‘Heeft u enig idee wat de auto u per jaar kost?’ Met die vraag spreekt presentator Cees Snoeij op 25 november 1979 verschillende automobilisten aan. De antwoorden zijn bijna een halve eeuw later nog herkenbaar. De meesten hebben eigenlijk geen flauw idee.
Snoeij besluit het daarom zelf uit te rekenen. Als voorbeeld gebruikt hij een twee jaar oude Ford Escort Mk2 met 25.000 kilometer op de teller. De auto kost ƒ8.000 en de nieuwe eigenaar verwacht jaarlijks 15.000 kilometer te rijden.
Wij doen dezelfde berekening opnieuw. Als moderne tegenhanger gebruiken we een twee jaar oude Ford Focus, de auto die later de plek van de Escort in het Europese Ford-gamma overnam. Vervolgens zetten we niet alleen de bedragen van toen en nu naast elkaar, maar rekenen we de guldens uit 1979 ook om naar het huidige prijsniveau.
In 1979 kwam de rekening uit op 42 cent per kilometer
De Escort rijdt volgens de uitzending 1 op 10. Voor 15.000 kilometer per jaar is daardoor 1.500 liter benzine nodig. Met een literprijs van ƒ1,25 kost alleen de brandstof jaarlijks ƒ1.875.
Daar komen verzekering, motorrijtuigenbelasting en onderhoud nog bij. Snoeij reserveert ƒ500 voor kleine reparaties en nog eens ƒ500 voor twee bezoeken aan de garage. Daarnaast is er een post van ƒ300 voor ‘olie en diversen’.
Die laatste categorie is opvallend breed. Snoeij rekent er bijvoorbeeld ook een radio, een nieuwe vloermat en zelfs een mogelijke bekeuring onder. Het is dus niet volledig vergelijkbaar met wat we tegenwoordig onder onderhoud verstaan.
De grootste kostenpost blijkt uiteindelijk de afschrijving. De Escort kost ƒ8.000 en moet na drie jaar en 45.000 extra kilometers nog ƒ1.000 opleveren. Daarmee verdampt in drie jaar 87,5 procent van de aankoopprijs.
Alles bij elkaar komt Snoeij op ƒ6.239 per jaar. Bij 15.000 kilometer betekent dat afgerond ƒ0,42 per kilometer.
Voor 2026 nemen we opnieuw een twee jaar oude Ford
Om de vergelijking zo eerlijk mogelijk te houden, zetten we de Escort niet tegenover een nieuwe auto. We nemen opnieuw een twee jaar oude occasion met een vergelijkbare kilometerstand.
Als uitgangspunt gebruiken we een Ford Focus Wagon 1.0 EcoBoost Hybrid Titanium uit maart 2024. Die staat met 30.413 kilometer voor €21.950 te koop. Voor de waarde drie jaar later gebruiken we actuele vraagprijzen van oudere Focus-modellen rond 70.000 kilometer als marktindicatie. Daarmee rekenen we met een restwaarde van €16.000.
Voor het verbruik gebruiken we de officiële gecombineerde WLTP-waarde van de betreffende Focus: 5,5 liter per 100 kilometer. Omgerekend is dat ongeveer 1 op 18,2. Bij 15.000 kilometer verbruikt de Ford daarmee ongeveer 825 liter per jaar.
Voor de benzineprijs gebruiken we de Gemiddelde Landelijke Adviesprijs van UnitedConsumers op 20 augustus 2026: €2,597 per liter Euro95. De daadwerkelijke pompprijs kan uiteraard lager liggen.
Dit kostte autorijden toen en nu
Voor de inflatiecorrectie gebruiken we Inflatiecalculator.nl. Volgens die calculator staat ƒ100 uit 1979 gelijk aan ongeveer €149,04 op het huidige prijsniveau. De omgerekende bedragen hieronder zijn daarom afgerond.
