Bij jonge automobilisten denk je al snel aan te hard rijden of te veel risico nemen. Bij oudere bestuurders ligt de opvallendste zwakke plek ergens heel anders. Niet op de snelweg en ook niet tijdens een spectaculaire inhaalactie, maar op een gewoon kruispunt.
Vooral links afslaan terwijl er tegemoetkomend verkeer is springt eruit. SWOV ziet dat oudere automobilisten, en in het bijzonder 75-plussers, relatief vaak betrokken zijn bij ongevallen die tijdens deze manoeuvre ontstaan. Dat betekent overigens niet dat oudere bestuurders automatisch vaker ongelukken veroorzaken. Die conclusie kun je volgens SWOV niet uit de Nederlandse ongevalsgegevens trekken.
Vooral links afslaan op een kruispunt springt eruit
Linksaf slaan lijkt voor een ervaren bestuurder bijna routine. Toch gebeurt er in een paar seconden opvallend veel. Je moet tegemoetkomend verkeer zien, de snelheid ervan inschatten, bepalen of het gat groot genoeg is en tegelijkertijd letten op fietsers, voetgangers, verkeerslichten en eventuele voorrangsregels.
Juist die combinatie maakt de manoeuvre voor oudere automobilisten relatief lastig. De SWOV-factsheet over ouderen in het verkeer noemt ongevallen tijdens het links afslaan op een kruispunt expliciet als een type waarbij ouderen vaker betrokken zijn.
Ook invoegen en uitvoegen kan meer problemen opleveren. De overeenkomst is duidelijk: het zijn situaties waarin veel informatie tegelijk verwerkt moet worden en een beslissing vaak onder enige tijdsdruk moet worden genomen.
Dat maakt een druk kruispunt heel iets anders dan rustig rechtdoor rijden op een bekende weg.
Waarom juist deze manoeuvre lastiger wordt
Met het ouder worden kunnen verschillende functies geleidelijk veranderen. Dat geldt onder meer voor het perifere zicht, de waarneming van beweging, contrastgevoeligheid en de snelheid waarmee informatie wordt verwerkt. Ook het verdelen van de aandacht over meerdere dingen tegelijk kan meer moeite kosten.
Bij links afslaan komen precies die vaardigheden samen. Een bestuurder kijkt naar een naderende auto en moet niet alleen zien dát die auto eraan komt, maar ook inschatten hoe snel. Tegelijkertijd kan rechts een fietser naderen en aan de overzijde een voetganger oversteken.
Een seconde langer nodig hebben om al die informatie te verwerken hoeft tijdens een rustige rit nauwelijks merkbaar te zijn. Op een druk kruispunt kan dezelfde vertraging veel belangrijker worden. Daarom draait goede verkeersveiligheid voor oudere bestuurders niet simpelweg om reactiesnelheid, maar vooral om de hoeveelheid informatie die op hetzelfde moment verwerkt moet worden.
Dat verklaart ook waarom een overzichtelijk kruispunt met afzonderlijke verkeerslichten veel eenvoudiger kan zijn dan een ongeregelde linksafbeweging door meerdere verkeersstromen.
Jongeren hebben juist een heel ander probleem
Daar staat een bijna tegenovergesteld risicoprofiel tegenover. Nederlandse automobilisten van 18 tot en met 24 jaar hebben per gereden kilometer een aanzienlijk hoger risico om bij een dodelijk ongeval betrokken te raken dan ervaren bestuurders.
SWOV kwam voor deze groep uit op ongeveer 4,5 keer zoveel risico per miljard gereden kilometer als bij automobilisten van 30 tot en met 65 jaar.
Daarbij spelen twee zaken sterk mee: leeftijd en rijervaring. Een beginnende bestuurder kan de auto technisch prima bedienen en de verkeersregels kennen, maar heeft nog veel minder situaties meegemaakt. Gevaar herkennen voordat het daadwerkelijk gevaarlijk wordt, is een vaardigheid die voor een belangrijk deel met ervaring groeit.
Bij jongeren spelen daarnaast risicogedrag en omstandigheden zoals afleiding, vermoeidheid en snelheid een rol. Het zou alleen te kort door de bocht zijn om daaruit te concluderen dat er voor Nederland één simpele statistische regel bestaat als 'jongeren rijden te hard en ouderen slaan verkeerd af'. Zo'n actuele Nederlandse ranglijst per leeftijdsgroep en verkeersovertreding bestaat niet in dezelfde vorm.
Het verschil zit vooral in het soort risico: bij jonge bestuurders wegen gebrek aan ervaring en risicoacceptatie zwaar, terwijl bij oudere automobilisten complexe verkeerssituaties een steeds belangrijker aandachtspunt kunnen worden.
Oudere automobilisten zijn niet automatisch gevaarlijker
Daar zit een belangrijke nuance. Volgens SWOV kun je op basis van de ongevalsstatistieken niet stellen dat ouderen vaker ongelukken veroorzaken dan jongere verkeersdeelnemers.
Wel neemt het overlijdensrisico toe. Voor automobilisten van 70 jaar en ouder ligt dat risico per afgelegde kilometer volgens de meest recente SWOV-factsheet ongeveer 2,8 keer hoger dan voor automobilisten jonger dan 60 jaar.
Een groot deel daarvan komt niet doordat ouderen automatisch slechter rijden, maar doordat het lichaam kwetsbaarder wordt. Bij dezelfde botsing is de kans op ernstig of dodelijk letsel groter naarmate iemand ouder is.
Dat onderscheid is belangrijk bij de nieuwste Nederlandse cijfers. In 2025 waren 80-plussers de leeftijdsgroep met de meeste verkeersdoden. Dat is echter geen bewijs dat 80-plussers achter het stuur de meeste ongelukken veroorzaken. CBS laat juist zien dat oudere verkeersslachtoffers relatief vaak op de fiets omkomen.
De bestuurder en het slachtoffer zijn dus twee heel verschillende begrippen.
Vanaf 75 jaar wordt rijgeschiktheid extra beoordeeld
Nederland gebruikt wel een leeftijdsgrens bij het verlengen van het rijbewijs. Wie 75 jaar of ouder is wanneer het rijbewijs wordt verlengd, krijgt te maken met een beoordeling van de medische rijgeschiktheid door het CBR.
Daarvoor wordt een Gezondheidsverklaring ingevuld en is een medische keuring nodig. Als daar aanleiding voor is, kan het CBR aanvullende informatie van een specialist vragen of een rijtest laten uitvoeren.
Die leeftijd van 75 jaar betekent niet dat iemand vanaf zijn verjaardag ineens minder goed rijdt. Leeftijd alleen zegt daarvoor te weinig. SWOV kijkt bij onderzoek naar rijgeschiktheid daarom juist naar functies als zien, denken en doen.
En precies daar komt de opvallende linksafmanoeuvre weer om de hoek kijken. Een eenvoudige bocht vraagt ineens om zicht, aandacht, inschattingsvermogen en een snelle beslissing tegelijk. Voor jonge bestuurders is het vaak gebrek aan ervaring dat het risico verhoogt. Bij oudere bestuurders kan juist zo'n vertrouwde, maar complexe manoeuvre steeds meer van de bestuurder vragen.