Wie een occasion koopt, onderhandelt meestal met een informatieachterstand. Je weet wat de auto kost, hoeveel kilometer hij heeft gereden en wat vergelijkbare exemplaren opleveren, maar één interessant gegeven ontbreekt vaak: hoelang probeert de dealer deze specifieke auto eigenlijk al te verkopen?
Juist die statijd kan tijdens het onderhandelen waardevol zijn. Een auto die vorige week is binnengekomen, geeft een verkoper weinig reden om meteen honderden euro's van de prijs af te halen. Staat hetzelfde exemplaar al vier of vijf maanden onverkocht in de voorraad, dan neemt de druk toe. Er zit geld in de auto vast, de voorraad kost ruimte en ook financieringskosten kunnen blijven doorlopen.
Een verkochte occasion staat gemiddeld zo'n 70 dagen
Cijfers die begin 2026 over de Nederlandse occasionmarkt werden gepubliceerd, laten goed zien hoe groot de verschillen zijn. Auto's die daadwerkelijk worden verkocht, hebben gemiddeld ongeveer 70 dagen in de voorraad gestaan. Kijk je naar álle occasions die autobedrijven hebben staan, dus inclusief de exemplaren waarvoor maar geen koper komt, dan loopt het gemiddelde richting de 110 dagen.
Dat verschil is voor een koper veel interessanter dan het op het eerste gezicht lijkt. De auto's die snel verkopen verdwijnen immers voortdurend uit de statistieken, terwijl moeilijk verkoopbare exemplaren steeds ouder worden. Een occasion die drie of vier maanden bij dezelfde verkoper staat, bevindt zich daardoor al snel aan de trage kant van de markt.
Die ontwikkeling is niet geheel nieuw. Uit eerdere cijfers bleek al dat in 2024 nog ruim de helft van de occasions binnen dertig dagen werd verkocht, terwijl dat aandeel een jaar later onder de 49 procent was gezakt. Tegelijkertijd groeide juist de groep auto's die twee tot zes maanden nodig had om een nieuwe eigenaar te vinden.
De occasionmarkt is in 2026 iets afgekoeld
Daar komt bij dat de Nederlandse occasionmarkt dit jaar minder hard draait dan een jaar geleden. In de eerste zes maanden van 2026 werden iets meer dan 1,04 miljoen gebruikte personenauto's verkocht, een daling van 3,2 procent ten opzichte van dezelfde periode in 2025.
Voor autobedrijven is een groeiende voorraad daardoor extra vervelend. Meer auto's die langer blijven staan betekent dat er meer kapitaal in de voorraad vastzit. Bovendien meldde BOVAG eerder dit jaar dat oplopende voorraden en meer sta-dagen bijdragen aan hogere rentekosten bij dealers.
Dat betekent natuurlijk niet dat iedere auto die drie maanden te koop staat automatisch met flinke korting weg moet. Een bijzondere uitvoering, een hoge vraagprijs of simpelweg een kleinere doelgroep kan de statijd verklaren. Maar hoe langer een doorsnee occasion onverkocht blijft, hoe interessanter die informatie wordt wanneer je over de prijs begint.
Elektrische occasions zijn juist veel sneller gaan verkopen
Voor elektrische auto's moet je daarbij voorzichtig zijn met oude vuistregels. Begin 2024 hadden elektrische occasions nog bijzonder lange statijden. De totale elektrische voorraad stond destijds gemiddeld ongeveer 150 dagen, terwijl verkochte benzineauto's veel sneller een koper vonden.
In 2026 ziet die markt er inmiddels heel anders uit. In de eerste helft van dit jaar werden ruim 70.000 gebruikte elektrische auto's verkocht, ruim de helft meer dan een jaar eerder. Het aandeel volledig elektrische auto's binnen de occasionmarkt steeg daardoor eveneens flink.
Een oude uitspraak als 'elektrische occasions staan altijd maandenlang stil' gaat daarom niet meer zonder meer op. Statijd blijft nuttige informatie, maar je moet hem altijd vergelijken met vergelijkbare auto's van hetzelfde model, bouwjaar en prijsniveau.
Eén veelgenoemde RDW-datum brengt je juist op het verkeerde spoor
Op verschillende websites wordt aangeraden om bij de gratis RDW-gegevens naar de 'Datum laatste tenaamstelling' te kijken. Op het eerste gezicht lijkt dat precies de datum die je zoekt, maar voor een auto bij een handelaar hoeft die helemaal niets over de huidige statijd te zeggen.
