De historische krantenkop deed alsof Ford 10 miljoen dollar weggaf. Zelf noemde hij het winstdeling. De timing was geen toeval: de lopende band maakte de Model T goedkoper, maar het werk zo eentonig dat Ford moeite had om zijn fabriek bezet te houden.
Vijf dollar per dag zette Detroit op zijn kop
Ford kondigde begin 1914 aan dat kwalificerende arbeiders voortaan tot 5 dollar per dag konden ontvangen. Het laagste dagloon lag daarvoor rond 2,34 dollar. Volgens een reportage van The New York Times uit 1914 verschenen ongeveer 10.000 werkzoekenden bij de fabriek in Highland Park.
Naast hen moesten die dag ongeveer 15.000 bestaande werknemers naar binnen. Toen veel werkzoekenden ondanks waarschuwingen bleven wachten, rukte de politie uit. Er werd zelfs gedreigd een brandslang te gebruiken om de menigte uiteen te drijven. Zoveel aantrekkingskracht had het nieuwe bedrag.
Ford gaf geen 10 miljoen dollar cadeau
De spectaculaire krantenkop vertelde maar een deel van het verhaal. Ford benadrukte dat het niet om liefdadigheid of een gewone loonsverhoging ging. Hij wilde ongeveer de helft van de verwachte jaarwinst via de wekelijkse loonbetaling onder geschikte werknemers verdelen.
Ford schatte dat daarvoor 10 tot 12 miljoen dollar beschikbaar zou komen. Dat bedrag stond niet vooraf vast. Wanneer de winst lager uitviel, zou ook minder worden verdeeld. De beroemde vijf-dollar-dag bestond bovendien uit het normale loon en een aanvullend deel waarvoor werknemers moesten kwalificeren.
De lopende band versleet niet alleen onderdelen
Ford had met de bewegende productielijn een ongekend efficiënte fabriek gebouwd. Iedere arbeider voerde slechts enkele handelingen uit voordat het volgende onderdeel verscheen. Daardoor konden auto’s veel sneller en goedkoper worden geproduceerd.
Voor de mensen aan de lijn was het werk zwaar en extreem repetitief. Werknemers bleven weg of vertrokken snel, waardoor Ford voortdurend vervangers moest aannemen en opleiden. Volgens Barron’s bedroeg het jaarlijkse personeelsverloop in 1913 ongeveer 370 procent. Meer betalen was daarom niet alleen sociaal beleid, maar ook een poging om rust te brengen in een fabriek die haar personeel in hoog tempo verloor.
Wie het volledige bedrag wilde, kreeg thuis controle
Aan het aanvullende inkomen hing een ongemakkelijke voorwaarde. Fords sociale afdeling onderzocht of werknemers volgens de normen van het bedrijf een ordelijk leven leidden. Daarbij werd gekeken naar drankgebruik, gokken, sparen, woonomstandigheden en de gezinssituatie. Opvallend genoeg presenteerde Ford zichzelf tegelijkertijd als tegenstander van bemoeizucht.
“Wij geloven niet in bevoogding. We beschouwen onze werknemers als onafhankelijke mensen.”
In de praktijk reikte de invloed van het bedrijf wel degelijk tot achter de voordeur. Wie niet aan Fords verwachtingen voldeed, kon het aanvullende deel van zijn inkomen mislopen. Het vooruitstrevende loon was daardoor niet alleen een beloning, maar ook een krachtig middel om het gedrag van werknemers te sturen.
De kortere werkdag hielp ook de fabriek
Ford verkortte de dagelijkse dienst van negen naar acht uur. Arbeiders kregen daardoor meer vrije tijd, maar het bedrijf kon een etmaal voortaan precies opdelen in drie diensten. Machines, ovens en productielijnen konden vrijwel onafgebroken blijven draaien.
De maatregel wordt soms verward met de vijfdaagse werkweek. Die volgde bij Ford pas in 1926. In 1914 ging het om kortere diensten, hogere mogelijke inkomsten en een productiesysteem dat dag en nacht efficiënter kon worden benut.
Een sociale uitspraak met een zakelijke keerzijde
Ford presenteerde het hogere inkomen als een manier om de welvaart eerlijker te verdelen. Hij vond dat arbeiders genoeg moesten verdienen om fatsoenlijk te leven en hun gezin te onderhouden. In zijn interview met The New York Times vatte hij die gedachte opvallend scherp samen.
“Ik geloof dat het beter is voor het land, en veel beter voor de mensheid, dat 20.000 tot 30.000 mensen tevreden en goed gevoed zijn dan dat er een paar miljonairs bijkomen.”
Achter die sociale uitspraak zat ook een harde zakelijke berekening. Ford verwachtte loyalere, productievere en beter inzetbare werknemers, terwijl zijn bedrijf via de beloningsregeling invloed kreeg op hun privéleven. Het vijf-dollarprogramma was daardoor tegelijk sociale vooruitgang, een oplossing voor een personeelsprobleem en een vergaand controlemiddel.