Auto-industrie

BMW en Toyota tanken volledig hernieuwbare benzine, maar Brussel wil de bon zien

Twintig gewone auto’s van BMW, Toyota en Lexus rijden zes maanden door Spanje op Repsol Nexa 95, een benzine die volgens de fabrikant volledig uit hernieuwbare bronnen wordt gemaakt. Aan motoren, brandstoftanks en bestaande pompinstallaties hoeft niets te worden aangepast.

Nick ter Arkel
3 minuten
BMW
Toyota
benzine
Tankpistool met Repsol Nexa 95 in de vulopening van een BMW.

Toch zit de belangrijkste proef niet onder de motorkap. Bosch legt van iedere tankbeurt een digitaal dossier aan. Daarmee willen de merken bewijzen dat de auto’s uitsluitend hernieuwbare benzine gebruiken en vooral aantonen dat zo’n systeem later controleerbaar is voor Europese beleidsmakers.

Twintig gewone auto’s, geen aangepaste motor

De pilot begon begin juli en duurt zes maanden. De vloot bestaat uit ongeveer twintig bestaande personenauto’s van Toyota, Lexus en BMW. Welke modellen en motoren precies meedoen, maken de bedrijven niet bekend. Ook het aantal kilometers dat de voertuigen moeten afleggen, ontbreekt in het persbericht.

De auto’s tanken Repsol Nexa 95, benzine van volledig hernieuwbare oorsprong die in Spanje wordt geproduceerd. Volgens Repsol kan de brandstof zonder technische aanpassingen worden gebruikt in iedere benzineauto of hybride. De bestaande tankwagens, opslagtanks en pompen hoeven evenmin te worden verbouwd.

De echte proef begint bij de betaalpas

Bosch gebruikt voor het project zijn Digital Fuel Twin. Dat systeem combineert gegevens uit de auto met informatie van het tankstation en transacties via tankpassen. Zo moet voor ieder voertuig een controleerbare brandstofgeschiedenis ontstaan, waarbij iedere getankte liter aan de juiste auto kan worden gekoppeld.

“Daarmee kunnen we hernieuwbare brandstoffen betrouwbaar volgen en verifiëren vanaf het moment dat ze op de markt komen tot aan de eindgebruiker.”

Dr. Marko Babic, verantwoordelijk voor de Digital Fuel Twin bij Bosch

Die administratie is nodig omdat het persbericht geen technische blokkade noemt die gewone benzine onmogelijk maakt. De deelnemende auto’s blijven bestaande benzinemodellen en zouden technisch dus ook fossiele Euro 95 kunnen verdragen. Niet de motor, maar de digitale registratie moet bewijzen dat dit tijdens de proef niet gebeurt.

Hernieuwbaar betekent niet uitstootvrij

De term 100 procent hernieuwbare benzine kan gemakkelijk de indruk wekken dat er geen CO₂ meer uit de uitlaat komt. Dat klopt niet. De motor blijft brandstof verbranden en produceert daarbij nog altijd CO₂ en andere uitlaatgassen. Het verschil zit in de oorsprong van de koolstof en de berekening over de volledige productieketen.

Repsol claimt dat Nexa 95 over die hele keten ruim 70 procent minder netto CO₂ veroorzaakt dan conventionele benzine. Dat is een bedrijfsclaim en nog geen uitkomst van deze pilot. De precieze receptuur wordt bovendien niet openbaar gemaakt. Daarom is het te kort door de bocht om Nexa 95 simpelweg e-fuel, synthetische benzine of benzine van frituurvet te noemen.

Dertig tankstations zijn nog geen Europese doorbraak

Repsol produceert de benzine op industriële schaal in Tarragona. Nexa 95 was begin 2026 bij dertig Spaanse tankstations verkrijgbaar. Daarmee bestaat er al een werkende keten van fabriek tot pomp, maar van brede Europese beschikbaarheid is nog geen sprake.

BMW stelt dat de pilot moet aantonen dat hernieuwbare brandstoffen vandaag al op grote schaal kunnen worden ingezet. Met twintig auto’s, zes maanden en dertig verkooppunten is die conclusie voorlopig te stevig. De proef kan aantonen dat een kleine vloot technisch en administratief functioneert, maar zegt nog weinig over de literprijs, Europese productiecapaciteit en beschikbaarheid voor miljoenen automobilisten.

De rit is vooral bedoeld voor Brussel

BMW, Toyota, Bosch en Repsol zeggen openlijk dat zij de gegevens met Europese beleidsmakers willen delen. Ze pleiten voor erkenning van voertuigen die uitsluitend op goedgekeurde hernieuwbare brandstoffen rijden. Binnen de industrie worden die auto’s VEEF genoemd, een afkorting voor Vehicles running Exclusively on Eligible Fuels.

Die categorie heeft nog geen automatische plek in de huidige Europese regels. De bestaande wet verlangt vanaf 2035 een reductie van 100 procent van de gemiddelde uitlaat-CO₂ van nieuwe personenauto’s en bestelwagens. De Europese Commissie heeft inmiddels voorgesteld dat te versoepelen naar 90 procent, waarbij de resterende uitstoot onder meer met e-fuels en biobrandstoffen kan worden gecompenseerd. Dat is vooralsnog een voorstel, geen definitief aangenomen regel.

Voor Nederland blijft de pomp voorlopig leeg

Voor Nederlandse automobilisten verandert er door deze proef nog niets. De betrokken bedrijven noemen geen Nederlandse introductiedatum, geen prijs per liter en geen plannen om Nexa 95 hier op korte termijn aan te bieden. Ook is niet duidelijk of de brandstof uiteindelijk betaalbaar en in voldoende hoeveelheden geproduceerd kan worden.

De pilot is daarom geen bewijs dat de benzinemotor definitief is gered. Hij onderzoekt vooral of iedere hernieuwbare liter sluitend kan worden gevolgd en later kan meetellen binnen Europese regelgeving. De motor lijkt daarmee het eenvoudigste onderdeel van de proef. De echte hindernissen staan bij de pomp, in de administratie en uiteindelijk in Brussel.