Cult

Wanneer een droomauto inventaris wordt: Ion Țiriac kocht er 32 op één veiling

Ion Țiriac verdiende eind jaren zestig 5.000 dollar in een volledig tennisjaar en gaf daarvan 4.950 dollar uit aan één Mercedes. Jaren later kwam hij van een veiling terug met 32 auto’s. Ergens tussen die twee momenten veranderde bezit van een zorgvuldig gekozen droom in iets dat zelfs de eigenaar niet meer volledig kon overzien.

Redactie Autobahn
4 minuten
Ferrari
Ion Țiriac tijdens de Madrid Open

In 1968 of 1969 kocht Țiriac een Mercedes-Benz 280 S. Het was geen achteloze aankoop van een rijke zakenman, want dat was hij op dat moment nog niet. De Roemeense tennisser had dat jaar ongeveer 5.000 dollar verdiend en betaalde 4.950 dollar voor de auto.

Hij koos bewust niet voor de duurdere 280 SE. De brandstofinspuiting van dat model leek hem in het toenmalige Roemenië te ingewikkeld om te repareren. Vrijwel zijn hele jaarinkomen ging dus naar één zorgvuldig afgewogen auto. Iedere keuze telde, omdat een verkeerde keuze nauwelijks kon worden hersteld. Dat vertelde hij later in een interview met het Porsche-tijdschrift Christophorus.

Toen kwamen er 32 tegelijk

Decennia later zag zijn relatie met auto’s er totaal anders uit. Na een bezoek aan Pebble Beach kwam Țiriac van één veiling terug met 32 voertuigen. De ene kocht hij vanwege de carrosserie, de andere vanwege de motor. De afzonderlijke beslissingen volgden elkaar zo snel op dat hij er zelf weinig romantisch over sprak.

Toen hem werd gevraagd naar zijn dierbaarste automomenten, antwoordde hij dat hij die eigenlijk niet had. Hij herinnerde zich vooral momenten waarop de schaal van zijn verzameldrift hem ontsnapte.

“Ik verloor volledig mijn kompas.”

Ion Țiriac, voormalig tennisser en zakenman

Het is een ongebruikelijke bekentenis van iemand voor wie verzamelen vaak als passie, investering en levenswerk wordt omschreven. De auto’s waren niet minder bijzonder geworden, maar de manier waarop hij ze kocht wel. Eén auto vergde ooit bijna een heel jaar werken. Later konden er 32 in één veilingavond bijkomen.

Twee Ferrari’s verdwijnen tien jaar uit beeld

De vreemdste consequentie volgde bij twee Ferrari F40’s. Țiriac had al een exemplaar ontvangen en kocht een tweede omdat hij verwachtte dat de waarde zou stijgen. Beide auto’s werden in een garage in München ondergebracht.

Daarna verdwenen ze uit zijn aandacht. Pas ongeveer tien jaar later werd hij gebeld over de twee Ferrari’s. Țiriac zegt dat hij zich zo ergerde aan de situatie dat hij ze nog dezelfde dag voor ongeveer de helft van de prijs verkocht. Na zo lang stilstaan zou de techniek bovendien grondig uit elkaar moeten worden gehaald.

Dat verhaal heeft Autobahn eerder als losse Ferrari-casus beschreven. Interessanter is wat eraan voorafging. Niet één uitzonderlijke auto raakte toevallig zoek, maar twee F40’s verdwenen binnen een verzameling die in korte tijd met tientallen auto’s tegelijk kon groeien.

Overvloed maakt het bijzondere niet waardeloos

De economische uitleg begint bij het afnemende marginale nut. De eerste auto kan een leven veranderen. De tweede voegt opnieuw plezier toe, maar meestal minder dan de eerste. Bij iedere volgende aankoop wordt het moeilijker om dezelfde emotionele sprong te bereiken.

Dat betekent niet dat de honderdste auto waardeloos of betekenisloos is. Het betekent alleen dat ieder nieuw bezit minder schaarse aandacht krijgt. De menselijke hoeveelheid tijd, herinneringen en betrokkenheid groeit immers niet automatisch mee met de omvang van een garage.

Een studie in Psychological Science biedt een mogelijke psychologische lens. Vermogendere deelnemers rapporteerden gemiddeld een minder sterk vermogen om positieve ervaringen bewust te rekken en te waarderen. In een experiment besteedden mensen na een subtiele herinnering aan geld minder tijd aan het genieten van chocolade. Het onderzoek ging niet over miljardairs of auto’s en verklaart dus niet waarom Țiriac zijn Ferrari’s vergat. Het laat wel zien dat het gevoel van overvloed de aandacht voor afzonderlijke genoegens kan verminderen.

Vierhonderd auto’s vragen meer dan geheugen

De officiële Țiriac Collection omvat ongeveer vierhonderd voertuigen. Daarvan staan er meer dan driehonderd tentoongesteld in Otopeni, bij Boekarest. De auto’s worden door een gespecialiseerd team onderhouden en zouden allemaal functioneel zijn.

Op die schaal is een autocollectie niet alleen een hobby. Het is ook een logistiek bedrijf met stallingslocaties, sleutels, documenten, verzekeringen, onderhoudsschema’s en restauraties. De eigenaar kan onmogelijk iedere auto dagelijks zelf volgen.

Dat maakt de vergeten Ferrari’s begrijpelijker, maar niet wetenschappelijk verklaard. We weten niet welk administratief systeem destijds werd gebruikt en ook niet waarom de auto’s tien jaar lang buiten beeld bleven. We weten alleen dat Țiriac zelf de enorme veilingaankoop en de vergeten F40’s in hetzelfde antwoord aanhaalde toen hij sprak over het verliezen van zijn kompas.

De eerste auto kan het zwaarst blijven wegen

Vervolgonderzoek naar overvloed aan ervaringen vond een vergelijkbaar patroon. Mensen die zichzelf als zeer bereisd zagen, waren minder geneigd een volgende, relatief gewone reis bewust te waarderen. Bij een veldexperiment brachten deelnemers minder tijd door bij een attractie wanneer zij eerst het gevoel kregen dat zij al bijzonder veel van de wereld hadden gezien.

Daaruit volgt niet dat mensen met minder geld gelukkiger zijn, of dat grote verzamelaars hun bezit niet waarderen. Het laat vooral zien dat overvloed het moeilijker kan maken om ieder afzonderlijk object dezelfde aandacht te geven.

Misschien is dat waarom de Mercedes-Benz 280 S uit 1969 uiteindelijk meer over Țiriacs relatie met auto’s zegt dan de 32 voertuigen van één veiling. De Mercedes kostte bijna alles wat hij had en dwong hem over ieder technisch detail na te denken. De latere auto’s kostten veel meer geld, maar vroegen relatief minder van hemzelf.