Er is een veelzeggende grens overschreden. Voor het eerst in de geschiedenis zijn er op de Britse wegen meer bestuurders betrapt met illegale drugs in hun bloed dan met te veel alcohol. Volgens cijfers van verkeersveiligheidsorganisatie IAM RoadSmart, gebaseerd op data van de Britse rijbewijsinstantie, kwamen de drugsovertredingen in 2025 uit op ruim 30.000, tegen bijna 29.800 voor alcohol.
Waar het aantal alcoholzaken de afgelopen jaren daalde, schoot dat van drugs met 28 procent omhoog. De cijfers worden nog verontrustender als je naar de leeftijden kijkt. Jongeren tussen 17 en 24 jaar vormen slechts zes procent van alle rijbewijsbezitters, maar zijn verantwoordelijk voor bijna een vijfde van alle drugsovertredingen.
En van iedereen die langs de kant op drugs wordt getest, blijkt ongeveer de helft ook echt onder invloed. Bij alcoholcontroles is dat maar zestien procent. Precies over deze cijfers schreef Clarkson zijn wekelijkse column in het Britse The Sunday Times, en hij komt tot een even simpele als ongemakkelijke conclusie.
De verklaring die niemand hardop zegt
Politici en experts reageren zoals altijd, merkt Clarkson met zijn bekende cynisme op: met ernstige gezichten roepen dat er iets moet gebeuren en dat de politie meer bevoegdheden moet krijgen. Maar volgens hem raakt dat de kern niet. Wie na een feestje besluit toch achter het stuur te kruipen, ligt niet wakker van strengere regels.
Het echte probleem is volgens Clarkson de beschikbaarheid, en vooral de prijs. Toen hij jong was, vertelt hij, waren drugs simpelweg nauwelijks te krijgen. Vandaag de dag is dat totaal anders. En dan komt zijn scherpste observatie, eentje die de discussie op zijn kop zet.
"We horen steeds dat jongeren niet meer drinken. Natuurlijk doen ze dat niet. In Londen kost een fatsoenlijke joint tussen de drie en vijf pond. Een pint is al gauw het dubbele."
Volgens Clarkson drinken jongeren dus niet minder uit deugdzaamheid, maar simpelweg omdat drugs goedkoper zijn geworden dan bier. En de reden dat een biertje zoveel duurder is, is volgens hem al even ontnuchterend: wie drugs maakt en verkoopt, betaalt geen belasting, en wie bier maakt en verkoopt, betaalt die juist in grote hoeveelheden.
Van spotter tot provocateur
Wat volgt is een klassieke Clarkson-wending. De man die naar eigen zeggen nooit een voorstander is geweest van het legaliseren van drugs, betoogt vervolgens precies dat. Zijn redenering: nu die middelen tóch overal en spotgoedkoop verkrijgbaar zijn, kan de overheid ze net zo goed legaliseren, laten produceren en verkopen, en er belasting op heffen.
In Groot-Brittannië zou het volgens hem gaan om een markt van 9,4 miljard pond (omgerekend zo'n 11 miljard euro), geld dat nu volledig onbelast in het criminele circuit verdwijnt. Het is een provocatie die je van Clarkson kunt verwachten, en hij is er zelf ook niet gerust op. Hij schrijft met afschuw te denken aan dorpen en steden die straks naar wiet ruiken, zoals hij dat in Amerikaanse steden heeft geroken.
Toch stelt hij de vraag hardop: wat heb je liever, een graantje meebelasting van die miljardenmarkt, of een vermogensbelasting? Het is nadrukkelijk zijn eigen, omstreden mening, en niet bepaald het standpunt van iedereen die zich met verkeersveiligheid bezighoudt. Maar het dwingt wel tot nadenken.
Waarom dit ook voor Nederland telt
De column gaat over Groot-Brittannië, maar het onderwerp speelt breder. Ook in Nederland is drugs in het verkeer een groeiende zorg, en de politiek worstelt met de vraag hoe je het aanpakt. In Frankrijk ligt zelfs een omstreden voorstel op tafel om rijbewijzen preventief te schorsen bij herhaald drugsgebruik, nog voordat iemand ook maar heeft gereden. De onderliggende trend, drugs die goedkoper, makkelijker verkrijgbaar en daardoor gewoner worden, stopt niet bij de Nederlandse grens.
En dan is er nog de nuchtere kern waar het Clarkson uiteindelijk om gaat: de veiligheid op de weg. Al zijn grappen en provocaties ten spijt, sluit hij af met een observatie waar weinig op af te dingen valt, en die precies de vinger op de zere plek legt.
"Ik wil geen van beide overtredingen bagatelliseren, maar als ik ergens rijd, is het al zorgelijk als de tegenligger twee pintjes op heeft. Maar als hij twee gram op heeft, is dat ronduit angstaanjagend."
Daarmee raakt hij, achter alle spot, de enige vraag die er op de weg echt toe doet. Niet of iemand zijn feestje betaalbaar hield, maar of de bestuurder die op je afkomt nog wel in staat is om te remmen.