Elektrisch

Nederlandse EV-rijders zijn het beleid zat, maar hun volgende auto verraadt hun echte keuze

Een op de drie Nederlandse EV-rijders zou terug willen naar benzine zodra de belastingvoordelen verdwijnen. Die waarschuwing ging vorig jaar breed rond. Nieuw Amerikaans onderzoek schetst precies het tegenovergestelde beeld. De echte verrassing volgt pas wanneer we de nieuwste Nederlandse cijfers erbij pakken.

Nick ter Arkel
3 minuten
Nederlandse automarkt
Wegenbelasting
Volkswagen ID.4 aan een laadpaal aan huis

In de nieuwe CDK 2026 EV Ownership Study zegt 90 procent van de Amerikaanse deelnemers dat de volgende auto opnieuw elektrisch wordt. Slechts 1 procent verwacht ooit weer in een huishouden met uitsluitend benzineauto's te wonen. Dat laatste is belangrijk, want het is smaller dan de veel gedeelde conclusie dat slechts 1 procent ooit nog een benzineauto wil.

Een deel wil namelijk beide aandrijvingen behouden. Elf procent van de ondervraagde EV-bezitters zegt altijd een benzineauto naast de elektrische auto te willen houden. De Amerikaanse uitkomst betekent dus vooral dat vrijwel niemand de elektrische auto volledig uit het huishouden wil verbannen.

Nederland blijkt ineens nauwelijks af te wijken

De nieuwste Nederlandse meting komt verrassend dicht bij dat Amerikaanse beeld. In het EV en Berijdersonderzoek 2025 zegt 83 procent dat de volgende auto opnieuw volledig elektrisch wordt. Slechts 2 procent kiest voor benzine of diesel en 3 procent overweegt een plug-inhybride. De overige 12 procent heeft nog geen keuze gemaakt.

Volgende autoAandeel Nederlandse EV-rijders
Volledig elektrisch83 procent
Plug-inhybride3 procent
Benzine of diesel2 procent
Nog geen keuze gemaakt12 procent

Aan het onderzoek deden ruim 3.600 EV-rijders mee. De enquête werd in december 2025 ingevuld. Particuliere rijders zijn daarin sterker vertegenwoordigd dan in het Nederlandse elektrische wagenpark, met 67 tegenover 41 procent. De cijfers zijn dus geen perfecte dwarsdoorsnede, maar van een massale vlucht naar benzine is geen sprake.

Ook het recente APEAL-onderzoek van J.D. Power wijst erop dat de auto zelf het probleem meestal niet is. Onder 78.514 Amerikaanse bezitters van nieuwe auto's boekten elektrische modellen de grootste tevredenheidsstijging. Ze scoorden hoger dan brandstofauto's in bijna iedere categorie, met een voorsprong van 109 punten bij de aandrijflijn. Het onderzoek meet de ervaring na negentig dagen en zegt dus niet automatisch iets over betrouwbaarheid na vele jaren.

Zo ontstond het verhaal over die ene op de drie

De Nederlandse waarschuwing van vorig jaar kwam niet volledig uit de lucht vallen. Alleen werd toen een andere vraag gesteld. In het onderzoek over 2024 kregen deelnemers verschillende fiscale scenario's voorgelegd.

Van de particuliere rijders zei 18 procent niet elektrisch te blijven wanneer de motorrijtuigenbelasting ongeveer even hoog zou worden als voor een vergelijkbare benzineauto. In een veel zwaarder rekenvoorbeeld, waarbij de belasting door het hogere gewicht gemiddeld 60 procent boven die van een benzineauto zou uitkomen, liep dat op tot 58 procent. Van de zakelijke deelnemers zei 32 procent niet elektrisch te blijven bij 22 procent bijtelling.

Dat zijn wezenlijk andere vragen dan: welke aandrijving kiest u voor uw volgende auto? De oudere cijfers beschreven wat mensen mogelijk zouden doen onder een ongunstig belastingregime. De nieuwste enquête vraagt naar hun werkelijke aankoopintentie. Beide uitkomsten kunnen daardoor naast elkaar bestaan.

Den Haag krijgt een onvoldoende, de EV niet

Dat betekent niet dat Nederlandse EV-rijders tevreden zijn over de rekening. In het nieuwste onderzoek beoordeelt 83 procent het gevoerde overheidsbeleid als onvoldoende. Tegelijk vindt 92 procent dat de overheid elektrisch rijden moet blijven stimuleren. Opvallend genoeg is precies 83 procent ook van plan opnieuw elektrisch te kiezen.

Sinds 2026 betaalt een volledig elektrische personenauto 70 procent van het normale benzinetarief voor de motorrijtuigenbelasting. Er bestaat dus nog een korting van 30 procent, maar het voertuiggewicht telt volledig mee. Omdat een elektrische auto door zijn batterij vaak zwaarder is, kan het bedrag alsnog stevig oplopen. De korting blijft volgens het huidige beleid tot en met 2028 op 30 procent, daalt in 2029 naar 25 procent en vervalt vanaf 2030.

Voor een zakelijke elektrische auto die in 2026 voor het eerst wordt toegelaten, geldt 18 procent bijtelling over de eerste 30.000 euro cataloguswaarde en 22 procent over het bedrag daarboven. De fiscale voordelen zijn dus niet verdwenen, maar ze zijn wel kleiner geworden.

Eén laadkabel kan de hele rekensom veranderen

Waarom de ene EV-rijder zonder twijfel elektrisch blijft en de andere opnieuw gaat rekenen, wordt duidelijk met een eenvoudig voorbeeld. Neem 15.000 kilometer per jaar en onderstaande aannames. Dit zijn geen marktgemiddelden, maar bedragen om het verschil zichtbaar te maken.

Auto en energietariefEnergiekosten per jaar
EV, 18 kWh per 100 km, thuisladen voor € 0,30 per kWh€ 810
EV, 18 kWh per 100 km, laden voor gemiddeld € 0,65 per kWh€ 1.755
Benzineauto, 6,5 liter per 100 km, benzine voor € 2,10€ 2.048

De thuisladende EV-rijder houdt in dit voorbeeld ruim 1.200 euro per jaar over op energie. Bij structureel duur laden slinkt dat voordeel tot minder dan 300 euro. Motorrijtuigenbelasting, afschrijving, verzekering en aanschafprijs kunnen het resterende verschil vervolgens gemakkelijk groter of kleiner maken.

Nederland is daarmee niet de vreemde eend die massaal afscheid wil nemen van elektrisch rijden. De Nederlandse EV-rijder lijkt vooral gevoeliger voor een veranderende rekening. De auto bevalt, maar Den Haag moet niet ieder jaar opnieuw aan de rekensom sleutelen.