Eind 2018 kreeg Mercedes-Benz Classic een tip over een vergeten Mercedes 300 SL in Jacksonville. Die kwam van Bill Warner, oprichter van het Amelia Island Concours d’Elegance en volgens de betrokkenen een bekende van de laatste eigenaar.
In de garage stond een vroege 300 SL Gullwing uit 1954. De auto was bedekt met stof en vuil, terwijl verschillende chromen onderdelen jaren eerder waren verwijderd en in het interieur waren gelegd. Ook ongedierte had in de opslagruimte vrij spel gehad.
Het ging om chassisnummer 00043, een van de vroegste productie-exemplaren. Mercedes-Benz bouwde uiteindelijk 1.400 Gullwing-coupés tussen 1954 en 1957.
Van blauwe sportwagen naar dagelijks vervoer
De 300 SL werd in oktober 1954 voltooid en verliet de fabriek volgens de voertuiggeschiedenis in de kleur Medium Blue, met een lichtgrijs leren interieur. De Amerikaanse uitvoering werd naar de Verenigde Staten verscheept en kwam uiteindelijk terecht bij Waco Motors in Miami.
De eerste eigenaar was Otto Bowden, een advocaat uit Jacksonville en verzamelaar van Europese sportwagens. Hij was betrokken bij de lokale sportwagenclub en zou de Mercedes ook bij clubevenementen hebben gebruikt.
Bowden verkocht de auto later aan zijn hoofdmonteur Gene Clendening. Die reed er volgens Classic Driver eveneens mee tijdens lokale wedstrijden. In 1957 ging de Gullwing naar zijn derde en laatste langdurige eigenaar, een marinepiloot die in Jacksonville was gestationeerd.
Die gebruikte de Mercedes veelvuldig en maakte er onder meer langere ritten mee naar Washington D.C. en West Virginia. Toen de auto uiteindelijk werd weggezet, stond er ongeveer 35.000 mijl op de teller, omgerekend ruim 56.000 kilometer.
Een restauratie die nooit begon
Rond 1965 werd de carrosserie voorbereid op nieuw lakwerk. De oorspronkelijke blauwe lak werd grotendeels verwijderd en de auto kreeg een grijze grondlaag. Ook sierdelen werden gedemonteerd.
Daarna stopte het project om een onbekende reden. De eigenaar liet de gedeeltelijk gedemonteerde Mercedes achter en pakte het werk nooit meer op.
Dat jaartal wordt ondersteund door twee aanwijzingen. Bill Warner herinnerde zich dat hij de ongelakte auto in 1965 bij een plaatselijk bedrijf had gezien. Achter een van de kussens werd bovendien een krant uit datzelfde jaar gevonden.
Waarom de eigenaar niet terugkeerde naar zijn project, is nooit vastgesteld. Een verhaal over een lekke band wordt in sommige versies genoemd, maar ook de oorspronkelijke bron presenteert dat slechts als een mogelijke aanleiding. Het is daarom geen vaststaand onderdeel van de geschiedenis.
De eerste serie zit vol afwijkende details
Ondanks het verval bleek opvallend veel van de vroege Gullwing bewaard. De carrosserie, ruiten, wielen en het verbleekte leren interieur werden als oorspronkelijk beschreven. Zelfs de oude Englebert Competition-banden zaten nog onder de auto.
Ook de motor en versnellingsbak dragen volgens Mechatronik de bij het voertuig behorende nummers. De zescilinder liep bij de ontdekking niet en de auto was niet rijdbaar.
Chassisnummer 00043 heeft bovendien details die vooral bij de eerste productieauto’s voorkomen. Daaronder vallen een met de hand gevormde Mercedes-ster in de grille, afzonderlijk gemonteerde randen boven de wielkasten, afwijkende uiteinden van de achterbumper en een lange, gebogen versnellingspook.
Die onderdelen maken de auto niet alleen zeldzaam. Ze laten ook zien hoe de productieversie van de 300 SL tijdens de eerste serie nog veranderde.
Terug naar Duitsland, maar niet terug naar nieuwstaat
Na de ontdekking werd de Mercedes door Mercedes-Benz Classic onderzocht en naar Duitsland gebracht. De auto was kort te zien bij het Mercedes-Benz Museum en ging daarna naar Mercedes-specialist Mechatronik bij Stuttgart.
Daar viel een opvallend besluit. De carrosserie zou niet worden hersteld tot een glanzende nieuwe 300 SL. Juist de verwijderde lak, slijtage en ruim een halve eeuw veroudering moesten zichtbaar blijven.
"Dit uitzonderlijke voertuig is echt een referentie voor de 300 SL. Daarom denken wij dat restaureren niet aan de orde is."
Het plan was om de techniek weer werkend te maken zonder de uiterlijke geschiedenis weg te poetsen. Daarmee wordt het geen traditioneel gerestaureerde klassieker, maar een rijdend document van zijn eigen verwaarlozing.
De bronnen uit 2019 beschrijven dit als het voornemen van Mechatronik. Een recentere openbare update die bevestigt of de Gullwing inmiddels daadwerkelijk rijdt, heb ik niet gevonden. Schrijf daarom niet dat de technische opknapbeurt al is afgerond.
Waardevol, maar niet voor een bekend bedrag verkocht
Een Gullwing in deze staat is lastig te taxeren. De vroege productiedetails, de oorspronkelijke hoofdonderdelen en de lange onaangeroerde periode maken chassis 00043 bijzonder. De stilstand en technische toestand werken juist waardeverlagend.
Er is geen openbare verkoopprijs of officiële taxatie van dit specifieke exemplaar bekend. Het is daarom onjuist om te schrijven dat deze auto voor 1,1 miljoen dollar werd verkocht.
Wel laat de huidige markt zien in welke klasse de 300 SL opereert. Een andere Gullwing uit 1954 bracht begin 2026 bij RM Sotheby’s in Parijs 1.326.875 euro op. Die auto was gerestaureerd en verkeerde in een compleet andere staat, waardoor het resultaat niet als taxatie voor deze schuurvondst kan worden gebruikt.
De miljoenenwaarde zit hier dus niet in een bewezen verkoopbedrag, maar in de zeldzaamheid van het model en de uitzonderlijk vroege, grotendeels bewaarde specificatie. Precies daarom besloot Mechatronik niet te herstellen wat 53 jaar stilstand zichtbaar had gemaakt.