Nieuws

Heb je een Batavus, Sparta of Babboe? Dit betekenen de problemen bij moederbedrijf Accell voor jouw fiets

Accell, moederbedrijf van Batavus, Sparta en Babboe, is failliet verklaard. Voor bestaande fietseigenaren verandert daardoor niet direct alles, maar rond garantie, onderdelen, bestellingen en de terugroepactie van Babboe ontstaat wel onzekerheid.

Jesper Penninga
5 minuten
Elektrische fiets
Heb je een Batavus, Sparta of Babboe? Dit betekenen de problemen bij moederbedrijf Accell voor jouw fiets

Wie een Batavus, Sparta of Babboe in de schuur heeft staan, hoeft die fiets door het faillissement van moederbedrijf Accell niet ineens af te schrijven. De fiets blijft van jou, een fietsenmaker kan veel regulier onderhoud blijven uitvoeren en ook je wettelijke garantie verdwijnt niet automatisch.

Toch zijn er gevolgen om rekening mee te houden. Vooral fabrieksgarantie, specifieke onderdelen voor elektrische fietsen, nog niet geleverde bestellingen en de lopende veiligheidskwestie rond bepaalde Babboe-bakfietsen kunnen ingewikkelder worden. Een mogelijke doorstart kan een deel van die onzekerheid wegnemen, maar het is nog te vroeg om ervan uit te gaan dat alle merken en bestaande verplichtingen ongewijzigd doorgaan.

Je Batavus of Sparta wordt niet ineens onbruikbaar

Accell bezit naast Batavus, Sparta en Babboe ook merken als Koga, Haibike, Winora, Ghost, Lapierre en Raleigh. Dat het concern in financiële problemen is gekomen, betekent niet dat bestaande fietsen technisch van de ene op de andere dag waardeloos zijn.

Voor Batavus en Sparta zou zo’n redding bovendien niet de eerste zijn. Batavus ging in 1986 al eens failliet en werd daarna overgenomen door Atag, terwijl het toen nog zelfstandige Sparta in 1999 in grote financiële problemen door Accell werd overgenomen.

Veel normale slijtdelen, zoals banden, kettingen, remblokken en kabels, worden niet exclusief door Accell gemaakt. Een fietsenmaker kan dergelijke onderdelen ook uit andere kanalen betrekken. Hetzelfde geldt voor verschillende systemen op een elektrische fiets: fabrikanten gebruiken vaak motoren, accucomponenten en andere techniek van gespecialiseerde leveranciers.

De grotere onzekerheid zit bij onderdelen die specifiek voor één merk of model zijn gemaakt. Denk aan een bijzonder frameonderdeel, een merkspecifiek display, kabelboom, controller, kunststof kap of bepaalde software. Als bestaande voorraden opraken en er geen partij komt die de levering voortzet, kunnen zulke onderdelen op termijn lastiger verkrijgbaar worden.

Dat probleem hoeft dus niet morgen te ontstaan. Een succesvolle doorstart kan er juist voor zorgen dat onderdelenvoorraden, technische ondersteuning en het dealernetwerk behouden blijven.

Voor wettelijke garantie moet je vooral naar de verkoper

Bij garantie is het belangrijk om onderscheid te maken tussen wettelijke garantie en fabrieksgarantie. Heb je jouw Batavus of Sparta bijvoorbeeld bij een zelfstandige fietsenwinkel gekocht, dan is die winkel jouw verkoper. De wettelijke garantie loopt via die partij en verdwijnt niet omdat de fabrikant of het moederbedrijf in financiële problemen komt.

In Nederland bestaat voor wettelijke garantie geen vaste grens van twee jaar. Een product moet zo lang goed functioneren als je daar bij normaal gebruik redelijkerwijs van mag verwachten. Gaat een relatief jonge en dure e-bike veel eerder kapot zonder dat je dat zelf hebt veroorzaakt, dan moet je dus eerst bij de verkoper aankloppen.

De fietsenwinkel kan zich daarbij niet zonder meer verschuilen achter het faillissement van de fabrikant. De verkoper moet naar een passende oplossing zoeken, bijvoorbeeld reparatie of vervanging. Als dat uiteindelijk onmogelijk blijkt, kan afhankelijk van de situatie een gedeeltelijke of volledige terugbetaling aan de orde komen.

Bij fabrieksgarantie ligt dat anders. Die aanvullende garantie is een belofte van de fabrikant. Wat daarmee gebeurt, hangt af van welke Accell-onderdelen precies failliet zijn, wat de curator kan voortzetten en welke verplichtingen een eventuele koper bereid is over te nemen.

