale productie van windenergie met slechts drie procent toe. De groei van hernieuwbare bronnen bleek simpelweg onvoldoende om de groeiende behoefte aan elektriciteit volledig op te vangen.
De tekorten op het stroomnet werden opgevangen door meer steenkool te verbranden. De Amerikaanse elektriciteitsproductie uit kolen steeg in een jaar tijd met maar liefst dertien procent. Dit heeft ook een bijzonder wrang neveneffect voor de automobilist. Wie zijn elektrische auto op een dergelijk stroomnet inplugt, rijdt in de praktijk allesbehalve groen. Je rijdt lokaal weliswaar zonder uitstoot, maar de emissies verplaatsen zich feilloos naar de schoorsteen van de kolencentrale.
Olieproductie en grote brandstofauto's
Naast de extra verbranding van steenkool draait ook de Amerikaanse olie-industrie op volle toeren. De totale productie van olie en gas op het Amerikaanse continent nam met vier procent toe. Deze regio produceert inmiddels twintig procent meer olie dan het Midden-Oosten, een geopolitieke verhouding die twee decennia geleden nog ondenkbaar was.
Deze fossiele productie zorgt ervoor dat de brandstofprijzen in de Verenigde Staten relatief laag blijven. De noodzaak om over te stappen op zuinige of elektrische voertuigen wordt hierdoor lokaal veel minder gevoeld. Grote brandstofauto's domineren daar de verkooplijsten en beleid rondom emissievrij rijden is er aanzienlijk minder dwingend dan in Europa.
Strenge Europese regels voor vrachtverkeer
Voor de Europese en Nederlandse bestuurder voelen deze internationale verschillen op zijn minst scheef. Zeker wanneer de naderende regels voor de Europese transportsector in acht worden genomen. Nieuwe zware voertuigen moeten in Europa vanaf 2030 een CO2-reductie van 45 procent halen ten opzichte van het referentiejaar 2019. In 2035 loopt deze verplichte reductie op naar 65 procent en in 2040 zelfs naar 90 procent.
Het is een gigantische opgave voor transporteurs en truckfabrikanten om deze scherpe doelen te behalen. Er is in Nederland recent een budget van 250 miljoen euro vrijgemaakt om gerichte stikstofbronmaatregelen en vergroening in deze sector te stimuleren. De logistieke keten moet in recordtempo aanpassen om de lokale en Europese wetgeving bij te kunnen benen.
Een wrang contrast voor de automobilist
Wanneer de Nederlandse automobilist met honderd kilometer per uur over de snelweg rijdt voor natuurbehoud, voelt het mondiale plaatje op zijn zachtst gezegd frustrerend. De lokale inzet en de scherpe Europese milieumaatregelen zorgen voor tastbare resultaten in onze eigen regio, maar mondiaal is het effect kleiner dan gehoopt.
Het contrast blijft uiterst ongemakkelijk. Terwijl Europa grote economische offers brengt om de uitstoot te beperken, zorgt een sterke stroomvraag in een grote economie als de Verenigde Staten in hetzelfde jaar voor een opvallende sprong in emissies. Voor de individuele bestuurder die lokaal meebetaalt aan dure transitiedoelen voelt dit scheef, ook al blijft lokale klimaatactie noodzakelijk.