De leden van het Britse koningshuis lieten zich in de jaren tachtig doorgaans veilig chauffeuren in zware voertuigen. Prinses Diana had echter een heel andere visie op mobiliteit en eiste een vlotte, onopvallende Ford voor haar privéritten.
In de stallen van Buckingham Palace stonden decennialang de meest exclusieve voertuigen geparkeerd. Leden van het Britse hof werden voor officiële bezoeken en privéritten vaak gereden in ruime modellen van Rolls Royce en Daimler. Prinses Diana had echter een uitgesproken afkeer van deze formele en opvallende manier van reizen. Zij gaf er de voorkeur aan om zelf achter het stuur te kruipen voor een snelle rit naar de winkels in Londen.
Haar eerdere autokeuze, een felrode Ford Escort cabriolet, stuitte op flinke weerstand bij de koninklijke beveiligingsdienst. Een open auto met een linnen dak bood volgens de bewakers onvoldoende privacy en nauwelijks bescherming tijdens de jaren van terroristische dreigingen in het land. De beveiliging zocht een onopvallend en veilig voertuig, waarna de keuze uiteindelijk viel op een speciaal aangepaste Ford Escort RS Turbo S1.
Een zwarte laklaag rechtstreeks uit de fabriek
De Ford Escort RS Turbo was in die tijd een geliefde en sportieve hatchback voor de autoliefhebber. De fabrikant bouwde deze snelle variant destijds uitsluitend in een witte lakkleur. Om de prinses minder te laten opvallen in het straatbeeld van Kensington, stelde de pr afdeling van Ford voor om eenmalig een compleet zwart exemplaar te spuiten. De speciale voertuigafdeling van de fabriek kreeg de opdracht om deze unieke wagen te bouwen.
Om de auto nog verder anoniem te maken voor het publiek, kreeg de neus een reguliere grille met vijf lamellen in plaats van de kenmerkende sportgrille. Ondanks deze uiterlijke aanpassingen bleef de auto in de basis een vlotte sportwagen. De blauwe RS striping en de mistlampen aan de voorzijde bleven intact, waardoor de wagen nog steeds een sportieve indruk maakte in het Britse stadsverkeer.
Twee spiegels en apparatuur in het dashboardkastje
Aan de binnenkant van de snelle Ford was subtiel zichtbaar dat de eigenaresse geen reguliere burger was. Omdat Diana liever zelf reed, nam een zwaarbewapende beveiliger van de Royal Protection Command vaak plaats op de bijrijdersstoel. Om deze agent zijn werk goed te laten doen, installeerde Ford een tweede binnenspiegel op de voorruit. Hierdoor kon de beveiliger het achteropkomende verkeer continu observeren zonder zich te hoeven omdraaien.
Daarnaast werd het dashboardkastje van de passagier volledig omgebouwd. De fabriek plaatste een krachtig communicatiesysteem in dit verborgen vak, zodat de beveiliger in direct contact stond met de centrale meldkamer in de hoofdstad. Het zware communicatieapparaat is na haar gebruiksperiode netjes verwijderd, maar de dikke stroomkabel ligt vandaag de dag nog altijd zichtbaar in het dashboardkastje als een stille getuige van deze bijzondere ritten.
Een potente turbomotor met een sportief interieur
Hoewel de auto diende als een dagelijks vervoermiddel, waren de prestaties behoorlijk opvallend voor een compacte auto uit de jaren tachtig. Onder de motorkap lag een viercilinder benzinemotor die dankzij een turbocompressor een vermogen van 132 pk leverde. Gekoppeld aan een handgeschakelde vijfversnellingsbak accelereerde de Ford in nog geen negen seconden naar honderd kilometer per uur. De topsnelheid lag net boven de tweehonderd kilometer per uur.
Mocht er zich onderweg een onveilige situatie voordoen, dan wisten de beveiligers dat de vluchtauto over voldoende vermogen beschikte om snel weg te komen uit een benarde situatie. Het interieur bood bovendien een uitstekende zitpositie dankzij de ondersteunende Recaro stoelen. Prinses Diana reed de auto met veel plezier van augustus 1985 tot en met mei 1988, waarna het voertuig met een bescheiden kilometerstand werd geretourneerd aan de fabrikant.
De opmerkelijke erfenis van een Britse volksauto
Na de koninklijke dienst in Londen belandde de unieke auto in het Britse verzamelaarscircuit. Wat deze specifieke Ford Escort zo bijzonder maakt, is het contrast tussen de bestuurder en het model. De sportieve Escort stond in die tijd vooral bekend als een auto voor de werkende klasse, terwijl het in dit geval werd bestuurd door de meest bekende vrouw ter wereld.
Tegenwoordig verkeert de klassieker nog altijd in een prachtige en originele staat. Doordat er in al die decennia bijzonder spaarzaam mee is gereden, staat de teller nog steeds op nog geen 25.000 mijl. Deze lage kilometerstand in combinatie met de fascinerende koninklijke geschiedenis en de fabrieksafwijkende kleur maken het een zeer waardevolle Ford, ver weg van de statige Rolls Royces waar het Britse koningshuis doorgaans in wordt gezien.