Volgens een nieuwe studie van EIT Urban Mobility, uitgevoerd door onderzoeksbureau e:misia in opdracht van onder meer Transport for London, verliest een personenautoband over zijn hele leven ongeveer tien procent van zijn massa. Bij een gangbare band van zeven tot twaalf kilo komt dat neer op 0,6 tot 1,5 kilo rubber. Per band, en een auto heeft er vier.
Tel dat op over een heel wagenpark en de getallen worden duizelingwekkend. Alleen al in Londen komt jaarlijks zo'n 8.000 ton bandenmateriaal vrij. Voor Nederland schat het RIVM de uitstoot door bandenslijtage op duizenden tonnen microplastics per jaar; daarmee zijn autobanden hier de grootste bron van microplastics, groter dan plastic afval of de industrie.
Van vluchtstrook tot vissenkieuw
Het opvallendste aan al dat rubber: het meeste zie je nooit meer terug. Slechts twee tot vijf procent wordt fijnstof dat in de lucht zweeft en ingeademd kan worden. De overige 95 tot 97 procent belandt op en naast de weg, waar regen het naar sloten, rivieren en de bodem spoelt. Volgens het RIVM eindigt zo'n tachtig procent van alle microplastics uiteindelijk in de bodem.
Daar blijft het niet zonder gevolgen. Wereldwijd zijn banden goed voor ruim een derde van alle microplastics die in het milieu terechtkomen. En één afbraakstof uit bandenrubber, bekend als 6PPD-quinone, blijkt regelrecht dodelijk voor zalm en forel. Het spul ontstaat als een beschermmiddel in het rubber reageert met de buitenlucht en wordt via wegwater ook door plantenwortels opgenomen.
De uitlaat is bijna schoon, en dan?
Decennialang draaide de discussie over auto's en luchtkwaliteit om de uitlaat. Die strijd is grotendeels gestreden: in Londen komt inmiddels 88 procent van het fijnstof uit wegverkeer níét meer uit de uitlaat, maar van remmen, banden en wegdek. De onderzoekers verwachten dat de uitlaat richting 2050 vrijwel volledig uit de statistieken verdwijnt, terwijl banden en wegdek dan samen bijna tachtig procent van het fijnstof uit verkeer leveren.
Elektrische auto's spelen daarin een dubbelrol. Ze schrappen de uitlaat en produceren dankzij regeneratief remmen tot 83 procent minder remstof, maar hun extra gewicht zorgt voor circa twintig procent meer bandenslijtage, zoals we in een eerder artikel al uitzochten. Per saldo blijft elektrisch volgens de studie gunstiger voor de luchtkwaliteit, zolang minimaal vijftien procent van de kilometers in de stad wordt gereden.
Waarom de stad en de zomer de grootste slijters zijn
Hoeveel rubber een band verliest, hangt sterk af van waar en hoe je rijdt. In de stad, met al dat optrekken, remmen en insturen, ligt de slijtage per kilometer tot ruim vijf keer hoger dan op de snelweg. Wie sportief rijdt, maalt zijn banden dus letterlijk sneller tot stof.
Ook het weer doet mee. Onder de twintig graden blijft de slijtage vrij constant, maar daarboven neemt die toe met zo'n 2,7 procent per graad. Warmere zomers betekenen dus meer rubber in de berm, een effect dat volgens de onderzoekers alleen maar groter wordt.
Brussel pakt de band aan, jij de pomp
Er komt wel beweging in. Onder Euro 7 gelden vanaf 29 november 2026 voor het eerst limieten voor remstof bij nieuwe automodellen, en vanaf medio 2028 volgen grenzen aan bandenslijtage. Die regels gelden alleen voor nieuwe auto's, dus het duurt volgens de studie tientallen jaren voordat het volledige effect zichtbaar is. Yoann Le Petit van EIT Urban Mobility pleit daarom voor meer dan regels alleen.
"Alleen een gecoördineerde aanpak, met regelgeving, innovatie en gedragsverandering, is effectief tegen deze onderschatte vorm van vervuiling. Steden hebben de kans om het verschil te maken."
Tot die tijd kun je zelf iets doen, en het is verrassend simpel. Volgens het RIVM levert het op spanning houden van je banden het grootste reductiepotentieel op: een zachte band slijt sneller en verliest dus meer rubber. De pomp bij het tankstation is daarmee ineens een milieumaatregel. En je banden gaan er ook nog eens langer mee mee, dus je portemonnee doet gewoon mee met het goede doel.