Cult

Het champagnespuiten begon bij één man: zijn zelfgebouwde F1-auto finishte bijna nooit, maar kan nu 9 miljoen opleveren

Je hebt het duizend keer gezien: de winnaar die zijn champagne leegspuit over het podium. Dat ritueel bestaat nog geen zestig jaar. Eén man bedacht het, in dezelfde zomer waarin hij zelf een raceauto bouwde. Die auto komt nu onder de hamer.

Nick ter Arkel
3 minuten
RM Sotheby’s
Blauwe AAR Eagle Formule 1-auto met startnummer 6 naast Enzo Ferrari die de auto bekijkt.

In juni 1967 beleefde de Amerikaan Dan Gurney een reeks die vrijwel niemand hem ooit nadeed. Binnen zes weken kwalificeerde hij als tweede voor de Indianapolis 500, won hij de 24 uur van Le Mans samen met A.J. Foyt in een Ford, en pakte hij een week later een Grand Prix-zege. De Le Mans-winst is tot op de dag van vandaag de enige keer dat een volledig Amerikaans duo in een Amerikaanse auto won.

Op dat podium in Frankrijk greep Gurney zijn fles Moët en spoot in een opwelling iedereen nat die in de buurt stond: zijn teamgenoot, teambaas Carroll Shelby, zelfs Ford-topman Henry Ford II. Niemand had door dat er een wereldwijde traditie werd geboren. De organisatie van de 24 uur van Le Mans houdt het moment nog altijd in ere als het eerste in zijn soort.

"Ik had totaal niet door dat ik een traditie startte die de hele wereld zou overnemen."

Dan Gurney, over het eerste champagnemoment op Le Mans, 1967

Een week later versloeg hij Ferrari met een auto van eigen hand

Zeven dagen na Le Mans stond Gurney op Spa-Francorchamps, en daar deed hij iets wat nog altijd uniek is. Hij won de Grand Prix van België in een Formule 1-auto van zijn eigen team, All American Racers. Die overwinning staat nog steeds te boek als de enige F1-zege ooit voor een in de Verenigde Staten gebouwde auto, en de eerste voor een Amerikaanse constructeur sinds 1921. Gurney is bovendien een van slechts drie mannen die ooit een Grand Prix wonnen in een auto die ze zelf hadden gebouwd, naast Jack Brabham en Bruce McLaren.

Die zege reed hij in de lichtste van de Eagles, chassis 104. De auto die nu te koop staat is het zustermodel, chassis 103, gebouwd volgens hetzelfde recept en aangedreven door dezelfde bijzondere motor. Van de handvol Eagles met die twaalfcilinder zijn er nog maar twee in particuliere handen.

Zijaanzicht van de blauwe AAR Eagle met gepolijste uitlaten en snavelvormige neus. Beeld: RM Sotheby's.
De zelfgebouwde Eagle in vol profiel, met de kenmerkende snavelneus en gepolijste uitlaatpijpen.

Misschien wel de mooiste raceauto ooit gemaakt

De Eagle Mk1 geldt in autoland breed als een van de mooiste Grand Prix-auto's die ooit zijn gebouwd. Dat komt door de kenmerkende snavelvormige neus, de diepblauwe kleur met witte streep en de glanzende, gepolijste uitlaatpijpen. Onder de motorkap lag een op maat gemaakte Weslake V12 van drie liter, goed voor zo'n 390 pk bij 10.500 toeren en met een gil die je niet snel vergeet. Het ontwerp kwam uit Californië, de auto's werden in elkaar gezet in het Engelse plaatsje Rye.

Maar achter die schoonheid ging een aaneenschakeling van pech schuil. Van de vijftien Grands Prix die het team startte, werden er maar twee uitgereden. Ook chassis 103 draagt een zweem van weemoed: het was in deze auto dat Richie Ginther in Monaco zijn allerlaatste optreden als coureur beleefde. Hij kwalificeerde zich niet en zette per direct een punt achter zijn loopbaan. Later reed de Italiaan Ludovico Scarfiotti er nog mee op Monza. Het beste resultaat van de auto was een derde plaats in de stromende regen tijdens de Grand Prix van Canada, waar Gurney twee keer stopte voor een schone racebril.

Cockpit van de Eagle met houten stuur, leren kuip en toerenteller tot 12.000. Beeld: RM Sotheby's.
De kale cockpit van chassis 103, met een toerenteller die doorloopt tot boven de 10.000 toeren.

Zeven tot negen miljoen voor een auto die zelden finishte

Veilinghuis RM Sotheby's schat de opbrengst op 7 tot 9 miljoen dollar, omgerekend zo'n 6 tot 8 miljoen euro. De verkoop verloopt via gesloten biedingen, dus een definitieve hamerprijs is er nog niet. Het gaat vooralsnog om een verwachting, niet om een resultaat.

Waarom dan zoveel geld voor een auto die bijna nooit de finish haalde? Omdat de waarde niet in de uitslagen zit, maar in het verhaal. Dit is de auto van Dan Gurney, overleden in 2018, van het merk dat deed wat geen andere Amerikaanse F1-auto lukte. Dezelfde man gaf de racerij trouwens nog een tweede blijvend cadeau naast de champagne: het kleine opstaande randje op autovleugels dat de neerwaartse druk vergroot, heet naar hem de Gurney-flap.

Het aandenken aan een onmogelijke zomer

De champagnefles van Le Mans belandde uiteindelijk weer bij Gurney zelf, jaren later teruggegeven door de fotograaf die het moment vastlegde. Deze auto is het andere overblijfsel van die ene zomer, toen alles wat hij aanraakte leek te lukken en tegelijk zo vaak stukliep.

En daar zit de wrange schoonheid van dit verhaal. Het champagnespuiten kopiëren ze nog steeds, over de hele wereld, terwijl bijna niemand nog weet wie het bedacht. En de auto die zijn belofte nooit helemaal inloste, is straks meer waard dan vrijwel alles waarmee die man ooit won.

NL Beeld / PA Images, Tim Scott / Fluid Images ©2026 Courtesy of RM Sotheby's