De Franse Assemblée Nationale, de Tweede Kamer van Frankrijk, stemde deze week voor een amendement dat prefecten, de regionale vertegenwoordigers van het staatsgezag, de bevoegdheid geeft om een rijbewijs preventief te schorsen bij herhaald drugsgebruik. Volgens het Franse Sud Ouest is het cruciale punt dat dit ook kan als het gebruik niets met rijden te maken had. Iemand die buiten het verkeer herhaaldelijk drugs gebruikt, kan dus zijn rijbewijs kwijtraken.
De schorsing geldt voor maximaal zes maanden, in afwachting van een rechterlijke uitspraak. Minister van Binnenlandse Zaken Laurent Nuñez verdedigde het voorstel als een manier om weggebruikers beter te beschermen. Hij wees op de 3.515 verkeersdoden in Frankrijk in 2025, waarbij drugs in ongeveer elf procent van de gevallen een rol speelden.
Felle kritiek, tot binnen de coalitie
De maatregel stuitte meteen op stevige weerstand, en niet alleen bij de oppositie. De kern van de kritiek is dat je iemand straft voor iets wat nog niet is gebeurd. Een socialistische afgevaardigde noemde het bestraffen van een overtreding die nog niet is begaan, en een collega sprak van het bestraffen van iemand voor een fout die hij zou kúnnen maken.
Zelfs binnen de regeringspartij Renaissance was de fractie verdeeld. Een van haar leden wees erop dat Frankrijk vijf miljoen cannabisgebruikers telt, en vroeg zich hardop af hoe je iemands rijbewijs kunt afnemen terwijl die persoon niet aan het rijden was.
"Je neemt iemand het rijbewijs af terwijl hij niet aan het rijden was. Er zijn in Frankrijk vijf miljoen cannabisgebruikers."
Weer een ander waarschuwde dat de maatregel volgens hem in strijd is met de grondwet en averechts zou werken, met als gevolg simpelweg meer mensen die zonder rijbewijs gaan rijden. Voorstanders brachten daartegenin dat de oorspronkelijke wet juist strenger moest, om de verkeersveiligheid beter te waarborgen.
Hoe zit dat in Nederland?
Voor de Nederlandse automobilist verandert er niets, want dit is Franse wetgeving. Toch is de vergelijking interessant, omdat de regels hier op een belangrijk punt anders liggen. In Nederland kan de politie je rijbewijs invorderen als je onder invloed van drugs achter het stuur zit, of als daar een sterk vermoeden van is. De sleutel is dus dat je daadwerkelijk hebt gereden. Puur het gebruiken van drugs, los van het verkeer, is in Nederland geen grond om je rijbewijs af te pakken.
Wel kent Nederland al langer stevige regels. Word je binnen vijf jaar twee keer veroordeeld voor rijden onder invloed, dan wordt je rijbewijs automatisch ongeldig en moet je opnieuw examen doen. Daarnaast kan het CBR een onderzoek naar je rijgeschiktheid opleggen, dat je zelf betaalt en dat al gauw meer dan 1.200 euro kost. De Nederlandse aanpak grijpt dus stevig in, maar hangt wel steeds vast aan een gedraging achter het stuur, niet aan gebruik op de bank thuis. Precies dat verschil maakt het Franse voorstel zo omstreden.
Een debat dat niet ophoudt bij de grens
De Franse discussie raakt aan een vraag die in veel landen speelt: hoe ver mag een overheid gaan om de weg veiliger te maken, en waar botst dat met de rechten van mensen die nog niets fout deden achter het stuur? De voorstanders zien een instrument om risicobestuurders vroeg van de weg te halen. De tegenstanders zien een straf voor een daad die nog niet is gepleegd.
Of het Franse voorstel de eindstreep haalt, is nog niet zeker, want de definitieve wet moet nog verder door het parlement. Maar het laat wel zien hoe gevoelig de combinatie van drugs, rijbewijs en verkeersveiligheid ligt. Het is een afweging tussen veiligheid en vrijheid waar ook Nederland vroeg of laat een keer een mening over zal moeten vormen.