Auto-industrie

Mercedes vraagt premiumprijzen, maar per 100 euro omzet doet een onverwachte concurrent het beter

Een Mercedes kost doorgaans aanzienlijk meer dan een Volkswagen. Toch levert het personenautobedrijf van Mercedes momenteel minder operationele winst op per euro omzet dan het Volkswagen-concern. De spectaculaire vergelijking klopt, maar achter de cijfers zit een belangrijke nuance.

Nick ter Arkel
4 minuten
Mercedes-Benz S-Klasse en Volkswagen ID. Polo als vergelijking tussen premium en volume

Mercedes-Benz Cars boekte in de eerste helft van 2026 een omzet van 45,9 miljard euro. Daarop behaalde de autodivisie een gerapporteerde operationele winst van 858 miljoen euro. De bijbehorende winstmarge bedroeg slechts 1,9 procent.

Anders gezegd: van iedere 100 euro omzet bleef vóór rente en belastingen 1,90 euro operationele winst over. In dezelfde periode kwam het volledige Volkswagen-concern uit op 3,8 procent. Dat is ongeveer 3,80 euro per 100 euro omzet.

De vergelijking is niet perfect. Bij Mercedes gaat het specifiek om de personenautodivisie, terwijl het cijfer van Volkswagen het gehele concern omvat, inclusief merken als Audi, Porsche en Škoda. Toch blijft de omkering opvallend: de fabrikant die vrijwel uitsluitend premiumauto’s verkoopt, haalt procentueel minder uit zijn omzet dan een concern dat grotendeels op grotere aantallen draait.

"Het is alsof het huis plotseling op zijn kop staat."

Matthias Schmidt, auto-analist

Schmidt noemt de situatie in een analyse van het Handelsblatt een schokkend beeld voor de branche. Premiummerken konden hun hogere ontwikkelingskosten en Duitse productie jarenlang dragen dankzij bovengemiddelde marges. Juist dat fundament begint nu te schuiven.

Ook na correcties blijft Mercedes achter

Mercedes publiceert naast de gerapporteerde marge ook een aangepast cijfer. Daarin worden bijzondere lasten buiten beschouwing gelaten. Op die basis kwam Mercedes-Benz Cars in de eerste jaarhelft uit op 4,0 procent.

Het Volkswagen-concern rapporteerde zonder bijzondere posten een marge van 4,3 procent. De afstand wordt dan veel kleiner, maar de volgorde verandert niet. Ook na aanpassingen hield Volkswagen procentueel iets meer over.

Bij Mercedes werd het gerapporteerde resultaat onder meer geraakt door een afwaardering van 704 miljoen euro op Chinese deelnemingen. Die boekhoudkundige last leidde in het tweede kwartaal niet tot een vergelijkbare directe kasuitstroom en werd daarom uit de aangepaste winst gehouden.

De spectaculaire 1,9 procent betekent dus niet dat Mercedes op iedere verkochte auto nauwelijks geld verdient of bijna verliesgevend is. Het cijfer laat wel zien hoeveel harder bijzondere lasten, een minder gunstige modelmix en zwakke verkoop in China de officiële boekhouding inmiddels raken.

Bij BMW is de ranglijst minder eenvoudig

BMW’s autodivisie behaalde over de eerste zes maanden een gerapporteerde marge van 3,6 procent. Ook dat is iets minder dan de 3,8 procent van het Volkswagen-concern.

Toch moet die vergelijking voorzichtig worden gelezen. BMW meldt dat zijn kwartaalmarge werd gedrukt door invoerheffingen en extra afschrijvingen rond de Chinese joint venture BMW Brilliance Automotive. De fabrikanten corrigeren hun resultaten bovendien niet allemaal op exact dezelfde manier. Een ranglijst met tienden van procenten suggereert daardoor meer nauwkeurigheid dan er werkelijk is.

De hoofdontwikkeling blijft wel overeind. BMW verdiende in het eerste halfjaar 1,97 miljard euro met zijn autodivisie, 45,6 procent minder dan een jaar eerder. Bij Mercedes-Benz Cars daalde de gerapporteerde operationele winst met 66 procent.

China raakt precies de oude winstmachine

De grootste pijn zit in China. Mercedes leverde daar in de eerste helft van 2026 ongeveer 210.000 personenauto’s af, 28 procent minder dan een jaar eerder. Bij BMW bedroeg de daling 20,4 procent. Het Volkswagen-concern verkocht in China 31,6 procent minder voertuigen.

Dat is extra pijnlijk omdat China jarenlang een van de winstgevendste markten voor Duitse premiummerken was. Relatief dure sedans en SUV’s met een verbrandingsmotor leverden daar hoge marges op. Inmiddels verschuift de markt snel naar elektrische en sterk geëlektrificeerde modellen van lokale fabrikanten.

Mercedes noemt hevige concurrentie, zwakke vraag en grote modelwissels als oorzaken voor de terugval. BMW wijst eveneens op de scherpe Chinese concurrentiestrijd. Volgens het Handelsblatt bleef het marktaandeel van de Duitse merken in het Chinese elektrische segment ondertussen bijzonder klein.

Buiten China ziet het beeld er anders uit

De problemen betekenen niet dat BMW en Mercedes overal klanten verliezen. Mercedes verkocht in het tweede kwartaal buiten China juist 2 procent meer personenauto’s. De afzet steeg met 4 procent in Europa en met 10 procent in de Verenigde Staten.

Ook de volledig elektrische modellen groeiden. Mercedes verkocht wereldwijd 51 procent meer elektrische personenauto’s dan een jaar eerder. In Europa bedroeg de groei zelfs 87 procent.

BMW zag in hetzelfde kwartaal een groei van 7,6 procent in Europa en 11,9 procent in de Verenigde Staten. China zakte tegelijkertijd met 30,2 procent. Eén regio trok daarmee een aanzienlijk deel van de groei elders weer naar beneden.

Het probleem is dus niet simpelweg dat Duitse premiumauto’s wereldwijd onverkoopbaar zijn geworden. Hun historische verdienmodel leunde zwaar op een markt die sneller verandert dan hun aanbod, kostenstructuur en lokale organisaties.

Het premiumlogo garandeert geen premiummarge meer

De vooruitzichten maken duidelijk dat de fabrikanten niet rekenen op een snel herstel. BMW verwacht voor heel 2026 een automarge van 1 tot 3 procent. Mercedes houdt voor zijn personenautodivisie vast aan een aangepaste marge van 3 tot 5 procent. Volkswagen mikt voor het gehele concern op 4 tot 5,5 procent.

Daarom verminderen de concerns hun kosten, investeringen en complexiteit. Volkswagen noemt zijn marge van 3,8 procent zelf te laag en wil onder meer het aantal platforms, modellen en interne structuren terugbrengen. Mercedes intensiveert zijn productiviteitsprogramma, terwijl BMW eveneens verdere structurele besparingen aankondigt.

Voor automobilisten betekent dit niet automatisch dat iedere Mercedes duurder of iedere Volkswagen goedkoper wordt. Het vergroot wel de druk om modellen met een klein verkoopvolume te schrappen, ontwikkeling dichter bij belangrijke markten onder te brengen en nieuwe auto’s sneller winstgevend te maken.

Een ster op de grille blijft waardevol. Alleen blijkt uit de halfjaarcijfers dat zelfs een premiumprijs geen garantie meer is voor een premiumresultaat.