Vooral specifieke e-bikeonderdelen verdienen aandacht

Voor bezitters van een gewone stadsfiets zijn de praktische risico's waarschijnlijk kleiner dan voor iemand met een technisch complexe e-bike. Een elektrische fiets heeft naast normale fietsonderdelen een accu, motor, sensoren, elektronica, display en soms software die onderling met elkaar moeten kunnen communiceren.

Dat betekent niet dat een defecte Batavus of Sparta straks nergens meer te repareren is. Veel modellen gebruiken techniek van grote externe leveranciers. Ook Babboe heeft bijvoorbeeld elektrische systemen met onderdelen van onder meer Yamaha, GWA, QWIC en Protanium gebruikt.

Lastiger wordt het wanneer een onderdeel speciaal voor één fiets is ontwikkeld of alleen via het merk verkrijgbaar was. Een fietsenmaker kan dan technisch precies weten wat er kapot is, maar alsnog met lege handen staan wanneer het juiste vervangende onderdeel nergens meer te bestellen is.

Bij Babboe speelt nog een extra probleem

Voor bezitters van bepaalde Babboe-bakfietsen gaat het niet alleen om garantie en onderdelen. De grote terugroepactie die in 2024 begon, is nog altijd niet volledig afgerond. Babboe noemt de actie zelf nog ‘in volle gang’. Ongeveer een derde van de betrokken bakfietsen wordt teruggeroepen, terwijl het merendeel na een gratis inspectie en eventuele reparatie weer veilig gebruikt kan worden. Welke regeling geldt, hangt onder meer af van het model, framenummer en de leeftijd van de fiets.

De financiële problemen bij Accell roepen daarom een belangrijke praktische vraag op: hoe worden de nog openstaande inspecties, vervangingen en andere verplichtingen rond de terugroepactie verder afgehandeld? Bij een eventuele doorstart of overname zal moeten blijken welke activiteiten en verplichtingen worden voortgezet.

Een doorstart kan veel veranderen

Een faillissement hoeft niet het einde van Batavus, Sparta of Babboe te betekenen. De curator kan levensvatbare onderdelen van een onderneming verkopen aan een nieuwe eigenaar. Daarbij kunnen bijvoorbeeld merknamen, voorraden, onderdelen, activiteiten en andere bedrijfsmiddelen worden overgenomen.

De Nederlandse fietsbranche kent daar inmiddels verschillende voorbeelden van. VanMoof werd na het faillissement overgenomen, Qwic maakte een doorstart en ook Stella ging na zijn faillissement in afgeslankte vorm verder.

Zo'n doorstart biedt vooral kansen om productie, onderdelenvoorziening en service opnieuw op gang te krijgen. Er zit alleen een belangrijk verschil tussen het kopen van een merk en het overnemen van alle oude schulden en beloften. Een nieuwe eigenaar neemt bestaande fabrieksgaranties of andere claims niet automatisch mee. Dat hangt af van de afspraken die bij de overname worden gemaakt.

Voor een Batavus- of Sparta-eigenaar is het daarom verstandig om voorlopig aankoopbewijzen en onderhoudsdocumenten goed te bewaren en niet te snel conclusies te trekken over het verdwijnen van onderdelen of service.

Heb je nog een fiets besteld of aanbetaald?

Dan is vooral belangrijk bij wie je de fiets daadwerkelijk hebt gekocht. Heb je bij een zelfstandige fietsenwinkel besteld en is die winkel zelf financieel gezond, dan blijft die dealer jouw contractpartij. Vraag daar wat er met de bestelling gebeurt en of levering nog mogelijk is.

Heb je rechtstreeks gekocht bij een Accell-bedrijf dat onder het faillissement valt en heb je de fiets nog niet ontvangen, dan kan de situatie lastiger zijn. De curator bepaalt dan wat er met lopende overeenkomsten gebeurt. Kan de bestelling niet meer worden uitgevoerd, dan kun je een vordering indienen, maar bij een faillissement is het onzeker hoeveel geld uiteindelijk terugkomt.

Hetzelfde geldt wanneer jouw fiets bij een failliete onderneming voor reparatie staat. De fiets blijft jouw eigendom, maar je moet mogelijk bij de curator aantonen dat hij van jou is voordat je hem terugkrijgt. Een aankoopbon, reparatiebewijs en framenummer kunnen daarbij belangrijk zijn.

Voor de meeste mensen met een Batavus, Sparta of Babboe verandert er vandaag dus minder dan het woord faillissement doet vermoeden. De grote vragen zitten in wat er de komende weken met de merken, onderdelenvoorziening en fabrieksgaranties gebeurt. Een doorstart kan veel daarvan oplossen, maar pas wanneer duidelijk is wat een nieuwe eigenaar daadwerkelijk overneemt, weten bestaande fietseigenaren waar ze aan toe zijn.