Een auto reed in 1896 voor het eerst een voetganger dood: zo gebeurde het
Cult

Een auto reed in 1896 voor het eerst een voetganger dood: zo gebeurde het

Op 17 augustus 1896 werd Bridget Driscoll in Londen aangereden door een van de eerste auto's. Ze ging de geschiedenis in als de eerste voetganger die door een auto werd gedood.

Jesper Penninga
4 minuten
Ongeluk
verkeersveiligheid

Een auto die volgens de bestuurder nauwelijks harder reed dan een wandelaar. Geen rijbewijs, geen jarenlange rijervaring en vrijwel niemand op straat die gewend was aan gemotoriseerd verkeer. Toch liep een demonstratierit op 17 augustus 1896 fataal af.

De 44-jarige Bridget Driscoll werd op het terrein van Crystal Palace in Londen aangereden door een Roger-Benz en overleed aan haar verwondingen. Daarmee geldt ze als de eerste geregistreerde voetganger die door een auto werd gedood. Precies 130 jaar later klinkt vooral één detail onwerkelijk: de bestuurder hield vol dat hij slechts 4 mijl per uur, ongeveer 6,4 km/u, reed.

Ze was helemaal niet naar Crystal Palace gekomen voor de auto

Driscoll was samen met haar 16-jarige dochter May en een vriendin naar Crystal Palace gekomen voor een bijeenkomst. Op hetzelfde terrein werden die dag enkele auto's gedemonstreerd, in een tijd waarin het voertuig voor de meeste mensen nog een zeldzame curiositeit was.

Er reden destijds minder dan twintig benzineauto's in heel Groot-Brittannië rond. De Roger-Benz die op Crystal Palace werd gebruikt, behoorde tot drie auto's waarmee bezoekers tijdens demonstratieritten kennis konden maken met het nieuwe vervoermiddel.

Achter het stuur zat Arthur Edsall, een werknemer van de Anglo-French Motor Company. Terwijl Driscoll de Dolphin Terrace overstak, kwam zijn auto haar kant op. Getuigen verklaarden later dat ze aarzelde en verward leek door het naderende voertuig.

Dat is niet zo vreemd als het nu misschien klinkt. Een ronkende, paardloze machine die zelfstandig op je af kwam rijden was voor veel mensen iets wat ze nog nooit van dichtbij hadden meegemaakt.

Volgens de bestuurder reed hij slechts 6,4 km/u

Na de aanrijding ontstond discussie over de snelheid van de auto. Edsall verklaarde dat hij ongeveer 4 mijl per uur reed, oftewel 6,4 km/u. De auto zou maximaal ongeveer 8 mijl per uur, bijna 13 km/u, hebben kunnen halen.

Getuigen herinnerden zich de rit heel anders. Een vrouw beschreef de auto als rijdend met een enorme snelheid en vergeleek hem met een brandweerwagen en een galopperend paard. Driscolls dochter verklaarde dat de bestuurder zigzaggend op hen afkwam en niet leek te weten wat hij deed.

Hoe hard de auto werkelijk reed, valt 130 jaar later niet meer betrouwbaar vast te stellen. Er was vanzelfsprekend geen flitspaal, boordcomputer of andere voertuigdata waarmee de snelheid achteraf gecontroleerd kon worden.

Juist dat maakt het verhaal zo bijzonder vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid. Tegenwoordig lijkt een snelheid van 6 km/u bijna onschuldig, maar in 1896 waren zowel bestuurders als voetgangers nog nauwelijks voorbereid op de komst van de auto.

De bestuurder reed pas drie weken auto

Ook Edsall zelf was bepaald geen ervaren automobilist. Op het moment van het ongeluk reed hij pas drie weken auto.

Een rijbewijs had hij niet. Dat was simpelweg niet verplicht. Volgens verklaringen tijdens het onderzoek had hij zelfs geen instructies gekregen over aan welke kant van de weg hij hoorde te rijden.

Dat klinkt vanuit de huidige verkeersregels bijna absurd, maar de auto liep destijds veel sneller vooruit op de regelgeving dan andersom. Overheden probeerden regels die oorspronkelijk voor zware stoomvoertuigen waren opgesteld aan te passen aan de nieuwe, veel lichtere benzineauto's.

Enkele weken voordat Driscoll werd gedood, was in Groot-Brittannië nieuwe wetgeving aangenomen die de toegestane snelheid voor auto's verhoogde naar 14 mijl per uur, ongeveer 23 km/u. Ook verdwenen oude verplichtingen die nog uit het tijdperk van de stoomvoertuigen stamden.

De jury zag het als een ongeluk

Na Driscolls dood volgde een onderzoek waarbij verschillende getuigen werden gehoord. Hun verklaringen over de snelheid en het gedrag van Edsall liepen uiteen.

Uiteindelijk kwam de jury na een urenlang onderzoek tot het oordeel accidental death, oftewel een overlijden door een ongeluk. Edsall werd niet strafrechtelijk verantwoordelijk gehouden voor haar dood.

De lijkschouwer sprak na afloop de hoop uit dat zoiets nooit meer zou gebeuren. Achteraf is dat misschien het wrangste detail van het hele verhaal.

Driscoll overleed precies op het moment dat de auto aan zijn grote doorbraak begon. Wat in 1896 nog een onbekende machine was die mensen verbaasd deed stilstaan, zou binnen enkele tientallen jaren het straatbeeld volledig veranderen.

Er was al eerder iemand door een motorvoertuig omgekomen

Bridget Driscoll was niet de eerste persoon die ooit door een gemotoriseerd voertuig om het leven kwam. Die geschiedenis begon al eerder.

In 1869 stierf de Ierse wetenschapster Mary Ward nadat ze uit een experimenteel stoomvoertuig viel en onder een wiel terechtkwam. Het verschil is dat Ward zelf in het voertuig zat. Driscoll wordt daarom gezien als de eerste voetganger die door een auto werd gedood.

Dat onderscheid maakt het ongeluk in Londen een belangrijk moment in de autogeschiedenis. Voor het eerst kwam een voetganger om het leven door een vervoermiddel dat kort daarvoor nog nauwelijks bestond.

Het gebeurde met een auto die niet eens 13 km/u kon halen, bestuurd door iemand met drie weken ervaring, in een wereld waarin bijna niemand wist hoe je je rond zo'n machine moest gedragen. Daarmee vertelt de dood van Bridget Driscoll niet alleen het verhaal van het eerste slachtoffer, maar ook van hoe onverwacht snel de samenleving aan de auto moest leren wennen.