Auto-industrie

BMW wil 8.000 banen schrappen, maar laat de lopende band met rust

BMW wil zijn personeelsbestand wereldwijd met circa 8.000 banen verkleinen. Wie nu denkt aan gesloten fabrieken en lege productielijnen, kijkt naar het verkeerde deel van het concern. Het vertrekprogramma raakt vooral administratie en ontwikkeling. De mensen aan de lopende band blijven bij deze ronde grotendeels buiten schot.

Nick ter Arkel
3 minuten
BMW
Duitse auto-industrie
Chinese auto-industrie
Hoofdkantoor van BMW in München

Volgens het Duitse Handelsblatt hebben de BMW-directie en werknemersvertegenwoordigers zes weken onderhandeld over de ingreep. De eerste banen moeten vanaf oktober verdwijnen en eind 2027 moet de operatie zijn afgerond. Vanaf 2028 wil BMW daarmee jaarlijks ongeveer één miljard euro besparen. BMW bevestigt tegenover Reuters een vrijwillig vertrekprogramma voor meerdere duizenden werknemers, terwijl een ingewijde het totale aantal op circa 8.000 zet.

Daarmee volgt BMW alsnog de andere grote namen uit de Duitse auto-industrie. Volkswagen, Mercedes en Porsche zijn al langer bezig met grote bezuinigingsprogramma’s. BMW gold tot nu toe als de relatief stabiele uitzondering. Een vermindering van 8.000 banen staat gelijk aan ruim vijf procent van het personeelsbestand dat het concern eind 2025 had.

"Ik zal alles doen wat nodig is om BMW weer succesvol te maken."

Milan Nedeljković, bestuursvoorzitter BMW

De uitspraak werd volgens Handelsblatt gedaan tijdens een personeelsbijeenkomst in München. Het is stevige taal van een topman die pas sinds 14 mei aan het hoofd van het concern staat.

Niet de fabriek, maar het bedrijf eromheen

De manier waarop BMW wil besparen, is minstens zo opvallend als het aantal banen. Het vrijwillige vertrekprogramma richt zich op administratie en ontwikkeling. Directe productiefuncties zijn uitgesloten. In Duitsland wil BMW het personeelsbestand verder verkleinen via natuurlijk verloop, deeltijdpensioen en vertrekvergoedingen.

Daarmee worden vooral functies op het hoofdkantoor en in het onderzoeks- en innovatiecentrum in München kwetsbaar. Ook managementlagen moeten worden samengevoegd. Aan de Duitse productiecapaciteit wil BMW volgens Handelsblatt voorlopig niets veranderen, omdat de fabrieken voldoende werk hebben.

Dat uitgerekend Milan Nedeljković deze keuze maakt, is opvallend. Hij was van 2019 tot zijn benoeming tot bestuursvoorzitter verantwoordelijk voor de wereldwijde productie van BMW. Daarvoor leidde hij onder meer de fabrieken in München en Leipzig. De nieuwe baas kent de lopende band dus beter dan de gemiddelde bestuursvoorzitter, en laat juist dat deel van het bedrijf bij deze ronde grotendeels ongemoeid.

De grootste goudmijn droogt snel op

De belangrijkste verklaring ligt in China. Uit de officiële verkoopcijfers blijkt dat BMW en MINI daar in het tweede kwartaal 30,2 procent minder auto’s afleverden dan een jaar eerder. Over de eerste zes maanden bedroeg de daling 20,4 procent. Europa groeide ondertussen met 5,4 procent en de Verenigde Staten met 3,9 procent, maar die groei kon de klap in China niet compenseren. Wereldwijd daalden de leveringen van de BMW Group met 4,2 procent.

We schreven eerder al hoe BMW’s grootste goudmijn juist door een slimme investering uit het verleden extra hard wordt geraakt. Chinese kopers kiezen steeds vaker voor lokale merken, vooral bij elektrische auto’s. Tegelijk staat de Chinese auto-industrie bekend om een agressieve prijzenstrijd. Daar komen hogere kosten en Amerikaanse importheffingen bovenop.

Van zes cent winst naar maximaal drie

Hoe serieus de situatie is, blijkt uit de winstverwachting die BMW in juni verlaagde. De verwachte operationele winstmarge van de autodivisie ging van 4 tot 6 procent naar slechts 1 tot 3 procent. In gewone taal verwacht BMW nu nog maar één tot drie cent operationele winst op iedere euro omzet uit auto’s. Voor de winst voor belasting rekent het concern op een duidelijke daling, waar eerder nog een gematigde afname werd voorzien.

De besparing van één miljard euro per jaar moet daar vanaf 2028 tegenwicht aan bieden. BMW kiest daarbij voorlopig niet voor het sluiten van Duitse fabrieken. Het concern probeert dezelfde hoeveelheid auto’s en technologie met een kleinere organisatie eromheen te ontwikkelen, plannen en beheren.

Minder mensen, niet minder modellen

Opvallend genoeg schroeft BMW zijn plannen voor nieuwe auto’s niet terug. Het concern wil tot en met 2027 meer dan veertig nieuwe of vernieuwde modellen introduceren. De technologie van de Neue Klasse moet daarbij over een steeds groter deel van het modellengamma worden verspreid.

Daar zit meteen het risico van de operatie. BMW snijdt juist in administratie en ontwikkeling terwijl het zijn grootste productoffensief in jaren probeert uit te voeren. Minder managementlagen kunnen beslissingen versnellen, maar minder ontwikkelaars en ondersteunende medewerkers betekenen ook dat dezelfde hoeveelheid werk op minder schouders terechtkomt.

Voor werknemers buiten de fabriek is het weinig geruststellend dat de lopende band blijft draaien. Voor de autokoper betekent deze ronde voorlopig echter niet dat BMW fabrieken sluit of tientallen modellen schrapt. BMW wil niet direct minder auto’s bouwen. Het wil vooral minder mensen nodig hebben om die auto’s op de markt te krijgen.