De nieuwe Europese verordening voor circulaire voertuigen is op 13 augustus 2026 officieel in werking getreden. Dat betekent alleen niet dat autofabrikanten sinds donderdag plotseling ander plastic moeten gebruiken. Het grootste deel van de nieuwe regels wordt pas vanaf 1 september 2028 van toepassing.
Voor het gerecyclede plastic moeten we nog verder vooruitkijken. De eerste harde eis geldt voor nieuwe voertuigtypen die vanaf 1 september 2032 worden typegoedgekeurd. Bestaande modellen die op dat moment al een typegoedkeuring hebben, vallen dus niet ineens automatisch onder die eerste materiaalnorm.
Eerst 15 procent, daarna een kwart
Vanaf september 2032 moet minimaal 15 procent van het meetellende plastic in zo'n nieuw voertuigtype afkomstig zijn uit gerecycled plasticafval van na gebruik. Vier jaar later gaat die ondergrens naar 25 procent. Dat betekent dat vanaf september 2036 een kwart van het plastic waarop de berekening van toepassing is uit gerecycled materiaal moet bestaan.
Daar zit alleen een belangrijke rekensom in verstopt. Minimaal 20 procent van die recyclingdoelstelling moet worden gehaald met plastic uit afgedankte auto's of onderdelen die tijdens de levensduur uit auto's zijn verwijderd. Het gaat dus niet om 20 procent van al het plastic in de auto. Bij de norm van 15 procent komt de gesloten autokringloop rekenkundig neer op minimaal 3 procent. Bij de latere norm van 25 procent is dat minimaal 5 procent. Bandenrubber en bepaalde thermohardende kunststoffen vallen bovendien buiten deze specifieke berekening.
Je oude bumper kan echt terugkomen in een nieuwe auto
Dat klinkt als toekomstmuziek, maar in Nederland gebeurt het op kleine schaal al. ARN scheidt kunststoffen uit afgedankte auto's en meldt dat een deel daarvan opnieuw terechtkomt in producten zoals bumpers voor nieuwe auto's. De nieuwe Europese regels moeten van zulke gesloten materiaalstromen een veel groter onderdeel van de auto-industrie maken.
Nederland verwerkte in 2025 in totaal 200.556 afgedankte auto's. Van hun totale gewicht werd 98,8 procent nuttig toegepast. Daarvan bestond 88,6 procent daadwerkelijk uit hergebruik en recycling, terwijl 10,2 procent onder meer via energieterugwinning een andere nuttige toepassing kreeg. Vanaf 1 januari 2032 moet bovendien jaarlijks minimaal 30 procent van het meetellende plastic uit afgedankte voertuigen worden gerecycled.
Ook je auto krijgt straks een digitaal materiaalpaspoort
De verordening gaat veel verder dan bumpers en dashboards. Vanaf 1 september 2032 moet ieder voertuig dat op de markt wordt gebracht een Digital Circularity Vehicle Passport hebben. Daarin moet onder meer staan welk aandeel gerecycled materiaal de auto bevat. Ook de officiële onderdelencatalogus van het voertuigtype wordt onderdeel van dat digitale paspoort.
Vanaf september 2029 komen daarnaast nieuwe eisen voor de verkoop van gebruikte, gereviseerde en refurbished onderdelen. EU-landen moeten hergebruik en revisie stimuleren. De verordening noemt zelfs als mogelijke nationale maatregel dat een garage naast een nieuw onderdeel ook een gebruikt of gereviseerd alternatief aanbiedt. Dat laatste is nadrukkelijk een mogelijke maatregel voor lidstaten, geen nieuwe plicht voor iedere Nederlandse garage.
Ook een wrak als occasion exporteren wordt lastiger
Een ander opvallend deel van de wet richt zich op auto's die Europa verlaten. Vanaf 1 september 2031 mogen gebruikte auto's alleen als gewone occasion buiten de EU worden geëxporteerd als ze juridisch geen afgedankt voertuig zijn en op het moment van export als verkeersveilig gelden. Douaneautoriteiten krijgen daarvoor toegang tot informatie rond onder meer het VIN en de technische status van het voertuig.
Dat betekent niet dat iedere oude auto straks van de exportmarkt wordt geweerd. Brussel richt zich vooral op wrakken die nu als gebruikte auto worden aangeboden terwijl ze feitelijk aan het einde van hun levensduur zijn. De strengere controle begint bovendien pas in 2031, niet sinds het ingaan van de verordening deze week.
Wordt je volgende auto hierdoor duurder?
Meer gerecycled materiaal, extra administratie en nieuwe ontwerpeisen kosten geld. De Europese Commissie raamde bij het maatregelenpakket dat de extra kosten voor de consument op minder dan 70 euro per voertuig zouden uitkomen. Dat is een effectraming van Brussel, geen vast bedrag dat straks automatisch bij de catalogusprijs wordt opgeteld.
Ook moet dat bedrag niet worden verward met de Nederlandse recyclingbijdrage. Die bedraagt momenteel 22,50 euro wanneer een personenauto of lichte bestelwagen voor het eerst een Nederlands kenteken krijgt. Of de nieuwe EU-regels er uiteindelijk voor zorgen dat een sloopauto meer waard wordt, valt nog niet te zeggen. Wel ontstaat er iets dat er voor kunststof uit oude auto's nauwelijks was: een wettelijk afgedwongen afzetmarkt bij de fabrikanten van nieuwe auto's.
De verandering komt dus niet volgende maand in de showroom. Maar de richting ligt sinds deze week wel vast. Vanaf 2032 moeten nieuwe autotypen aantoonbaar meer afval als grondstof gebruiken, en enkele jaren later moet een kwart van het meetellende plastic gerecycled zijn. Een sloopauto wordt daarmee steeds minder een eindstation en steeds meer een grondstoffenmagazijn voor de volgende.