Het Franse SRA onderzocht schadegevallen met personenauto’s en lichte bedrijfswagens die op het moment van de botsing jonger waren dan zes jaar. Het gaat om aanrijdingen tijdens het rijden en schade die ontstond bij geparkeerde voertuigen. Glasbreuk, diefstal, vandalisme, brand en natuurschade zijn buiten de analyse gehouden.
Alleen modellen met minimaal honderd expertisedossiers zijn meegenomen. Uiteindelijk omvat de studie bijna 900.000 dossiers, verdeeld over 41 merken en 403 modellen. Index 100 staat gelijk aan de gemiddelde herstelkosten van alle onderzochte modellen. Een merk met index 120 lag binnen deze Franse dataset dus gemiddeld 20 procent boven dat niveau.
Dat maakt het geen ranglijst van betrouwbare of onbetrouwbare auto’s. Een merk kan weinig motorproblemen hebben en na een botsing toch duur zijn om te herstellen. De cijfers mogen ook niet rechtstreeks worden gebruikt om een Nederlandse schadefactuur uit te rekenen. Uurtarieven, schadetype en reparatienetwerken verschillen per land en geval.
Mercedes staat duidelijk boven BMW en Audi
De tien merken die het vaakst in de onderzochte dossiers voorkomen, vertegenwoordigen samen ongeveer 74 procent van de jonge schadeauto’s. Binnen die groep bezetten drie Duitse premiummerken de eerste plaatsen.
| Merk | Kostenindex | Afwijking van gemiddelde |
|---|---|---|
| Mercedes | 132,2 | 32,2 procent duurder |
| BMW | 117,9 | 17,9 procent duurder |
| Audi | 117,0 | 17,0 procent duurder |
| Renault | 102,3 | 2,3 procent duurder |
| Volkswagen | 100,7 | 0,7 procent duurder |
| Peugeot | 95,2 | 4,8 procent goedkoper |
| Toyota | 92,9 | 7,1 procent goedkoper |
| Citroën | 91,0 | 9,0 procent goedkoper |
| Ford | 89,7 | 10,3 procent goedkoper |
| Dacia | 86,2 | 13,8 procent goedkoper |
Mercedes ligt daarmee duidelijk verder boven het gemiddelde dan BMW en Audi. Volkswagen, eveneens Duits maar veel minder sterk op premiumauto’s gericht, blijft met index 100,7 vrijwel op het algemene niveau. SRA wijst de grotere aanwezigheid in duurdere segmenten aan als een waarschijnlijke verklaring voor een deel van het verschil.
De percentages betekenen niet dat exact dezelfde beschadigde bumper bij een Mercedes altijd 32,2 procent duurder is dan gemiddeld. De index vergelijkt alle onderzochte schades en modellen per merk. Ook het soort auto en de ernst en locatie van de botsing beïnvloeden de uitkomst.
Dacia maakt zijn lage prijs ook na schade waar
Dacia eindigt onder de tien meest voorkomende merken als goedkoopste om na een aanrijding te herstellen. Met index 86,2 ligt het merk 13,8 procent onder het algemene gemiddelde.
Over de volledige lijst van 41 merken zijn Suzuki en Fiat nog iets goedkoper. Suzuki staat op 82,6, Fiat op 85,9 en Dacia op 86,2. Dacia is dus niet de absolute winnaar van het hele onderzoek, maar wel de voordeligste binnen de merken die samen het grootste deel van de schadegevallen vormen.
Het verschil is ook zichtbaar binnen één autoklasse. Bij de tien meest voorkomende compacte stadsauto’s was de tweede generatie Audi A1 het duurst om te repareren. De tweede generatie Dacia Sandero eindigde juist als goedkoopste. De nieuwere Sandero III zat daar overigens duidelijk boven, waardoor ook generatie en uitvoering blijven meetellen.
Niet alleen het onderdeel bepaalt de rekening
SRA noemt geen magische oorzaak waardoor iedere Duitse premiumauto duur wordt. Het uiteindelijke bedrag hangt samen met het ontwerp, de gebruikte carrosserieonderdelen, de herstelbaarheid, het modellengamma, het soort schade en de reparateur die het werk uitvoert.
Over alle onderzochte herstelbare botsingsschades bestaat gemiddeld 52,1 procent van de kosten uit onderdelen. Arbeid neemt 37,4 procent voor zijn rekening en lakmaterialen 10,5 procent. Juist aan de voorkant zitten veel kostbare en vaak vervangen onderdelen. Frontschade vormde 45,1 procent van de onderzochte botsingen en was gemiddeld ongeveer anderhalf keer zo duur als schade aan de achterkant.
Een ogenschijnlijk beperkte tik kan daardoor een bumper, grille, verlichting, camera’s of sensoren raken. Het onderzoek bewijst alleen niet dat één specifieke Mercedes-koplamp altijd een vast bedrag kost of dat iedere reparatie bij het merk meer werkplaatsuren vraagt.
Porsche maakt zelfs Mercedes bijna bescheiden
Kijk je naar alle 41 merken, dan staat Mercedes niet bovenaan. Porsche bereikt een index van 344,7 en Alpine komt uit op 270,3. De gemiddelde herstelkosten lagen bij Porsche dus op ongeveer 3,45 keer het algemene niveau.
Die merken spelen in de schadepraktijk alleen een veel kleinere rol. Porsche vertegenwoordigde 0,30 procent van de onderzochte dossiers en Alpine slechts 0,04 procent. Mercedes zat op 3,98 procent, BMW op 3,13 procent en Audi op 3,34 procent. Voor de doorsnee koper zijn de Duitse drie daarom een relevantere vergelijking dan de absolute uitschieters.
Binnen afzonderlijke segmenten blijven de extreme verschillen zichtbaar. De Porsche Taycan was de duurste onderzochte grote personenauto, terwijl de Porsche Cayenne III bovenaan stond bij de grote SUV’s.
Schade wordt ondertussen voor iedereen duurder
De gemiddelde kosten van herstelbare botsingsschade zijn volgens SRA tussen 2021 en 2025 met 29,9 procent gestegen. Alleen in 2025 kwam daar 5,9 procent bij. Onderdelen werden duurder, maar ook arbeid en lakmaterialen stegen verder in prijs.
Elektrische auto’s lagen in de bredere SRA-analyse gemiddeld 15,4 procent boven het kostenniveau van alle aandrijvingen. Hybrides zaten 13,4 procent hoger. SRA noemt onder meer het gewicht, lastig te herstellen materialen, specifieke hoogspanningsonderdelen en extra veiligheidswerkzaamheden als verklaringen.
Voor een koper betekent dit niet dat een Mercedes, BMW of Audi automatisch moet worden overgeslagen. Het betekent wel dat de aanschafprijs en onderhoudskosten niet het hele verhaal vertellen. Ook de prijs van veelvoorkomende carrosseriedelen en een verzekeringsberekening horen bij de vergelijking. Een premiumlogo verdwijnt na de botsing niet van de rekening.