Pas nadat die ring jaren later werd teruggevonden, kon de coupé weg. Vice Grip Garage kreeg de 1969 Pontiac Grand Prix J daarna in handen en probeerde hem niet alleen opnieuw te starten, maar ook ongeveer 240 kilometer naar huis te rijden. Dat bleek geen romantische rit met een vergeten klassieker, maar een aaneenschakeling van noodoplossingen.
Onder DeLorean werd de Grand Prix een luxe spiercoupé
De Pontiac Grand Prix uit 1969 was geen gewone Amerikaanse tweedeurs. Onder John DeLorean kreeg het model een veel scherper profiel: een lange neus, korte achterkant, luxe interieur en een cockpitachtig dashboard dat naar de bestuurder toe was gekanteld. Het idee was een coupé met Pontiac-prestaties en de sfeer van een grote Amerikaanse luxewagen.
Onder de motorkap van deze Model J ligt vermoedelijk de 400 cubic inch V8, een 6,6-liter achtcilinder die destijds op 350 SAE gross hp werd opgegeven. Toch moet je de auto niet zeldzamer maken dan hij is. Pontiac bouwde in 1969 ruim 112.000 Grand Prix-coupés. De bijzonderheid van dit exemplaar zit dus niet in een extreem lage productie, maar in het verhaal dat eraan vastkleeft.
De trouwring die de Pontiac vasthield
Volgens de overlevering hoorde de auto ooit bij een oudere eigenaar, die hem later aan zijn dochter gaf. Zij reed er een tijd mee, tot haar trouwring ergens in het interieur verdween. Derek van Vice Grip Garage weet zelf ook niet precies waar: mogelijk tussen de stoelen, onder de middenconsole of op een andere plek waar je hem niet zomaar terugvindt.
Omdat die ring nog in de auto zat, werd de Pontiac niet weggedaan. De coupé belandde in verschillende schuren en bleef daar decennialang staan. Pas toen er spullen moesten worden opgeruimd en de ring volgens het verhaal alsnog werd gevonden, kon de auto eindelijk worden verkocht.
“Het is een echte barnfind-auto.”
Na 25 jaar bleek de motor niet het grootste probleem
Bij een auto die 25 jaar of langer stilstaat, verwacht je het ergste. Een vastgelopen motor, verrotte brandstoftank, lekkende koeling of remmen die niets meer doen. Toch was de eerste grote meevaller duidelijk: de V8 zat niet vast. Met wat olie in de cilinders en voorzichtig draaien kwam de motor weer in beweging.
Het echte probleem zat veel simpeler. De Pontiac had geen vonk. Derek vermoedt dat iemand ooit aan de ontsteking had gewerkt en de contactpunten verkeerd had afgesteld. Zeker is vooral dat de motor bij de eerste controle geen ontsteking kreeg. Na nieuwe contactpunten, bougies, kabels, rotor en verdeelkap kwam de oude V8 terug tot leven.
“Deze auto heeft helemaal geen vonk.”
Een barnfind rijdt niet zomaar weg
Dat een motor aanslaat, betekent nog niet dat een auto veilig de weg op kan. De Pontiac had oude banden, twijfelachtige remmen, een brandstofsysteem dat na decennia stilstand niet te vertrouwen was en een koelsysteem dat al snel problemen gaf. De oude tank werd daarom omzeild met een tijdelijke brandstofvoorziening in de kofferbak.
Ook de radiateur bleek weinig vertrouwen te geven. Uiteindelijk werd er een andere GM-radiateur, vermoedelijk uit een oude Chevrolet-truck, in de neus geknutseld. De remmen kregen aandacht, er kwamen nieuwe banden op en de uitlaat moest onderweg nog worden aangepakt. Het was geen restauratie, maar een noodreanimatie met één doel: genoeg techniek terugbrengen om thuis te komen.
De rit naar huis bleef een gok
De Pontiac reed uiteindelijk weer op eigen kracht, maar perfect was hij allerminst. De V8 had last van een hardnekkige misfire, het koelsysteem bleef verdacht veel druk opbouwen en het oliedruklampje bij stationair toerental was geen geruststellend teken. Onderweg waren extra ingrepen nodig aan de brandstofretour, uitlaat en oliehuishouding.
Toch haalde de Grand Prix de rit naar huis. Met vloeibaar afdichtmiddel in het koelsysteem, dikkere olie, verse banden, werkende remmen en genoeg geïmproviseerde oplossingen kwam de coupé uiteindelijk aan bij Vice Grip Garage. Niet als gerestaureerde klassieker, maar als auto die na decennia stilstand net genoeg vertrouwen had teruggewonnen.
Waarom deze Pontiac juist door zijn verhaal blijft hangen
Voor Nederlandse liefhebbers klinkt zo’n Amerikaanse klassieker aantrekkelijk. Door zijn leeftijd is een auto als deze in Nederland vrijgesteld van motorrijtuigenbelasting. Ook de APK-plicht vervalt voor auto’s van 50 jaar en ouder. Maar dat maakt een project als dit niet automatisch goedkoop, veilig of verstandig.
Juist deze Pontiac laat zien waarom een barnfind meer is dan stof en nostalgie. Een auto die zo lang stilstaat, verliest niet alleen lucht uit zijn banden. Hij verliest zijn vonk, zijn remvertrouwen, zijn koeling en vaak ook een flink deel van zijn voorspelbaarheid. De waarde van deze Grand Prix zit daarom niet in perfecte staat of extreme zeldzaamheid, maar in dat ene vreemde detail: een trouwring die een Amerikaanse coupé jarenlang in schuren vasthield.
“Dit gaat een gave auto worden.”
Daarin kreeg Derek uiteindelijk gelijk. Niet omdat de Pontiac probleemloos was, maar juist omdat hij dat niet was. Deze Grand Prix kwam terug met rook, missers, noodreparaties en een verhaal dat je niet snel bij een andere klassieker tegenkomt.