Jarenlang was de richting in autoland duidelijk: minder knoppen en grotere schermen. Tesla verplaatste vrijwel alle functies naar het centrale display, Volkswagen verruilde schakelaars voor aanraakvlakken en ook Mercedes bouwde steeds meer bediening weg achter glas.
Nu trapt uitgerekend de baas van Mercedes-Benz op de rem. CEO Ola Källenius erkent dat autofabrikanten bij het vervangen van fysieke bediening door schermmenu’s te ver zijn gegaan. Mercedes brengt daarom de belangrijkste knoppen terug, al betekent dat niet dat de enorme schermen gaan verdwijnen.
Mercedes-topman erkent dat de grens is bereikt
Mercedes was de afgelopen jaren een van de grootste voorstanders van digitale dashboards. Het bekendste voorbeeld is de MBUX Hyperscreen, die afhankelijk van het model vrijwel de volledige breedte van het dashboard beslaat.
Volgens Källenius kunnen de schermen in toekomstige modellen zelfs nog groter worden. Toch erkent hij in een interview met Autocar dat de industrie bij de overstap naar digitale bediening een grens heeft overschreden.
“Ik weet niet of we de piek aan schermen hebben bereikt, maar we zitten wel op het minimum aan knoppen.”
De Mercedes-topman geeft toe dat fabrikanten soms technologie toepasten puur omdat het technisch mogelijk was. Daarbij werd volgens hem af en toe vergeten wat voor de klant daadwerkelijk prettig werkt.
De belangrijkste knoppen keren terug
Mercedes wil daarom de naar eigen zeggen zinvolste fysieke bedieningselementen terugbrengen. Die omslag is al zichtbaar op de stuurwielen van recente modellen. Aanraakgevoelige vlakken maken daar weer plaats voor echte drukknoppen, rollers en tuimelschakelaars.
Vooral functies die bestuurders tijdens het rijden regelmatig gebruiken, komen daarvoor in aanmerking. Denk aan het regelen van het volume, het bedienen van rijhulpsystemen en het navigeren door de informatie achter het stuur.
De nieuwe CLA en GLC laten zien hoe Mercedes die combinatie voor zich ziet. Grote displays blijven het interieur domineren, maar daaromheen verschijnen weer bedieningselementen die je met je vingers kunt herkennen zonder eerst naar een scherm te kijken.
Euro NCAP kijkt voortaan ook naar de bediening
De koerswijziging is niet alleen het gevolg van klachten van klanten. Ook de manier waarop nieuwe auto’s op verkeersveiligheid worden beoordeeld, verandert.
Euro NCAP beoordeelt sinds 2026 nadrukkelijker hoe eenvoudig belangrijke functies tijdens het rijden te bedienen zijn. Daarbij wordt gekeken naar de plaatsing en duidelijkheid van de bediening, maar ook naar de aanwezigheid van fysieke knoppen voor veelgebruikte functies. Auto’s die eenvoudige handelingen verstoppen in ingewikkelde schermmenu’s, kunnen daardoor punten verliezen.
Dat betekent niet dat een auto zonder aparte knop voor iedere functie automatisch geen vijf sterren meer kan halen. Het bedieningsgemak telt wel mee in de categorie ‘Safe Driving’, waarvoor een minimale score nodig is om de hoogste totaalscore te behalen. Voor autofabrikanten vormt dat een serieuze reden om opnieuw naar hun interieurs te kijken.
Een oude Volvo versloeg moderne dashboards
Dat een fraai touchscreen niet automatisch prettig werkt, bleek uit een test van het Zweedse automagazine Vi Bilägare. Bestuurders moesten bij 110 kilometer per uur vier alledaagse opdrachten uitvoeren, zoals de temperatuur aanpassen en een radiozender kiezen.
De bestuurders hadden vooraf voldoende tijd gekregen om de bediening van iedere auto te leren kennen. Toch waren de verschillen enorm. In een Volvo V70 uit 2005 waren de opdrachten binnen tien seconden voltooid. De auto legde in die tijd 306 meter af.
De Mercedes GLB had 20,2 seconden nodig, wat bij die snelheid neerkomt op ongeveer 617 meter. Daarmee eindigde de Mercedes in de middenmoot. In de slechtst scorende auto, de MG Marvel R, duurden dezelfde handelingen bijna 45 seconden. De auto legde ondertussen bijna 1,4 kilometer af.
De test laat vooral zien dat niet het totale aantal knoppen bepalend is. De belangrijkste functies moeten logisch geplaatst zijn en bij voorkeur op de tast gevonden kunnen worden.
Mercedes staat niet alleen
Ook andere autofabrikanten komen terug op hun eerdere keuzes. Volkswagen brengt in nieuwe modellen weer afzonderlijke knoppen voor onder meer de temperatuur, het volume en de alarmlichten. Hyundai blijft vasthouden aan fysieke bediening voor veelgebruikte functies en ook Porsche en Ferrari zoeken opnieuw naar een betere combinatie van schermen en schakelaars.
De schermtrend draaide namelijk niet uitsluitend om een modern uiterlijk. Verschillende functies samenbrengen op één display is voor een fabrikant vaak goedkoper dan afzonderlijke knoppen ontwerpen, produceren en jarenlang als reserveonderdeel op voorraad houden. Bovendien kan de werking van een digitaal menu later met een software-update worden aangepast.
Voor de bestuurder werkt zo’n scherm alleen niet altijd sneller. Een fysieke volumeknop heeft een vaste plek en geeft direct voelbare feedback. Op een glad display moet je eerst kijken waar de juiste virtuele knop staat en soms meerdere menu’s openen.
De grote schermen blijven gewoon
Wie hoopte op een volledige terugkeer naar het dashboard van twintig jaar geleden, wordt teleurgesteld. Mercedes blijft investeren in grote displays, spraakbediening en uitgebreide digitale functies. De MBUX Hyperscreen verdwijnt dus niet.
De verandering zit vooral in de verdeling. Functies die je voor vertrek instelt, kunnen prima in een menu blijven staan. Bediening die je tijdens het rijden regelmatig nodig hebt, krijgt waar mogelijk weer een fysieke knop, roller of hendel.
Mercedes neemt daarmee geen afscheid van het digitale interieur. Het merk erkent vooral dat niet iedere innovatie automatisch een verbetering is. Na jaren waarin bijna iedere nieuwe auto meer scherm en minder knoppen kreeg, lijkt de tastbare bediening definitief aan een comeback begonnen.