Auto-industrie

Mercedes heeft pijnlijke boodschap voor personeel en prijst fabriek in Hongarije

Mercedes bouwt in Hongarije verder aan zijn grootste Europese fabriek. De kosten liggen er veel lager en steeds belangrijkere modellen verhuizen die kant op. Voor het Duitse personeel volgt ondertussen een boodschap die rechtstreeks in vrije tijd en inkomen ingrijpt.

Nick ter Arkel
4 minuten
Mercedes-Benz
Duitse auto-industrie
Mercedes-medewerker werkt aan een auto op de productielijn naast het logo van de fabriek in Kecskemét.

Mercedes wil dat werknemers meer uren maken zonder dat hun salaris evenredig meestijgt. Volgens productiechef Michael Schiebe is dat nodig om Duitse banen te beschermen. Komt er geen akkoord met de vakbonden, dan kan meer werk naar het buitenland verdwijnen. In een uiterst scenario noemt hij zelfs de sluiting van Duitse fabrieken.

Hongarije wordt veel meer dan een goedkope fabriek

Mercedes heeft ongeveer één miljard euro geïnvesteerd in de uitbreiding van zijn fabriek in Kecskemét, ongeveer negentig kilometer ten zuidoosten van Boedapest. Het terrein groeide van 200 naar 440 hectare en kreeg onder meer nieuwe hallen voor carrosseriebouw en assemblage, een lakstraat en een eigen batterijassemblage. Daarmee wordt Kecskemét de grootste Mercedes-fabriek van Europa.

De fabriek bouwde jarenlang vooral compactere modellen, maar krijgt nu een belangrijkere rol. De nieuwe elektrische C-Klasse rolt er inmiddels van de band. De elektrische GLC kan er later naast Bremen worden geproduceerd, afhankelijk van de vraag. De toekomstige kleinere G-Klasse wordt zelfs uitsluitend aan Kecskemét toegewezen. Daarmee verhuist niet simpelweg productiecapaciteit, maar ook een deel van de toekomst van het merk naar Hongarije.

Vijf uur extra werken voor hetzelfde salaris

In Duitsland is bij veel werknemers van Mercedes de cao-week van 35 uur gebruikelijk. De directie wil dat medewerkers langer werken zonder dat hun salaris evenredig meestijgt. Mercedes noemt dat een manier om de kosten per gewerkt uur te verlagen. De discussie raakt niet alleen mensen aan de productielijn, maar ook medewerkers in ontwikkeling, verkoop en administratie.

De terugkeer naar een werkweek van 40 uur ligt daarbij nadrukkelijk op tafel. Dat zou neerkomen op vijf uur extra werk per week, zonder automatische looncompensatie. Mercedes heeft de maatregel nog niet definitief ingevoerd en moet erover onderhandelen met de werknemersvertegenwoordiging. Volgens IG Metall gingen begin juli ongeveer 33.000 Mercedes-medewerkers de straat op tegen de bezuinigingsplannen en de aantasting van bestaande arbeidsvoorwaarden.

“We moeten meer werken zonder het loon aan te passen.”

Michael Schiebe, productiechef van Mercedes-Benz, in Handelsblatt

Een gewerkt uur kost daar minder dan een derde

Waarom Mercedes naar Hongarije wijst, wordt duidelijk bij de arbeidskosten. Een gewerkt uur in de Duitse industrie kostte een werkgever in 2025 gemiddeld 49,50 euro. In Hongarije was dat 15,60 euro. Dat is bijna 34 euro minder per uur en ongeveer 68 procent lager. Het gaat om landelijke gemiddelden voor de industrie, niet om de precieze loonkosten in de Mercedes-fabrieken.

Schiebe zegt in een interview met Handelsblatt dat werknemers in Hongarije meer arbeidsuren beschikbaar stellen en dat het ziekteverzuim er aanzienlijk lager ligt. Mercedes heeft geen vergelijkbare fabrieksspecifieke cijfers openbaar gemaakt waarmee die uitspraken onafhankelijk kunnen worden gecontroleerd. Ze moeten daarom worden gelezen als argumenten van de productiechef in een arbeidsconflict, niet als bewijs dat Hongaarse medewerkers simpelweg harder werken.

Mercedes zegt Duitsland niet te willen opgeven

De boodschap van Schiebe is dubbel. Aan de ene kant benadrukt hij dat Mercedes zijn Duitse fabrieken nodig heeft. Sindelfingen heeft bijvoorbeeld veel ervaring met de complexe productie van dure modellen als de S-Klasse. Bremen is sterk geautomatiseerd en bouwt verschillende uitvoeringen van de GLC. Volgens de productiechef gaat het daarom niet om een keuze tussen Hongarije en Duitsland.

Aan de andere kant maakt Mercedes zijn fabrieken bewust uitwisselbaarder. De elektrische GLC kan straks zowel in Bremen als in Kecskemét worden gebouwd. Wanneer kosten, vraag of andere omstandigheden veranderen, kan het concern de productie sneller verschuiven. Die flexibiliteit beschermt Mercedes als geheel, maar zorgt er ook voor dat Duitse fabrieken gemakkelijker met een veel goedkopere locatie worden vergeleken.

Sluiting is nog geen besluit, maar wel een waarschuwing

Wanneer Mercedes en de vakbonden geen compromis bereiken, zou volgens Schiebe meer werkgelegenheid naar het buitenland moeten verhuizen. In een “heel extreem scenario” kunnen volgens hem zelfs Duitse fabrieken sluiten. Hij zegt er direct bij dat Mercedes dat juist wil voorkomen en productie in Duitsland wil behouden.

Dat onderscheid is belangrijk. Mercedes heeft geen Duitse fabriek aangewezen die dicht moet en er ligt geen concreet sluitingsbesluit. De uitspraak laat vooral zien hoe hoog de directie de druk opvoert voordat de onderhandelingen beginnen. De ondernemingsraad werpt tegen dat langer werken weinig oplost wanneer sommige fabrieken onvoldoende werk hebben. Volgens de werknemersvertegenwoordiging legt Mercedes de rekening daarmee te gemakkelijk bij het personeel.

De Duitse ster komt steeds vaker uit Hongarije

Voor kopers verandert de kwaliteit van een Mercedes niet automatisch omdat de auto in Hongarije wordt gebouwd. Mercedes gebruikt dezelfde digitale productiesystemen en koppelt de fabrieken juist aan elkaar om modellen volgens dezelfde processen op meerdere locaties te kunnen produceren. Ook belangrijke onderdelen, waaronder batterijen en carrosseriedelen, worden in Kecskemét zelf gemaakt.

De opvallendste verandering zit in de herkomst. Een elektrische C-Klasse, GLC of kleinere G-Klasse met een uitgesproken Duits imago kan straks uit Hongarije komen. Voor Mercedes levert dat een veel goedkopere productiebasis op. Voor Duitse werknemers betekent het dat hun fabriek niet langer alleen met de vestiging aan de andere kant van het land concurreert, maar met een locatie waar een gewerkt uur minder dan een derde kost.