Voor de meeste lichte verkeersovertredingen die onder de Wet Mulder vallen, moet de beschikking binnen vier maanden na de overtreding worden bekendgemaakt. Het gaat om de bekende verkeersboete met een M rechtsboven op de CJIB brief. Ook het Openbaar Ministerie legt uit dat zulke boetes meestal binnen vier maanden worden verstuurd.
Toch staat in artikel 4 van de Wahv meteen een belangrijke uitzondering. Als toezending niet mogelijk is en de naam en het adres van de kentekenhouder nog moeten worden achterhaald, begint een nieuwe termijn van vier maanden zodra die gegevens bekend zijn. De wet trekt daar uiteindelijk wel een harde buitengrens: de beschikking moet uiterlijk vijf jaar na de overtreding zijn bekendgemaakt. Dat is vooral relevant wanneer gegevens niet direct beschikbaar zijn, bijvoorbeeld bij ingewikkelde buitenlandse of adres situaties.
De vier maanden gelden bovendien niet voor iedere verkeerszaak. Zwaardere overtredingen kunnen via het strafrecht worden afgehandeld. Het OM noemt onder meer meer dan 30 km/u te hard rijden, of meer dan 40 km/u te hard op de snelweg, als voorbeelden waarbij een andere procedure kan gelden.
Met een huurauto kan de klok acht maanden lopen
Bij een huurauto kan het nog langer duren. De boete komt dan in eerste instantie terecht bij de kentekenhouder, bijvoorbeeld het verhuurbedrijf. Als dat bedrijf met een geldige bedrijfsmatige huurovereenkomst kan aantonen wie de auto op dat moment huurde, kan de beschikking vervolgens aan de huurder worden opgelegd. De Wahv geeft daarvoor maximaal acht maanden na de overtreding.
Daarom zou ik de populaire vuistregel "lease of huur betekent altijd acht maanden" niet gebruiken. De wettelijke achtmaandenroute hangt samen met specifieke situaties uit artikel 8 van de Wahv. Het OM houdt het voor consumenten terecht eenvoudiger: bij een gehuurd voertuig kan het acht maanden duren.
Zelfs ruim acht maanden te laat betekende niet automatisch einde boete
Nu komt de vreemde juridische draai. Een beschikking die buiten de viermaandentermijn wordt verstuurd, verdwijnt niet automatisch in de prullenbak.
Dat bleek bijzonder duidelijk in een zaak die in 2006 voor het Gerechtshof Leeuwarden kwam. Een automobilist was op 27 januari 2004 staande gehouden. Door een fout bij de administratieve verwerking werden de beschikking en aanmaningen naar het verkeerde adres gestuurd. Pas op 5 oktober kwam de beschikking alsnog op het juiste adres terecht, ruim acht maanden na de overtreding.
Toch bleef de sanctie overeind. Het hof legde uit dat overschrijding van de viermaandentermijn op zichzelf niet automatisch tot vernietiging van een Mulderbeschikking leidt. Daarvoor moet de automobilist door die vertraging daadwerkelijk zijn geraakt in een juridisch relevant belang. In deze zaak wist de bestuurder nog prima waar het over ging, want hij was bij de overtreding zelf staande gehouden.
Dat kan anders liggen wanneer een overtreding volledig op kenteken is vastgesteld en de beschikking zó laat komt dat je redelijkerwijs niet meer kunt nagaan wie reed of op welke gebeurtenis de boete betrekking heeft. Juist dat concrete nadeel kan bij een beroep relevant zijn. De kalender alleen is dus niet genoeg.
De dag waarop de envelop valt, kan je op het verkeerde been zetten
Nog een valkuil: vier maanden na de flits een envelop ontvangen betekent niet automatisch dat het CJIB ook vier maanden heeft gewacht met versturen. Juridisch draait artikel 4 om de bekendmaking door toezending. Het Openbaar Ministerie wijst er bovendien op dat de dagtekening op een beschikking bewust later kan liggen dan de dag waarop de brief werkelijk wordt verzonden, zodat de volledige beroepstermijn beschikbaar blijft.
Krijg je een opvallend late boete, kijk dus eerst precies naar de overtredingsdatum en de gegevens op de beschikking. Via het CJIB kun je met DigiD ook controleren welke verkeersboetes op je naam staan. Wie net langs een flitser is gereden moet daar overigens niet onmiddellijk resultaat verwachten, want volgens het CJIB kan het enkele dagen duren voordat een boete online zichtbaar wordt.
Vijf jaar wachten is ook geen handige ontsnappingsroute
De termijn voor het opleggen van de beschikking is iets anders dan de verjaring van de inning. De Algemene wet bestuursrecht bepaalt voor bestuursrechtelijke geldschulden dat een rechtsvordering tot betaling in beginsel vijf jaar na het verstrijken van de voorgeschreven betalingstermijn verjaart. Alleen zit daar een belangrijke adder onder het gras.
Een aanmaning, een verrekeningsbeschikking, een dwangbevel of een daadwerkelijke uitvoeringshandeling kan die verjaring namelijk stuiten. Daarna begint opnieuw een termijn te lopen. Stilzitten en hopen dat een eenmaal opgelegde verkeersboete vanzelf van het scherm verdwijnt, is daarom geen verstandige strategie.
Dit moet je doen als de brief opvallend laat komt
Een late beschikking negeren is dus precies de verkeerde reactie. Heb je een verkeersboete met de letter M en denk je dat de wettelijke termijn is overschreden, dan kun je bij de officier van justitie in beroep. Volgens het CJIB moet dat binnen zes weken na de verzenddatum van de verkeersboete. Tijdens dat eerste beroep hoef je de boete nog niet te betalen.
Alleen "hij kwam te laat" opschrijven is daarbij niet automatisch het winnende argument. Noteer wanneer de overtreding plaatsvond, wanneer de beschikking is verstuurd en waarom de vertraging jou concreet belemmert als dat daadwerkelijk zo is. Vier maanden blijft een echte wettelijke termijn. Het is alleen geen magische datum waarop iedere nog niet ontvangen flitsboete vanzelf verdampt.