Begin dit jaar telde AutoWeek eveneens drie nieuwe auto's onder €20.000. Dat waren de Dacia Spring, Dacia Sandero en Leapmotor T03. Een halfjaar later is het aantal gelijk gebleven, maar niet de samenstelling. De goedkope Sandero van €19.900 is niet meer leverbaar. Dacia begint inmiddels bij €21.600, terwijl Fiat de Pandina Pop voor precies €19.999 op de markt heeft gezet.
Daarmee ziet de bodem van de Nederlandse nieuwmarkt er op 18 augustus 2026 zo uit:
| Model | Aandrijving | Vermogen | Actieradius | Vanafprijs |
|---|---|---|---|---|
| Dacia Spring Essential | Elektrisch | 70 pk | 225 km WLTP | €18.000 |
| Leapmotor T03 | Elektrisch | 95 pk | 265 km WLTP | €19.950 |
| Fiat Pandina Pop | Mild-hybride benzine | 65 pk | n.v.t. | €19.999 |
De genoemde bedragen zijn reguliere Nederlandse consumentenprijzen. Tijdelijke inruilkortingen en financieringsacties laten we buiten beschouwing. Dacia vermeldt de Spring vanaf €18.000, Leapmotor toont voor de T03 een consumentenprijs rond €19.950 en Fiat vraagt €19.999 voor de Pandina.
Dacia Spring: de goedkoopste, maar wel met een duidelijke missie
De Dacia Spring blijft met afstand de goedkoopste nieuwe personenauto van Nederland. De Essential heeft een elektromotor van 70 pk, een 24,3 kWh-accu en een officiële actieradius van ongeveer 225 kilometer. Er zijn vier zitplaatsen. Daarmee is zijn karakter meteen duidelijk: compact, licht en vooral bedoeld voor korte en voorspelbare ritten.
Wie voornamelijk in en rond de stad rijdt, dagelijks tientallen kilometers woon-werkverkeer aflegt of een tweede auto zoekt, kan met de Spring verrassend weinig reden hebben om meer uit te geven. Voor automobilisten die regelmatig honderden kilometers op een dag rijden, wordt het kleinere accupakket vanzelf een belangrijker compromis.
De volgende auto kost bovendien direct €1.950 meer. Dat is ruim tien procent boven op de aanschafprijs van de Spring.
Leapmotor T03: bijna twee mille duurder, maar ook veel meer EV
Voor €19.950 staat de Leapmotor T03 aan de andere kant van het budgetsegment. Hij heeft 95 pk en een duidelijk groter accupakket van 37,3 kWh, goed voor 265 kilometer WLTP-bereik. Leapmotor levert de T03 bovendien in een rijk uitgeruste uitvoering met onder meer automatische airconditioning, parkeersensoren, een achteruitrijcamera en een groot glazen dak.
Daarmee is de T03 vooral interessant voor iemand die elektrisch wil rijden, maar de beperkingen van de allergoedkoopste Spring te groot vindt. Een bijkomend verschil met veel jonge Chinese merken is dat Leapmotor in Europa gebruikmaakt van het verkoop- en servicenetwerk van Stellantis.
Opvallend genoeg is deze elektrische auto zelfs €49 goedkoper dan de goedkoopste nieuwe auto met een benzinemotor.
Fiat Pandina: onder €20.000 door vooral dingen weg te laten
Wie absoluut geen elektrische auto wil, heeft onder de twintig mille nog maar één keuze. Fiat vraagt €19.999 voor de Pandina Pop met een 65 pk sterke mild-hybride benzinemotor. Dat Fiat letterlijk één euro onder de psychologische grens blijft, past bijna te mooi bij de rest van de auto.
De Pop laat namelijk goed zien hoe moeilijk het is geworden om een nieuwe benzineauto voor dit bedrag te bouwen. Airconditioning, een digitaal instrumentarium, parkeersensoren en moderne rijhulpsystemen zijn aanwezig. Maar hij heeft slechts vier zitplaatsen, de achterbank kan niet worden neergeklapt en een audiosysteem ontbreekt volledig. Fiat monteert alleen de voorbereiding voor een radio.
