Volkswagen en Ford legden de samenwerking in 2020 officieel vast. Het idee was op papier behoorlijk logisch. Volkswagen zou de compacte Caddy en de Ford-tegenhanger ontwikkelen, Ford kreeg de leiding over de nieuwe bestelwagen in de klasse van de Transporter en de Amarok ging gebruikmaken van de basis van de Ford Ranger. Ford mocht daarnaast Volkswagens elektrische MEB-platform gebruiken voor personenauto's. De twee concerns rekenden destijds op maximaal acht miljoen gezamenlijke bedrijfswagens binnen de drie projecten.
Herbert Diess, toen nog topman van Volkswagen, zei dat de samenwerking de ontwikkelingskosten efficiënter omlaag moest brengen. Bij de Transporter betekende dat uiteindelijk een forse breuk met het verleden. De opvolger van de T6.1 werd door Ford ontwikkeld op de technische basis van de Transit Custom. De huidige generatie wordt bovendien niet meer in Hannover gebouwd, maar in de Turkse Ford Otosan-fabriek in Yeniköy. Ford Otosan noemt die fabriek tegenwoordig het enige wereldwijde productiecentrum voor de Custom-familie.
Hannover raakte precies zijn volumemodel kwijt
Voor Volkswagen als concern betekende dat minder eigen ontwikkelingswerk. Voor de fabriek in Hannover verdween juist het model dat jarenlang voor grote aantallen zorgde. Volgens Handelsblatt rolden daar in 2017 nog meer dan 200.000 bedrijfswagens van de band. In 2025 waren dat er ongeveer 113.500. De fabriek telt volgens de krant circa 12.000 medewerkers en wordt intern als een van de dure Duitse VW-locaties beschouwd.
Hannover hield na het vertrek van de klassieke Transporter onder meer de Multivan en ID. Buzz over. Dat leek aanvankelijk minder spannend dan het nu klinkt. In september 2024 zei toenmalig VWN-topman Carsten Intra nog dat hij "zeer tevreden" was over de samenwerking met Ford en voor Hannover rekende op een solide bezetting in twee ploegen. Maar het ID. Buzz-volume bleef achter bij de veel hogere aantallen waarop tijdens de fabrieksplanning was gehoopt, terwijl een gepland groot Audi-project uiteindelijk evenmin in Hannover terechtkwam.
Daarmee ontstaat de pijnlijke paradox. Volkswagen bespaarde door de ontwikkeling van zijn volumebus te delen, maar het eigen werk verloor juist het volume waarmee de vaste kosten over veel auto's konden worden uitgesmeerd.
Ford verkoopt de technische tweeling vaker
Dan worden de verkoopcijfers interessant. Volgens Europese Dataforce-cijfers die Handelsblatt aanhaalt, verkocht Ford in 2025 ruim 200.000 exemplaren uit zijn Transporter-segment, tegenover ongeveer 120.000 bij Volkswagen. De vrijwel technisch verwante Ford kwam daarmee volgens de krant circa 65 procent hoger uit. Volkswagen wijst zelf op de modelwissel, tijdelijke gaten in het aanbod en verschillen tussen de modelprogramma's van beide merken.
Die nuance is terecht. Auto Motor und Sport becijferde dat de bredere T-reeks van Volkswagen in 2025 met 15,2 procent terugviel naar 125.700 exemplaren en noemt de late overgang van de T6.1 naar zijn opvolger expliciet als belangrijkste oorzaak. Tegelijk beleefde de Multivan met 38.700 exemplaren juist zijn beste jaar ooit. Je kunt de daling dus niet simpelweg aan de Ford-techniek ophangen.
Maar ook Nederland levert een opvallend beeld op. Kentekenradar telde in juli 2026 bij de Nederlandse N1-bedrijfswagens 356 nieuwe Ford Transit Customs tegenover 142 Volkswagen Transporters. Dat is ongeveer tweeënhalf keer zoveel voor de Ford. De Transporter groeit wel ten opzichte van juni en juli vorig jaar, maar de technische broer staat voorlopig duidelijk hoger in de Nederlandse registratielijst.
Voor zakelijke klanten kan een klein prijsverschil bovendien groot worden zodra meerdere auto's tegelijk worden besteld. Automotive-onderzoeker Stefan Bratzel wijst tegenover Handelsblatt precies op dat mechanisme.
"Als twee voertuigen zo sterk op elkaar lijken als de Transporter en Transit Custom, heeft het duurdere model bijna automatisch het nakijken."
Hoeveel Ford koop je als er Volkswagen op staat?
Voor een Nederlandse koper is dat uiteindelijk interessanter dan de fabrieksboekhouding in Hannover. De nieuwe Transporter is geen Transit Custom waarop vlak voor aflevering alleen andere logo's zijn geplakt. Volkswagen geeft hem een eigen uiterlijk, eigen uitvoeringen, eigen positionering en zijn eigen verkoop- en servicenetwerk. Maar de technische familieband gaat wel veel verder dan bij twee toevallig vergelijkbare concurrenten.
Handelsblatt vat het scherp samen: platform, motoren en belangrijke delen van de aandrijftechniek zijn van Ford afkomstig. De Transporter is dus veel meer een Ford-product dan zijn voorganger ooit was. Dat hoeft overigens geen nadeel te zijn. De Transit Custom is juist een van de belangrijkste bedrijfswagens in Europa en Ford verkoopt hem in Nederland met diesel, plug-in hybride en volledig elektrische aandrijving. Volkswagen biedt zijn Transporter eveneens met verschillende aandrijfvormen en carrosserievarianten aan.
Wie tussen beide twijfelt, doet er daardoor goed aan niet alleen naar het logo te kijken. Vergelijk dezelfde carrosserielengte, motorisering, trekcapaciteit, standaarduitrusting, garantievoorwaarden, dealerafstand en vooral de daadwerkelijke zakelijke offerte. Bij bedrijfswagens kunnen fleetkortingen en tijdelijke acties een veel groter verschil maken dan de officiële vanafprijs.
De badge vertelt niet meer het hele verhaal
Wie met een "echte Volkswagen-bus" bedoelt dat Volkswagen ook zelf de technische basis heeft ontwikkeld, moet tegenwoordig goed kiezen. De Multivan gebruikt Volkswagen-techniek en is vooral op personenvervoer gericht. De ID. Buzz en ID. Buzz Cargo staan op het elektrische MEB-platform en worden in Hannover geproduceerd. Voor de klassieke middelgrote werkbus met Transporter op de neus ligt het anders: die deelt zijn fundament met Ford.
Volkswagen lijkt ondertussen zelf ook naar de volgende ronde te kijken. Volgens Handelsblatt wordt intern aangedrongen op een toekomstige Bulli-generatie op een nieuwe eigen concernarchitectuur, waarbij Hannover graag opnieuw de productie binnenhaalt. Dat plan is nog geen besloten toekomst en ligt jaren vooruit.
Voor de koper van vandaag is de uitkomst veel eenvoudiger. Een nieuwe Transporter is nog steeds een Volkswagen om te kopen, onderhouden en configureren, maar zijn afkomst is wezenlijk veranderd. En juist doordat Ford op vrijwel dezelfde technische basis momenteel meer bussen weet te registreren, krijgt die ooit zo rationele samenwerking ineens een ironische bijsmaak.