Bij spekgladde wegen denk je waarschijnlijk aan een koude winterochtend, ijzel of een bevroren brug. Toch kan een wegdek ook bij buitentemperaturen van twintig of dertig graden plotseling verrassend glad worden. Het verschijnsel wordt soms ‘zomerijs’ genoemd, al komt er geen echt ijs aan te pas.
Juist dat maakt zomerijs verraderlijk. De weg ziet er niet uit alsof je ieder moment grip kunt verliezen en na weken met droog zomerweer ben je gewend geraakt aan asfalt waarop je auto voorspelbaar reageert. Toch kunnen de omstandigheden in korte tijd compleet veranderen.
Het gevaar bouwt zich wekenlang op
Tijdens een lange warme en droge periode wordt het wegdek nauwelijks schoongespoeld. Ondertussen blijven auto's er gewoon overheen rijden. Daardoor kunnen onder meer stof, vuil, olieresten en kleine rubberdeeltjes van banden zich op het asfalt verzamelen.
Volgens de ANWB kan die opgehoopte vervuiling uiteindelijk de basis vormen voor een dunne, slijmerige laag op de weg. Hoe langer het droog blijft, hoe langer vuil de kans krijgt zich op het wegdek op te hopen.
Dat is deze zomer extra relevant. Rijkswaterstaat meldde eind juli dat de droogte in Nederland verder toenam. Ondanks enkele buien bleven de afvoeren van Rijn en Maas zeer laag en daalden ook de grondwaterstanden. Dat betekent niet dat iedere Nederlandse weg nu gevaarlijk glad is, maar wel dat de omstandigheden waarin zomergladheid kan ontstaan volop aanwezig zijn.
Dan zijn juist de eerste druppels verraderlijk
De verrassende boosdoener is regen. Als het na een lange droge periode voor het eerst weer licht begint te regenen, mengt het water zich met het vuil, rubber en de vettige resten die op het wegdek liggen. Daardoor kan een glad laagje ontstaan tussen de banden en het asfalt.
Een stevige stortbui kan de weg uiteindelijk juist weer schoner spoelen. De eerste lichte regen is daarom vaak het verraderlijkste moment. Er ligt dan genoeg water om de vervuiling los te maken en te mengen, maar nog niet genoeg om alles meteen van de weg af te voeren.
Voor automobilisten is dat een lastige combinatie. Na een lange droge periode voelt dezelfde weg vertrouwd en een paar regendruppels lijken weinig reden tot zorgen. Toch kan de beschikbare grip juist op dat moment duidelijk minder zijn dan kort daarvoor.
Zomerijs is iets anders dan aquaplaning
Zomerijs moet niet worden verward met aquaplaning. Bij aquaplaning kan een band het water op de weg niet snel genoeg afvoeren. De band verliest daardoor gedeeltelijk of volledig het contact met het asfalt en gaat als het ware op een laag water glijden.
Voor zomerijs is geen diepe plas of enorme hoeveelheid regen nodig. Het probleem zit juist in de dunne combinatie van water en vervuiling op het wegdek. Daardoor kan het asfalt al glad zijn terwijl de weg er op het eerste gezicht alleen een beetje nat uitziet.
Voor de verkeersveiligheid is dat verschil belangrijk. Een bestuurder hoeft namelijk geen grote plassen te zien om rekening te houden met minder grip. Vooral na een langere droge periode is een normale natte weg niet automatisch zo onschuldig als hij eruitziet.
Vooral in bochten merk je minder grip
Minder grip wordt vooral merkbaar wanneer je veel van de banden vraagt. Denk aan stevig remmen, plotseling uitwijken of met dezelfde snelheid als normaal een scherpe bocht of rotonde nemen. De beschikbare marge tussen normaal rijden en wegglijden wordt kleiner.
Moderne auto's beschikken vrijwel allemaal over systemen als ABS en elektronische stabiliteitscontrole. Die kunnen helpen wanneer een wiel dreigt te blokkeren of de auto begint uit te breken, maar ook dergelijke systemen zijn afhankelijk van de hoeveelheid grip die de banden nog met het wegdek hebben.
De staat van je autobanden speelt daarom eveneens een rol. Goede banden kunnen zomerijs niet laten verdwijnen, maar voldoende profiel en de juiste bandenspanning helpen de auto wel zo voorspelbaar mogelijk te reageren wanneer het wegdek plotseling minder grip biedt.
Zo voorkom je dat zomerijs je verrast
De eenvoudigste maatregel is meer afstand houden zodra het weer na een lange droge periode omslaat. Daarmee geef je jezelf meer tijd om rustig te remmen als je merkt dat de auto anders reageert dan verwacht.
Ook geleidelijk gas geven, rustig remmen en abrupte stuurbewegingen vermijden helpt. Het doel is niet om stapvoets verder te rijden, maar om geen plotseling grote hoeveelheid grip van de banden te vragen. Zeker tijdens een lange autovakantie, wanneer je uren achter elkaar over onbekende wegen rijdt, is zo'n weersomslag gemakkelijk te onderschatten.
Zomerijs klinkt misschien als een vreemde naam voor iets dat op een warme dag ontstaat. Precies daarin zit het gevaar. Voor gladheid heb je geen sneeuwvlokken, bevroren autoruiten of temperaturen onder nul nodig. Soms zijn een lange droge periode en een klein beetje water genoeg om een vertrouwde weg ineens een stuk verraderlijker te maken.