De RDW gebruikt deze datum namelijk voor het moment waarop de laatst geregistreerde eigenaar het voertuig op naam kreeg. Wanneer een erkend autobedrijf de auto vervolgens inkoopt, kan hij in de bedrijfsvoorraad terechtkomen zonder dat dit hetzelfde is als een normale tenaamstelling op een nieuwe eigenaar.
Een auto kan daardoor bijvoorbeeld acht jaar bij dezelfde particulier hebben gereden en pas twee weken geleden door een dealer zijn ingekocht, terwijl je in de openbare gegevens nog steeds tegen die oude tenaamstellingsdatum aanloopt. Wie alleen daarnaar kijkt, kan dus ten onrechte denken dat hij de voorraadperiode van de dealer heeft gevonden.
De tellerhistorie kan meer verraden
Interessanter wordt het wanneer je ook de geregistreerde kilometerstanden bekijkt. Wanneer een erkend autobedrijf een voertuig in de bedrijfsvoorraad opneemt, moet de actuele tellerstand worden doorgegeven aan de RDW. In een RDW-Voertuigrapport kun je zien op welke momenten tellerstanden zijn geregistreerd.
Daarmee kun je soms een behoorlijk goede aanwijzing voor de voorraadperiode vinden. Stel dat een auto begin april een nieuwe tellerregistratie kreeg, sindsdien nauwelijks kilometers heeft gereden en in augustus nog steeds bij dezelfde verkoper staat. In combinatie met een advertentie die al langere tijd online staat, wordt het aannemelijk dat de auto al enkele maanden in de handel zit.
Volledig waterdicht is die methode niet. Tellerstanden worden ook geregistreerd bij bijvoorbeeld onderhoud, APK en bepaalde reparaties. Een registratiedatum is daarom geen automatisch bewijs dat de dealer de auto precies die dag heeft ingekocht, maar samen met andere informatie kan de tellerhistorie wel een bruikbare aanwijzing geven.
De exacte voorraadbegindatum bestaat wel
De RDW registreert bij voertuigen in de bedrijfsvoorraad daadwerkelijk wanneer die voorraadperiode is begonnen. Het autobedrijf kan in zijn eigen voorraadoverzicht zowel de begindatum als het begintijdstip terugvinden.
Voor consumenten staat die exacte bedrijfsvoorraaddatum niet als eenvoudig veld naast het kenteken in de openbare kentekencheck. Wie echt geïnteresseerd is in een auto zal daarom verschillende aanwijzingen moeten combineren: de tellerhistorie, hoelang de advertentie al zichtbaar is, eventuele eerdere prijsverlagingen en informatie van de verkoper zelf.
Dat laatste hoeft geen ingewikkeld verhoor te worden. Tijdens een normaal verkoopgesprek kun je informeren wanneer de auto is ingeruild of binnengekomen. Legt de verkoper vervolgens uit dat het exemplaar er al sinds het voorjaar staat, terwijl je zelf dezelfde indruk uit de historie kreeg, dan weet je dat je met een lang staande occasion onderhandelt.
Zo gebruik je die statijd bij je bod
De fout zou zijn om vervolgens binnen te lopen met de mededeling dat je recht hebt op korting omdat de auto al honderd dagen staat. Statijd zegt iets over de positie van de verkoper, maar bepaalt niet automatisch hoeveel onderhandelruimte er is.
Veel sterker is het om eerst vergelijkbare occasions naast elkaar te zetten. Staat het exemplaar dat jij bekijkt al maanden te koop én ligt de vraagprijs hoger dan die van vergelijkbare auto's met hetzelfde bouwjaar, kilometerstand en uitrusting, dan heb je een concreet argument om over de prijs te beginnen.
Je kunt daarbij bijvoorbeeld aangeven dat de auto kennelijk al langere tijd in voorraad staat en vervolgens vragen wat er mogelijk is als je hem op korte termijn koopt. Wil de dealer niet met de aanschafprijs bewegen, dan kunnen een onderhoudsbeurt, nieuwe banden, langere garantie of lagere afleveringskosten eveneens onderdeel van de onderhandeling worden.
Daar zit uiteindelijk de echte waarde van statijd. Je krijgt er geen gegarandeerde korting mee, maar je weet wel iets wat veel andere kopers niet controleren: hoe groot de kans is dat de verkoper deze specifieke auto liever vandaag verkoopt dan nog een maand laat staan.