Dat maakt de Pandina niet automatisch een slechte koop. Voor iemand die thuis niet kan laden en vooral een eenvoudige stadsauto wil, doet hij precies wat nodig is. Maar het ontbreken van iets alledaags als een radio maakt wel pijnlijk zichtbaar hoe ver fabrikanten inmiddels moeten gaan om nog onder €20.000 te blijven.
Voor €991 meer verdubbelt de keuze ineens
Juist hier wordt die grens interessant. Wie het budget vanaf de Pandina met slechts €991 verhoogt, komt op €20.990 uit. Voor dat bedrag staan inmiddels zowel de elektrische Citroën ë-C3 als de nieuwe elektrische Renault Twingo op de Nederlandse prijslijst. Nog vijf euro verder, op €20.995, begint de Kia Picanto.
Dat betekent dat de keuze vanaf €20.000 bijna onmiddellijk verdubbelt. Vooral de Picanto laat zien wat dat extra geld kan opleveren: de ComfortLine heeft standaard airconditioning, navigatie, cruisecontrol, een achteruitrijcamera en parkeersensoren. Wie zijn grens niet om financiële maar vooral om psychologische redenen precies bij twintig mille heeft gelegd, doet er daarom verstandig aan ook het aanbod tot ongeveer €21.000 te bekijken.
Waarom zelfs een kale kleine auto bijna €20.000 kost
Er is niet één schuldige. De algemene prijzen in Nederland zijn sinds 2020 stevig gestegen. De CBS-consumentenprijsindex ging van 107,51 in 2020 naar 134,56 in 2025, een stijging van ongeveer een kwart. Dat betekent niet dat iedere auto automatisch 25 procent duurder moest worden, maar fabrikanten opereren wel in een veel duurder geworden economie.
Tegelijk kun je een moderne budgetauto niet meer zo kaal maken als vroeger. Sinds juli 2024 gelden de Europese General Safety Regulation-eisen voor alle nieuwe auto's. Daardoor zijn onder meer intelligente snelheidsassistentie, vermoeidheidswaarschuwing, achterwaartse detectie, automatische noodremfuncties en een event data recorder onderdeel van het moderne veiligheidspakket. Ook auto's helemaal onderaan de prijslijst moeten die techniek meenemen.
Nederland voegt daar voor auto's met CO2-uitstoot de BPM aan toe. In 2026 zijn de CO2-schijfgrenzen met 1,55 procent verlaagd en de tarieven met 1,57 procent verhoogd. Volledig elektrische auto's betalen alleen het minimumtarief. Dat helpt verklaren waarom juist twee van de drie goedkoopste nieuwe auto's elektrisch zijn.
Dat komt overigens niet doordat kopers in 2026 nog een landelijke aanschafsubsidie voor een nieuwe EV krijgen. De SEPP-regeling sloot eind 2024 definitief.
Welke van de drie zouden wij kiezen?
De Spring wint wanneer de aanschafprijs allesbepalend is en je dagelijkse gebruik bij zijn beperkte actieradius past. De T03 kost bijna twee mille meer, maar biedt meer vermogen, meer accucapaciteit en veel meer standaarduitrusting. Voor iemand die elektrisch kan rijden, lijkt die meerprijs daardoor gemakkelijker te verdedigen.
De Pandina heeft ondertussen één doorslaggevend voordeel dat de andere twee nooit kunnen bieden: je hoeft hem niet op te laden. Maar juist omdat hij €19.999 kost, zouden we vóór aankoop altijd nog één stap verder kijken. Voor minder dan duizend euro extra verschijnen ineens drie andere auto's in beeld. De echte grens van de Nederlandse budgetmarkt ligt daardoor niet meer bij €15.000 of €18.000, maar inmiddels vrijwel exact rond €20.000 tot €21.000.