| Kostenpost | Ford Escort in 1979 | 1979 na inflatiecorrectie | Ford Focus in 2026 |
|---|---|---|---|
| Leeftijd bij aankoop | 2 jaar | 2 jaar | 2 jaar |
| Kilometerstand bij aankoop | 25.000 km | 25.000 km | 30.413 km |
| Aankoopprijs | ƒ8.000 | €11.923 | €21.950 |
| Kilometers per jaar | 15.000 km | 15.000 km | 15.000 km |
| Verbruik | 1 op 10 | 1 op 10 | 1 op 18,2 |
| Benzine per jaar | 1.500 liter | 1.500 liter | 825 liter |
| Benzineprijs | ƒ1,25 | €1,86 | €2,597 |
| Brandstof per jaar | ƒ1.875 | €2.795 | €2.143 |
| WA-verzekering | ƒ400 | €596 | €444* |
| Motorrijtuigenbelasting | ƒ331 | €493 | €828 |
| Onderhoud en reparaties | ƒ1.000 | €1.490 | €715* |
| Overige reservering | ƒ300 | €447 | niet apart meegerekend |
| Waarde na drie jaar | ƒ1.000 | €1.490 | €16.000* |
| Afschrijving per jaar | ƒ2.333 | €3.477 | €1.983* |
| Totale kosten per jaar | ƒ6.239 | €9.299 | €6.113* |
| Kosten per kilometer | ƒ0,42 | €0,63 | €0,41* |
De bedragen met een ster zijn rekenwaarden. De WA-premie is gebaseerd op een voorbeeldpremie van €37 per maand en kan per bestuurder sterk verschillen. Voor onderhoud gebruiken we €715 per jaar, het gemiddelde bedrag aan reparatie en onderhoud uit de meest recente Aftersales Monitor van BOVAG en RAI Vereniging. De restwaarde van €16.000 is een marktindicatie en geen voorspelling van de exacte verkoopprijs in 2029.
Benzine is duurder, maar je hebt er veel minder van nodig
Een van de duidelijkste verschillen zit bij de pomp. De voor inflatie gecorrigeerde literprijs van 1979 komt uit op ongeveer €1,86. Met €2,597 is benzine tegenwoordig dus ook na inflatiecorrectie duurder.
Toch is de jaarlijkse brandstofrekening maar beperkt hoger. De reden staat één regel hoger in de tabel: de Escort heeft voor 15.000 kilometer 1.500 liter nodig, terwijl de Focus met ongeveer 825 liter toe kan. De moderne Ford rijdt op één liter ruim tachtig procent verder.
Ook auto-onderhoud drukt relatief minder zwaar op de rekening. Daar staat tegenover dat een moderne auto technisch veel ingewikkelder is en een grote reparatie juist zeer kostbaar kan worden.
Vooral de afschrijving maakt het verschil enorm
De verrassendste regel is uiteindelijk niet de benzineprijs, maar de afschrijving. In het voorbeeld uit 1979 verliest de Escort in drie jaar 87,5 procent van zijn aanschafwaarde. Dat kost omgerekend naar het huidige prijsniveau bijna €3.500 per jaar.
Onze moderne Focus verliest op basis van de gebruikte marktindicatie ongeveer 27 procent. Daardoor blijft de jaarlijkse afschrijving onder €2.000, terwijl de aankoopprijs van de Focus bijna twee keer zo hoog is als de inflatiegecorrigeerde prijs van de Escort.
Daarmee valt de einduitkomst opvallend uit. De 42 gulden-cent per kilometer uit 1979 komt na inflatiecorrectie neer op ongeveer 63 eurocent. Onze moderne berekening eindigt rond 41 eurocent.
Zelfs wanneer we de vreemde oude reservering van ƒ300 voor zaken als een radio, kokosmat en bekeuring volledig uit de berekening verwijderen, kostte de Escort omgerekend nog ongeveer €0,59 per kilometer. Het verschil blijft dus aanzienlijk.
Ook tegenover het inkomen is dat zichtbaar. De ƒ6.239 aan jaarlijkse autokosten kwam in 1979 neer op ongeveer een vijfde van een modaal bruto jaarinkomen. Met een modaal bruto inkomen van €48.000 in 2026 neemt onze moderne berekening ongeveer 13 procent daarvan in beslag.
Cees Snoeij sluit zijn berekening in 1979 af met een rit van drie kilometer om een broodje te halen. Zodra hij weet wat iedere kilometer werkelijk kost, blijkt dat broodje ineens een stuk duurder. Dat deel van de boodschap is 47 jaar later niet veranderd.