Auto-industrie

De Duitse auto-industrie ziet na drie jaar weer licht, maar een deel van de hoop rijdt nooit op de weg

De Duitse auto-industrie kijkt voor het eerst in ruim drie jaar bijna zonder pessimisme naar de komende maanden. Dat klinkt als een omslag. Op de fabrieksvloer is die alleen nog nauwelijks zichtbaar. Buitenlandse orders dalen, productie blijft achter en een opvallend deel van de nieuwe kansen komt niet uit personenauto's, maar uit defensie.

Nick ter Arkel
3 minuten
Duitse auto-industrie
Europese auto-industrie
Verkoopcijfers
Elektrische Volkswagen ID.3-modellen op de productielijn in de fabriek in Zwickau

De nieuwe cijfers waarover Handelsblatt bericht, lijken op het eerste gezicht nog altijd somber. De Ifo-index voor het ondernemingsklimaat in de Duitse auto-industrie steeg in juli met zes punten, maar bleef met min 15,6 duidelijk onder nul.

De grote verandering zit in de verwachtingen voor de komende zes maanden. Die index ging van min 30,7 in april naar min 0,1 in juli. Dat is het beste resultaat in ruim drie jaar. De beoordeling van de huidige situatie bleef met min 29,9 ondertussen bijzonder slecht.

Dat verschil is belangrijk. De Ifo-systematiek telt geen verkochte auto's of gebouwde motoren, maar antwoorden van bedrijven. Het saldo voor de verwachtingen is het verschil tussen het aandeel ondernemingen dat verbetering en verslechtering verwacht. Min 0,1 betekent daarom niet dat de branche alweer groeit. Het betekent dat optimisten en pessimisten elkaar bijna in evenwicht houden.

“De orderboeken vullen zich weer enigszins en de exportverwachtingen zijn gestegen.”

Anita Wölfl, Ifo-instituut

De orderboeken vullen zich maar aan één kant

De harde VDA-cijfers laten zien waarom de vlag nog niet uit kan. Duitse autofabrikanten kregen in juni 23 procent meer binnenlandse bestellingen dan een jaar eerder. De orders uit het buitenland daalden juist met 10 procent. Alles bij elkaar kwamen er 6 procent minder nieuwe bestellingen binnen.

Ook de productie loopt nog niet mee met het verbeterde humeur. Duitse fabrieken bouwden in de eerste helft van 2026 ruim 2,1 miljoen personenauto's. Dat waren er 3 procent minder dan een jaar eerder en 15 procent minder dan in dezelfde periode van 2019. De export daalde in het eerste halfjaar eveneens met 3 procent.

De binnenlandse markt geeft dus een voorzichtig teken van herstel, maar Duitsland blijft sterk afhankelijk van de rest van de wereld. Meer dan drie op de vier in Duitsland gebouwde auto's gingen dit jaar naar het buitenland. Zolang daar minder wordt besteld, blijft een volle Duitse orderportefeuille ver weg.

Elektrische auto's geven de cijfers echt steun

Het duidelijkste lichtpunt rijdt wel degelijk op de openbare weg. In Duitsland werden in de eerste zes maanden van 2026 iets meer dan 368.000 volledig elektrische auto's geregistreerd. Dat was 48 procent meer dan een jaar eerder. Alleen in juni kwamen er ruim 84.000 bij, een stijging van 78 procent.

Ook in de rest van Europa groeit de elektrische markt. Volledig elektrische auto's hadden in het eerste halfjaar een aandeel van 20,7 procent in de Europese Unie, tegenover 15,6 procent een jaar eerder. De Duitse groei behoorde volgens ACEA tot de sterkste van de grote Europese markten.

Dat betekent niet automatisch dat iedere Duitse fabrikant profiteert. In de registraties zitten ook Tesla's, Chinese auto's en modellen die elders worden gebouwd. De cijfers bewijzen vooral dat de Europese vraag naar elektrische auto's groeit. Welke fabrikant die vraag uiteindelijk omzet in winst, is een andere strijd.

De opvallendste hoop rijdt niet op straat

Ifo-expert Anita Wölfl wijst daarnaast op een onverwachte uitweg. Fabrikanten van carrosserieën, voertuigopbouwen en componenten kunnen hun techniek ook verkopen aan sectoren buiten de personenauto. Defensie is daarvan het opvallendste voorbeeld.

Het geld dat daar beschikbaar komt, groeit snel. De defensie-uitgaven van de 27 EU-landen kwamen in 2025 volgens het Europese Defensieagentschap uit op 418 miljard euro. Voor 2026 wordt 454 miljard euro verwacht. Ongeveer 36 procent daarvan zou naar investeringen gaan.

Duitse autotoeleveranciers zetten die stap al. ZF ontwikkelt samen met Rolls-Royce een hybride aandrijflijn voor een toekomstig Europees zwaar militair rupsvoertuig. Schaeffler helpt het Franse Delair ondertussen bij een productielijn die vanaf november volgens de bedrijven ongeveer honderd militaire drones per dag moet kunnen bouwen.

Daarmee kan defensie specifieke leveranciers, fabrieken en werknemers nieuw werk geven. Het is alleen geen vervanging voor miljoenen personenauto's. Wölfl spreekt daarom zorgvuldig over delen van de auto-industrie die kunnen profiteren, niet over een militaire redding voor de hele branche.

Voor de showroom verandert vandaag nog niets

Nederlandse autokopers hoeven door deze cijfers niet onmiddellijk lagere prijzen, kortere levertijden of nieuwe kortingsacties te verwachten. De Ifo-meting beschrijft wat Duitse bedrijven van de komende zes maanden verwachten. Zij voorspelt niet wat een Model, Golf of elektrische SUV straks in de showroom kost.

Voorlopig loopt de toekomst duidelijk voor op het heden. De verwachtingen zijn in drie maanden spectaculair verbeterd, maar de productie, export en totale orderinstroom blijven achter.

De Duitse auto-industrie ziet eindelijk weer een uitgang uit de crisis. Alleen staat ze nog met één voet in het verleden en met de andere in een toekomst die eerst besteld moet worden.