Onderweg

Je blijft erin trappen: sloopt goedkope benzine je motor, of is dure benzine vooral marketing?

Je kijkt naar E10, dan naar E5. De tweede slang belooft een hoger octaangetal, extra reiniging en vooral een geruster gevoel. Alleen kost een tank van 50 liter momenteel ruim 16 euro meer. De echte vraag is niet of premiumbenzine anders is, maar of jouw auto er iets mee kan.

Nick ter Arkel
5 minuten
Auto-onderhoud
brandstof
Automobilist kiest RON 98 naast een pomp met Euro 95

Aan het tankstation worden E5, 98 en premium vaak behandeld alsof het drie woorden voor hetzelfde product zijn. Dat klopt niet. E5 en E10 vertellen hoeveel ethanol er maximaal in de benzine mag zitten. De cijfers 95 en 98 verwijzen naar het octaangetal, oftewel de weerstand tegen ongecontroleerde zelfontbranding in de motor.

Premium is ondertussen vooral een commerciële productcategorie. Zo’n benzine heeft doorgaans een hoger octaangetal en kan een uitgebreider pakket reinigende of beschermende additieven bevatten. Daardoor kan een premiumproduct werkelijk verschillen van gewone Euro 95, maar dat betekent nog niet dat iedere motor die verschillen nodig heeft.

Wat staat er op de pomp?Wat betekent het?Wanneer is het belangrijk?
E5 of E10Maximaal toegestaan ethanolgehalteOf de brandstof geschikt is voor leidingen, pakkingen en het brandstofsysteem
95 of 98Octaangetal en klopvastheidWelk minimum de fabrikant voor de motor voorschrijft
PremiumnaamEigen additieven en merkpositioneringMogelijke reiniging en bescherming, waarvan het praktijkvoordeel per auto verschilt

Een E5-sticker zegt dus niet automatisch dat je 98-benzine tankt. Volgens de Europese autobranche kan E5 zowel 95 als 98 RON zijn. Andersom zegt een hoog octaangetal op zichzelf niets over de hoeveelheid ethanol. Zeker in het buitenland kunnen combinaties anders zijn dan je in Nederland gewend bent.

Tankklep van auto waarop E5 en E10 beide zijn toegestaan
Deze auto is geschikt voor zowel E5 als E10. Welk octaangetal nodig is, moet afzonderlijk in de handleiding of op een andere brandstofsticker worden gecontroleerd. (Beeld: Adobe Stock)

Bij een volle tank verdwijnt ruim 16 euro extra

Volgens de actuele gemiddelde prijzen van de ANWB kost Euro 95 E10 op 30 juli 2026 ongeveer 2,353 euro per liter. Voor Super Plus 98 E5 wordt gemiddeld 2,674 euro gevraagd. Het verschil bedraagt 32,1 cent per liter. Bij een tank van 50 liter betaal je daardoor 16,05 euro extra. Wie jaarlijks 1.000 liter benzine verbruikt, komt op een verschil van 321 euro.

Daar staat tegenover dat E10 door het hogere ethanolaandeel iets minder energie per liter kan bevatten. De ANWB noemt een mogelijk meerverbruik van ongeveer 2,5 tot 5 procent. Zelfs wanneer je voor E5 met het gunstigste verschil van 5 procent rekent, kost 950 liter van de duurdere brandstof bij de huidige prijzen nog altijd ongeveer 187 euro meer dan 1.000 liter E10.

De 98-benzine zou het verbruik met ongeveer 12 procent moeten verlagen om alleen het prijsverschil terug te verdienen. Voor een gewone auto die door de fabrikant op 95 E10 is afgestemd, is dat geen realistische verwachting. Die bijna 16 euro per tank koop je dus meestal niet terug met extra kilometers.

Premiumbenzine is niet hetzelfde als gebakken lucht

Dat betekent niet dat alle beloften boven het dure vulpistool volledig zijn verzonnen. Shell vermeldt bijvoorbeeld dat V-Power minimaal 98 RON heeft en meer reinigende moleculen bevat dan zijn gewone Euro 95. Het bedrijf zegt dat de brandstof afzettingen kan verwijderen, onderdelen kan beschermen en het verbruik kan verlagen. Shell voegt daar in de kleine lettertjes aan toe dat de werkelijke effecten afhangen van onder meer het voertuigtype, de leeftijd, de technische staat en de rijstijl. De resultaten zijn gebaseerd op industriestandaardtesten en eigen tests van Shell.

