Auto-industrie

Mercedes wil personeel langer laten werken voor hetzelfde loon, terwijl één fabriek juist verdubbelt

Op 3 juli klonken bij Duitse Mercedes-fabrieken fluitjes, ratels en boze leuzen. Tien dagen later werd topman Ola Källenius in Hongarije juist met muziek en applaus ontvangen. Het contrast laat zien hoe ingrijpend Mercedes zijn Europese productie momenteel verlegt.

Nick ter Arkel
4 minuten
Mercedes-Benz
Ola Källenius
Duitse auto-industrie
Medewerkers controleren een elektrische Mercedes C-Klasse in de fabriek van Kecskemét

In Duitsland ligt langer werken voor hetzelfde maandloon op tafel. De fabriek in Kecskemét wordt ondertussen groter, goedkoper en belangrijker. Niet alleen compacte instapmodellen verhuizen naar Hongarije. Ook de auto’s waarmee Mercedes zijn toekomst wil veiligstellen, rollen er voortaan van de band.

Vijf uur extra werken voor hetzelfde maandloon

Mercedes spreekt intern over een productiviteitsoffensief. Een belangrijk voorstel is dat Duitse medewerkers langer gaan werken zonder dat hun maandloon evenredig meestijgt. Voor veel werknemers geldt nu een werkweek van 35 uur. Een terugkeer naar 40 uur zou dus vijf extra arbeidsuren per week betekenen.

De maatregel is nog niet ingevoerd en moet met de werknemersvertegenwoordiging worden besproken. Ook cao-uitkeringen en andere toeslagen staan ter discussie. Volgens IG Metall protesteerden begin juli meer dan 33.000 Mercedes-medewerkers bij vestigingen door heel Duitsland tegen de plannen.

"We moeten meer werken zonder het loon aan te passen."

Michael Schiebe, productiedirecteur Mercedes-Benz

Hongarije krijgt niet langer alleen de instapmodellen

De fabriek in Kecskemét bouwde jarenlang vooral compactere Mercedessen, waaronder de A-Klasse en GLB. De rol van de vestiging verandert nu fundamenteel. Sinds juli wordt er ook de volledig elektrische C-Klasse gebouwd, het eerste elektrische model uit het belangrijke middensegment dat Mercedes daar produceert.

Daar blijft het niet bij. De elektrische GLC kan straks zowel in Bremen als in Kecskemét worden gebouwd. Mercedes kan de productie daardoor verdelen op basis van vraag en beschikbare capaciteit. De toekomstige compactere uitvoering van de G-Klasse wordt zelfs uitsluitend aan de Hongaarse fabriek toegewezen. Daarmee krijgt Kecskemét modellen die veel belangrijker zijn dan de relatief goedkope instapauto’s waarmee de vestiging begon.

Een gewerkt uur kost er minder dan een derde

De economische reden achter de verschuiving is nauwelijks te missen. Volgens het onderzoek van Handelsblatt kost een gewerkt uur in de Duitse industrie gemiddeld 49,50 euro. In Hongarije gaat het om 15,60 euro. Dat verschil loopt bij een fabriek met duizenden medewerkers snel op tot honderden miljoenen euro’s.

Die bedragen zijn geen salarissen die werknemers op hun loonstrook ontvangen. Het zijn gemiddelde arbeidskosten voor werkgevers, inclusief loon en bijkomende kosten zoals werkgeverspremies. Bovendien gaat het om landelijke gemiddelden voor de industrie en niet om de werkelijke kosten bij één specifieke Mercedes-fabriek.

Mercedes rekent volgens Handelsblatt met totale productiekosten die in Hongarije tot 70 procent lager kunnen liggen dan in Duitsland. Daarin tellen ook energie, langere werktijden, benutting van machines en logistiek mee. De exacte berekening heeft Mercedes niet openbaar gemaakt en kan daardoor niet onafhankelijk worden nagerekend.

De fabriek wordt ruim twee keer zo groot

Mercedes investeerde binnen zijn bedrijfsplan voor 2022 tot en met 2026 ongeveer één miljard euro in Kecskemét. De oppervlakte van de fabriek groeide van 200 naar 440 hectare. Er kwamen nieuwe hallen voor carrosseriebouw en assemblage, een tweede perserij, een nieuwe lakstraat en een eigen batterijassemblage.

De jaarlijkse productiecapaciteit stijgt naar maximaal 400.000 auto’s. Op dit moment werken er meer dan 5.000 mensen. Dat maakt Kecskemét niet alleen de grootste autofabriek van Hongarije, maar ook een van de belangrijkste locaties in het wereldwijde netwerk van Mercedes.

Die groei staat niet op zichzelf. Mercedes wil zijn totale wereldwijde productiecapaciteit richting 2028 terugbrengen naar ongeveer 2,2 miljoen auto’s. Duitsland houdt volgens het concern capaciteit voor ongeveer 900.000 voertuigen, terwijl Kecskemét er maximaal 400.000 kan bouwen. Tegelijk moeten de productiekosten per auto vanaf 2027 tien procent lager liggen dan in 2024.

Ola Källenius en de Hongaarse premier Péter Magyar in de Mercedes-fabriek van Kecskemét
Mercedes-topman Ola Källenius bezoekt samen met de Hongaarse premier Péter Magyar de uitgebreide fabriek in Kecskemét, waar de productie van de elektrische C-Klasse is gestart. Beeld: Mercedes-Benz.

Mercedes noemt Hongarije bescherming voor Duitsland

Mercedes presenteert de uitbreiding niet als een keuze tegen Duitsland. Volgens productiedirecteur Michael Schiebe maakt Kecskemét het volledige concern goedkoper en flexibeler. Dat zou Mercedes beter in staat stellen om met Chinese merken en andere prijsagressieve concurrenten te vechten en daarmee uiteindelijk ook Duitse werkgelegenheid te beschermen.

De fabrieken krijgen daarom deels overlappende mogelijkheden. Wanneer er veel vraag blijft naar de GLC met verbrandingsmotor, kan Bremen die in grotere aantallen bouwen, terwijl Kecskemét het elektrische model produceert. Verandert de vraag, dan kan Mercedes de verdeling aanpassen. Het concern noemt dat veerkracht.

Voor de Duitse werknemers heeft die flexibiliteit ook een andere kant. Zodra twee fabrieken hetzelfde model kunnen produceren, worden kosten, productiviteit en arbeidsvoorwaarden gemakkelijker met elkaar vergeleken. Een Duitse vestiging concurreert dan niet alleen met BMW of Volkswagen, maar ook met een veel goedkopere fabriek binnen het eigen concern.

Een Duitse ster zegt steeds minder over de fabriek

Voor kopers betekent productie in Hongarije niet automatisch dat een Mercedes van mindere kwaliteit is. Kecskemét gebruikt dezelfde digitale productiesystemen, kwaliteitscontroles en processen als andere fabrieken van het concern. De nieuwe fabriek beschikt bovendien over moderne cameracontrole, digitale simulaties en lokale productie van belangrijke carrosserie- en batterijonderdelen.

De verandering zit vooral in de herkomst. De elektrische C-Klasse, GLC en compactere G-Klasse dragen straks nog steeds een sterk Duits imago, maar kunnen uit een fabriek negentig kilometer buiten Boedapest komen. Voor Mercedes is dat een manier om zijn kosten te verlagen. Voor Duitse medewerkers betekent het dat de toekomst van hun fabriek steeds nadrukkelijker wordt bepaald door wat er in Hongarije goedkoper kan.