Onderweg

Je ergert je aan bumperklevers en toeteraars, maar dit onderzoek draait ineens de spiegel om

De bumperklever, de toeteraar en de bestuurder met het boze handgebaar: in het verkeer is de schuldige meestal snel gevonden. Een nieuw onderzoek legt de spiegel echter de andere kant op. Opvallend veel Nederlanders erkennen dat frustratie ook hun eigen gedrag achter het stuur beïnvloedt.

Nick ter Arkel
3 minuten
verkeersveiligheid
Geïrriteerde automobilist maakt handgebaar achter het stuur in stadsverkeer

Uit een onderzoek van OSW, uitgevoerd door PanelWizard onder 1.054 Nederlanders, zegt 75 procent weleens te maken te hebben gehad met gefrustreerd gedrag van een andere weggebruiker. Denk aan onnodig claxonneren, boze gebaren of andere geïrriteerde reacties. Tegelijk erkent 54 procent zelf ook weleens uit frustratie op een andere weggebruiker te hebben gereageerd.

Interessanter wordt het wanneer frustratie niet bij een handgebaar of klap op de claxon blijft. Van de ondervraagden zegt 18 procent ooit bewust riskanter te hebben gereden door boosheid of frustratie. Het onderzoek meet niet welk riskant gedrag dat precies was en koppelt het ook niet aan ongevallen. Het is dus geen bewijs dat één op de vijf Nederlanders regelmatig gevaarlijk rijdt. Wel zegt bijna één op de vijf zelf dat boosheid ooit invloed had op de manier waarop hij of zij reed.

Bij dertigers loopt het cijfer opvallend op

Vooral de groep van 30 tot 39 jaar springt eruit. Daar zegt 87 procent weleens het doelwit te zijn geweest van een gefrustreerde reactie van een andere weggebruiker. Tegelijk geeft 67 procent aan zelf weleens zo te hebben gereageerd. Nog opvallender: 31 procent zegt ooit bewust riskanter te hebben gereden door boosheid of frustratie.

Ook tussen mannen en vrouwen ziet OSW een verschil. Van de mannen zegt 24 procent ooit door frustratie bewust riskanter te hebben gereden, tegenover 12 procent van de vrouwen. Dat sluit in grote lijnen aan bij eerder internationaal onderzoek dat door verkeersveiligheidsinstituut SWOV wordt aangehaald. Daaruit komt het profiel van agressieve bestuurders relatief vaak naar voren als jong, mannelijk en snel geneigd tot boosheid. Dat betekent niet dat iedere jonge man een heethoofd is, maar wel dat boosheid en riskant rijgedrag geen losstaande verschijnselen zijn.

Boos rijden is meer dan een slecht humeur

SWOV omschrijft agressief verkeersgedrag specifieker dan een gewone irritatie. Het gaat om gedrag waarmee iemand een andere weggebruiker bewust fysiek of emotioneel schade wil toebrengen. Voorbeelden zijn bumperkleven, excessief claxonneren, seinen met de lichten, roepen en obscene gebaren. Agressief verkeersgedrag ontstaat volgens het instituut vaak uit ongeduld, ergernis, vijandigheid of haast en gaat regelmatig samen met boosheid.

Dat onderscheid is belangrijk, want OSW gebruikt de termen verkeersfrustratie en verkeersagressie vrij ruim door elkaar. Niet ieder geïrriteerd gebaar is daarmee automatisch verkeersagressie in wetenschappelijke zin. Het opvallendste resultaat blijft daarom de zelfrapportage over het rijgedrag zelf: 18 procent zegt ooit bewust meer risico te hebben genomen door boosheid.

Drukte helpt de irritatie, maar bewijst geen trend

Volgens het onderzoek raakt 46 procent sneller geïrriteerd wanneer het druk is op de weg. Bij Nederlanders jonger dan 30 jaar loopt dat aandeel op tot 65 procent. OSW koppelt die uitkomst aan het einde van de zomervakantie en het terugkerende woon-werkverkeer.

Daar moeten we alleen geen trend van maken die niet is gemeten. Het onderzoek vergelijkt de verkeersfrustratie niet met vorig jaar en toont dus niet aan dat Nederlanders in 2026 agressiever zijn geworden. Bovendien is op 20 augustus alleen in regio Noord de schoolvakantie afgelopen. Regio Zuid volgt op 23 augustus en regio Midden op 30 augustus.

De lastigste bestuurder zit soms dichtbij

Ook de onderzoeksmethode vraagt om enige nuchterheid. OSW is een commercieel platform voor de verkoop van onder meer auto's, campers en motoren en gaf het onderzoek opdracht. PanelWizard beschikt over een ISO 20252 gecertificeerd panel en zegt steekproeven volgens de Gouden Standaard op verschillende demografische kenmerken uit te sturen.

Bij de gepubliceerde resultaten ontbreken echter de exacte vragenlijst, veldwerkperiode, omvang van de afzonderlijke leeftijdsgroepen en informatie over de statistische significantie van de verschillen. Vooral die 31 procent bij dertigers moet daarom als opvallend onderzoeksresultaat worden gelezen, niet als bewijs dat dertigers definitief de gevaarlijkste automobilisten zijn.

De veiligste conclusie is tegelijkertijd de ongemakkelijkste. We herkennen irritant verkeersgedrag moeiteloos bij de ander, maar een flinke groep ziet het ook bij zichzelf. En soms is de bestuurder die wat moet afkoelen dus niet degene in je voorruit, maar degene in je eigen spiegel.