De Duitse automobilistenorganisatie ADAC komt tot een veel nuchterder oordeel. Een hoger octaangetal biedt werkelijk meer weerstand tegen ongewenste zelfontbranding, maar de meeste alledaagse motoren kunnen het potentieel van extreem hoge octaangetallen niet benutten. Ook het praktijkvoordeel van extra reinigende additieven is volgens ADAC moeilijk vast te stellen en vermoedelijk klein.

Premiumbenzine kan dus technisch anders zijn. De stap van “anders” naar “de meerprijs waard” is alleen veel groter dan de reclame aan de pomp doet vermoeden.

De hardste criticus verkoopt zelf goedkope benzine

De uitspraak die het eerdere Autobahn-artikel droeg, kwam van José Rodríguez de Arellano, oprichter en directeur van de Spaanse prijsvechter Plenergy. Hij vertelde aan El País dat het basisproduct uit dezelfde opslag komt en zette de toegevoegde stoffen vervolgens weg als pure perceptie.

"Het additief is niets waard en doet niets. We voegen het toe omdat mensen denken dat het goed is."

José Rodríguez de Arellano, oprichter en directeur Plenergy

Die uitspraak was opvallend, maar niet afkomstig van een onafhankelijke brandstofonderzoeker. Rodríguez de Arellano verdient zijn geld juist met een netwerk van goedkope tankstations en heeft er dus belang bij dat automobilisten het prijsverschil met grote merken onnodig vinden.

Exolum, de brandstofdistributeur die hij in hetzelfde interview noemde, reageerde later tegenover El País dat additieven volgens het bedrijf wel een positieve invloed kunnen hebben op prestaties, levensduur en het voorkomen van afzettingen. De onafhankelijke conclusie ligt daarmee niet bij een van beide commerciële uitersten. Brandstof die aan de norm voldoet, beschadigt een geschikte motor niet. Extra additieven kunnen iets doen, maar daarmee is nog niet bewezen dat iedere automobilist de forse meerprijs terugverdient.

Wanneer 98-benzine wel de juiste keuze is

De eenvoudigste regel staat niet op de reclamezuil, maar in het instructieboekje. De Europese autobranche benadrukt dat je zowel aan het voorgeschreven octaangetal als aan de maximale hoeveelheid ethanol moet voldoen. Schrijft de fabrikant minimaal 98 RON voor, dan is 98 geen luxeproduct maar de vereiste brandstof.

Staat er dat 95 is toegestaan en 98 alleen wordt aanbevolen, dan kan de duurdere benzine onder zware belasting of voor maximale prestaties voordeel bieden. Voor gewoon woon-werkverkeer is 95 in zo’n geval nog steeds een door de fabrikant toegestane keuze. Een motor die expliciet voor 95 is ontworpen, krijgt niet automatisch merkbaar meer vermogen doordat je er 98 in giet.

Ook het ethanolgehalte kan doorslaggevend zijn. Niet iedere oudere benzineauto is geschikt voor E10. Bij twijfel moet je de tankklep, de handleiding of E10 Check raadplegen. Op die website staan onder meer verschillende Audi- en Volkswagen-motoren uit de eerste jaren van de directe benzine-inspuiting die niet met E10 overweg kunnen.

Voor oldtimers en auto’s die maandenlang stilstaan, kan benzine met minder ethanol eveneens aantrekkelijk zijn. Let wel op: E5 betekent maximaal vijf procent ethanol en is geen harde garantie dat er helemaal geen ethanol in zit.

De goedkoopste geschikte slang wint

Wie blind de duurste benzine kiest, betaalt waarschijnlijk te veel. Wie zonder te kijken altijd de goedkoopste pakt, kan bij een sportauto, oldtimer of E10-uitzondering juist de verkeerde keuze maken.

De beste vuistregel is daarom minder spectaculair dan de reclame, maar wel goedkoper: tank de voordeligste benzine die volledig voldoet aan het vereiste octaangetal en ethanolmaximum van jouw auto.

Vraagt het instructieboekje om 95 E10, dan heeft structureel 98 tanken voor de meeste bestuurders weinig financiële logica. Vraagt de fabrikant om 98 of mag jouw auto niet op E10 rijden, dan is de duurdere slang geen marketingval maar een technisch voorschrift.

Je auto kiest dus niet op basis van de grootste naam boven het vulpistool. Alleen het kleine boekje in je dashboardkastje telt.

NL Beeld / Jeffrey Groeneweg, Adobe Stock