Elektrisch

De Peugeot 205 Electrique uit 1984 was een elektrische stadsauto ver zijn tijd vooruit

De Peugeot 205 staat bekend om zijn roffelende benzine en dieselmotoren, maar de Franse fabrikant testte veertig jaar geleden al een variant zonder lokale uitstoot. Het project reikte nooit tot de consument, maar de onderliggende techniek was bijzonder interessant.

Jesper Penninga
3 minuten
Peugeot
Klassieke auto’s
De Peugeot 205 Electrique uit 1984 was een elektrische stadsauto ver zijn tijd vooruit

De Peugeot 205 is bij autoliefhebbers vooral beroemd geworden door de sportieve GTI uitvoeringen en de uiterst succesvolle T16 uit de rallysport. Dat de Franse autofabrikant in 1984 ook al proeven deed met elektrische aandrijflijnen, is een stuk minder bekend. In samenwerking met batterijspecialist Saft ontwikkelden de ontwerpers de Peugeot 205 Electrique.

Dit was absoluut geen productierijp model dat klaarstond voor de showroom, maar een puur technisch experiment. Het automerk onderzocht de mogelijkheden van elektrisch rijden voor zeer specifieke inzetgebieden. Hoewel de testwagens uiteindelijk nooit in massaproductie gingen, biedt het project een fascinerende blik op hoe de auto-industrie in de jaren tachtig tegen lokaal emissievrije mobiliteit aankeek.

Een testproject voor Franse wagenparken

Peugeot richtte zich met dit elektrische project in de basis niet op de particuliere koper. Het doel was om te verkennen of elektrische voertuigen geschikt konden zijn voor afgebakende wagenparken van overheidsdiensten en grote bedrijven. Het Franse postbedrijf PTT was daarbij een van de logische kandidaten om de voertuigen in een testvloot op te nemen.

Om de techniek in de praktijk te beproeven, bouwde de fabrikant in totaal twintig prototypes. De ingenieurs verwerkten de elektrische componenten in diverse carrosserievormen. Er ontstonden testvoertuigen op basis van de bekende driedeurs en vijfdeurs modellen, maar er werden ook compacte bestelwagens en zelfs een cabriolet gebouwd. Uiteindelijk werd de verdere ontwikkeling stopgezet en voor zover bekend is er helaas geen enkel exemplaar van deze testwagens bewaard gebleven.

Een zware batterij in het vooronder

De techniek in het vooronder van de auto was voor die tijd opmerkelijk. De ingenieurs lieten de traditionele loodzuuraccu links liggen en kozen voor een nikkel ijzer batterij van het merk Saft. Dit accupakket bestond uit twaalf blokken van zes volt en leverde een berekende capaciteit van 16,56 kWh.

Het complete batterijpakket bracht een indrukwekkend totaalgewicht van 300 kilo op de schaal. Door deze zware eenheid slim in de oorspronkelijke motorruimte te plaatsen, bleven het interieur en de kofferbak grotendeels behouden voor dagelijks gebruik. De batterijfabrikant claimde destijds een indrukwekkende technische levensduur van 200.000 kilometer, al is dat in de relatief korte praktijktests nooit grootschalig bewezen. Het volledig opladen via een standaard stopcontact nam destijds ongeveer tien uur in beslag.

Bescheiden prestaties voor het stadsverkeer

Sportieve acceleraties hoefde de testrijder absoluut niet te verwachten. De aandrijving werd verzorgd door een elektromotor van Leroy Somer. Deze machine leverde een continu vermogen van 11 pk en een kortstondig piekvermogen van krap 24 pk. De topsnelheid lag op exact honderd kilometer per uur en de acceleratie van nul naar vijftig kilometer per uur nam een uiterst trage 11,6 seconden in beslag.

Voor gebruik in steden en dorpen was de actieradius echter verrassend werkbaar. Zonder lokale uitstoot uit een uitlaatpijp kon de auto in het stadsverkeer circa 140 kilometer afleggen op een volle lading. Reed de bestuurder een zeer constante snelheid van veertig kilometer per uur, dan steeg dit theoretische bereik zelfs naar tweehonderd kilometer. Bij een hogere kruissnelheid van zeventig kilometer per uur viel de actieradius weer netjes terug naar 140 kilometer.

Vroege regeneratie en de actuele e-208

De originele benzinevarianten van de 205 waren extreem lichte auto's, wat het toegevoegde gewicht van de zware testbatterijen deels compenseerde. Peugeot voorzag het prototype bovendien van technieken die we tegenwoordig als de standaard beschouwen. De wagen was uitgerust met regeneratief remmen. Bij het loslaten van het stroompedaal wekte de dynamo stroom op om de accu te laden, voordat de fysieke remblokken actief werden. Een digitaal display op het dashboard toonde de bestuurder direct de actuele accustatus.

Om te zien hoe de techniek is gevorderd, is een vergelijking met zijn moderne opvolger, de huidige Peugeot e-208, een mooie indicatie.

SpecificatiePeugeot 205 Electrique (1984)Peugeot e-208 (2026, 156 pk)
Batterijcapaciteit16,56 kWh51 kWh
Piekvermogen23,8 pk156 pk
Topsnelheid100 km/u150 km/u
ActieradiusCirca 140 kilometer (stad)Circa 433 kilometer (WLTP)

De huidige generatie heeft ruim drie keer zoveel batterijcapaciteit en een veelvoud aan vermogen. Toch toont het bereik van de originele 205 Electrique aan dat fabrikanten decennia geleden al diepgaande technische verkenningen deden. De markt en de technologische kosten waren in 1984 nog niet klaar voor een grootschalige overstap, maar de basisprincipes van de elektrische stadsauto stonden toen al bijzonder stevig op de wielen.

Jarretera & greiss design / Adobe Stock