Elektrisch

Tot een kwart van je laadstroom gaat verloren: zo beperk je het verlies tot minder dan 7 procent

Niet alle elektriciteit die door de meter loopt, belandt in de accu van een elektrische auto. Een ADAC-test meet laadverliezen tot 24,2 procent, maar met een geschikte thuislader blijft het verlies onder de 7 procent.

Jesper Penninga
4 minuten
ADAC
Autoaccu
Elektrisch laden
Tot een kwart van je laadstroom gaat verloren: zo beperk je het verlies tot minder dan 7 procent

Wie 100 kilowattuur elektriciteit afneemt, krijgt niet automatisch 100 kilowattuur in de accu. Een deel van de energie wordt tijdens het laadproces gebruikt door de auto zelf of gaat verloren bij de omzetting van wisselstroom naar gelijkstroom. Hoeveel er precies verloren gaat, hangt sterk af van de auto en de gekozen laadwijze.

De Duitse mobiliteitsclub ADAC vergeleek voor een nieuw onderzoek vijf actuele elektrische auto’s. De modellen werden opgeladen via een gewoon stopcontact, een thuislader met beperkt vermogen en een thuislader op het hoogste vermogen dat de auto accepteert. Het gewone stopcontact leverde bij alle vijf de auto’s het grootste laadverlies op.

Mercedes verliest via het stopcontact bijna een kwart

Het grootste verschil werd gemeten bij de Mercedes-Benz CLA 350 EQ. Bij laden via een huishoudelijk stopcontact met 2,3 kW ging 24,2 procent van de afgenomen energie verloren. Van iedere 100 kilowattuur die door de elektriciteitsmeter loopt, belandt in dat geval dus 75,8 kilowattuur in de accu.

Bij de vier andere testauto’s lag het verlies via het stopcontact tussen 12,7 en 15,3 procent. Dat is duidelijk lager dan bij de Mercedes, maar nog steeds ongeveer twee tot drie keer zoveel als bij laden via een thuislader op het hoogste bruikbare vermogen.

TestautoStopcontact, 2,3 kWThuislader beperkt, 4,2 kWThuislader, 11 kWThuislader, 22 kW
Mercedes-Benz CLA 350 EQ24,2%12,8%6,9%-
Volkswagen ID.7 Tourer15,3%10,6%6,9%-
Volvo EX3014,2%9,1%7,0%6,7%
Renault 5 E-Tech13,7%8,0%5,1%-
Tesla Model Y12,7%9,4%6,1%-

De Renault 5 E-Tech was in deze test het efficiëntst. Bij laden met 11 kW ging 5,1 procent van de energie verloren. Ook de andere modellen bleven bij hun hoogste geteste laadvermogen onder de 7 procent.

De auto gebruikt tijdens het laden zelf ook energie

Een autoaccu slaat gelijkstroom op, terwijl een stopcontact of thuislader wisselstroom levert. De boordlader van de auto moet die elektriciteit daarom eerst omzetten. Bij die omzetting ontstaat warmte en gaat onvermijdelijk een deel van de energie verloren.

Tijdens het laden blijven daarnaast verschillende boordsystemen actief. Die systemen gebruiken energie zolang de laadsessie duurt. Bij een laag vermogen duurt het vullen van de accu veel langer, waardoor deze vaste verbruikers langer ingeschakeld blijven en een groter aandeel van de totale afname opeisen.

Dat verklaart ook waarom sneller laden via een thuislader niet automatisch meer verlies veroorzaakt. De auto vraagt tijdens de laadsessie wel meer vermogen, maar is veel eerder klaar. De hulp- en regelsystemen hoeven daardoor minder lang actief te blijven.

Een gewoon stopcontact blijft een noodoplossing

Een huishoudelijk stopcontact is niet ontwikkeld om regelmatig vele uren achter elkaar zwaar te worden belast. De ADAC ziet deze laadwijze daarom niet alleen vanwege het energieverlies, maar ook uit veiligheidsoverwegingen als een noodoplossing.

Wie thuis regelmatig een elektrische auto oplaadt, kan beter een speciaal aangelegde thuislader gebruiken. Die wordt aangesloten op een daarvoor geschikte groep en kan doorgaans een hoger vermogen leveren. Laat de installatie en de capaciteit van de meterkast daarbij beoordelen door een deskundige.

Een thuislader verkort niet alleen de laadduur. In de ADAC-test daalde het verlies bij alle vijf de auto’s naar maximaal 7 procent zodra ze op het hoogste geteste vermogen werden opgeladen. Bij de Renault bleef van iedere 100 afgenomen kilowattuur ongeveer 94,9 kilowattuur als energie in de accu achter.

Langzamer laden met zonnestroom heeft een ander doel

De derde geteste situatie was een thuislader waarvan het vermogen tot ongeveer 4,2 kW werd beperkt. Daarmee simuleerde ADAC een auto die uitsluitend wordt geladen met het beschikbare overschot van zonnepanelen. De verliezen lagen daarbij tussen 8,0 en 12,8 procent.

Dat is minder efficiënt dan laden op het maximale vermogen, maar duidelijk beter dan laden via het stopcontact. Toch betekent een hoger technisch verlies niet automatisch dat laden met zonne-energie financieel ongunstig is. Zelf opgewekte stroom kan immers voordeliger zijn dan elektriciteit die op een ander moment van het net wordt afgenomen.

Een slimme thuislader kan helpen om het beschikbare zonnevermogen zo goed mogelijk te gebruiken. Sommige systemen wachten tot er voldoende eigen stroom beschikbaar is of verhogen en verlagen het laadvermogen automatisch. Welke mogelijkheden bestaan, hangt af van de auto, de thuislader en de aanwezige laadinfrastructuur.

Zo beperk je het laadverlies

De belangrijkste stap is voorkomen dat het huishoudelijke stopcontact de standaardoplossing wordt. Gebruik voor regelmatig elektrisch laden een geschikte thuislader en laad niet onnodig langzaam wanneer de aansluiting en de auto een hoger vermogen aankunnen.

Kijk daarnaast niet alleen naar het opgegeven stroomverbruik tijdens het rijden. Dat cijfer vertelt hoeveel energie de auto onderweg gebruikt, maar niet hoeveel elektriciteit er bij het opladen door de meter loopt. Voor de werkelijke kosten is de afname van de thuislader of elektriciteitsmeter bepalend.

Ook het automodel maakt zichtbaar verschil. De Mercedes verloor via hetzelfde stopcontact bijna twee keer zoveel energie als de Renault en Tesla. De efficiëntie van de boordlader en het verbruik van de actieve boordsystemen spelen dus eveneens een rol.

Het laadverlies volledig voorkomen kan niet. Door een geschikt laadpunt te gebruiken en niet onnodig lang met een zeer laag vermogen te laden, kan het verschil wel fors worden teruggebracht. In deze test daalde het van maximaal 24,2 procent via het stopcontact naar 5,1 tot 6,9 procent bij de efficiëntste laadinstelling.