De samenwerking begon met een bijzonder klein onderdeel. Singer vroeg Louis Vuitton om een mechanische dashboardklok voor een van zijn gerestaureerde Porsche 911's. De horlogemakers van La Fabrique du Temps Louis Vuitton in Zwitserland ontwierpen daarop een klok rond de vormtaal van de Tambour. De klok kan uit de auto worden gehaald en vervolgens als bureauklok worden gebruikt.
Daar had het project kunnen eindigen. Alleen paste de nieuwe klok volgens beide bedrijven ineens niet meer bij de standaard vormgeving van de andere instrumenten. Dus gingen ook de snelheidsmeter, toerenteller en overige meters terug naar de tekentafel. Alleen dat onderdeel van het project vergde volgens Louis Vuitton ongeveer een jaar werk. De blauwe wijzerplaten, oranje letters, wijzers en indexen kregen allemaal dezelfde grafische familie als de Tambour.
Daarna moest blijkbaar de rest van de Porsche ook
Na de instrumenten begon het bekende sneeuwbaleffect. Kunststof bedieningsknoppen maakten plaats voor met de hand afgewerkte metalen onderdelen. Leerbewerkingstechnieken uit Louis Vuittons tassen en koffers verschenen in de auto. Zelfs de ventilatiegaatjes van de stoelen kregen vormen die verwijzen naar de Monogram-bloem.
Daarmee ontstond uiteindelijk niet één auto, maar een duo. Beide beginnen met een Porsche 911 van de 964-generatie, waarna Singer ze restaureert en vrijwel volledig opnieuw opbouwt. Singer gebruikt bij zulke projecten een Type 964 als basis en combineert die met moderne techniek en nieuwe carrosseriedelen van koolstofvezel.
De gele 911 werd een rijdende Louis Vuitton-koffer
De opvallendste van de twee is de Porsche 911 Reimagined by Singer - Classic. De carrosserie combineert saffraan met kobaltblauw en geel. Die saffraankleur is niet zomaar gekozen: Louis Vuitton gebruikt de tint al zeer lang en legt zelf een verbinding met historische reisbagage en verpakkingen.
Onder de carrosserie zit een luchtgekoelde, atmosferische zescilinder met 4,0 liter inhoud, een handgeschakelde zesbak en achterwielaandrijving. Voor het artikel is de motor eigenlijk niet eens het gekste onderdeel. De coupé heeft namelijk ook een speciaal dakrek waarop volgens Louis Vuitton een koffer, ski's of een surfplank past. Onafhankelijke berichtgeving over het project bevestigt de 4,0-liter motor en de bijzondere reisuitrusting.
De surfplank werd volgens Louis Vuitton in Angers gemaakt en kreeg een patroon van blond eiken en donkerder walnoothout. Er bestaan zelfs bijpassende ski's. De auto zelf krijgt daarnaast exact passende bagage voor de neus, een helm, handschoenen, autoschoenen en kleding voor de bestuurder.
De tweede Porsche lijkt van achteren bijna op een speedboot
Daarna besloot Louis Vuitton dat één auto kennelijk nog niet genoeg was. Nicolas Ghesquière, artistiek directeur van de damescollecties, bedacht een tweede uitvoering op basis van Singers Classic Turbo-dienst.
Die witte cabriolet ziet er van buiten veel ingetogener uit, maar binnenin gebeurt iets totaal anders. Ghesquière haalde inspiratie uit klassieke motorboten. Daardoor zitten er hout, licht leer en goudkleurige details in de auto. Achter de stoelen ligt zelfs een houten bagagedek dat bewust aan het dek van een klassieke runabout doet denken.
De techniek begint bij Singers bekende Classic Turbo-concept. Daarbij wordt een Type 964 gecombineerd met een luchtgekoelde 3,8-liter zescilinder en twee turbo's, een handgeschakelde zesbak en achterwielaandrijving. Singer biedt voor zijn Classic Turbo-dienst verschillende vermogensniveaus aan, maar Louis Vuitton vermeldt voor deze specifieke auto geen maximumvermogen. Daarom plakken we er geen zelfgekozen pk-getal op.
Van één klok naar een complete garderobe
Het meest vermakelijke aan de samenwerking is hoe weinig er uiteindelijk nog bij de oorspronkelijke klok bleef. Voor beide auto's ontwikkelde Louis Vuitton ook complete sets bagage en accessoires. Voor de gele coupé bestaat bijvoorbeeld een op maat gemaakte helmzak, Keepall en klassieke Bisten-koffer.
De bestuurder wordt net zo uitgebreid aangekleed. Louis Vuitton bedacht onder meer een leren racejack, jeans, speciale schoenen, handschoenen en een carbon helm. Bij de witte Turbo horen weer een eigen pak, schoenen, zonnebril, handschoenen, horloge en bijpassende bagage. Zelfs de sleutels krijgen eigen etuis.
Dat klinkt als moderne marketing, maar de autoverbinding van Louis Vuitton is ouder dan het lijkt. De officiële geschiedenis van het merk vermeldt dat het al rond 1900 gecoat canvas gebruikte voor autobagage. Vanaf 1903 heette dat materiaal Vuittonite en het kon zelfs in een kleur worden gemaakt die bij de carrosserie paste.
Louis Vuitton schrijft in het nieuwe persbericht bovendien dat Pierre en Jean Vuitton in 1909 zelf een auto lieten bouwen op een sportchassis van Stabilia. Ruim een eeuw later is het merk dus opnieuw bij een auto uitgekomen. Alleen begon deze moderne terugkeer niet met een carrosserie, motor of koffer.
Hij begon met één klok.