Volgens cijfers van het Duitse Statistische Bundesamt die Handelsblatt aanhaalt, kwamen fulltime werknemers bij Duitse autobouwers in 2025 gemiddeld uit op 92.893 euro bruto per jaar. Voor alle Duitse fulltimers samen lag het gemiddelde op 64.441 euro. Het verschil is ruim 44 procent.
Dat eerste bedrag moet je alleen niet verwarren met een doorsnee basissalaris van ruim 7.700 euro per maand. De statistiek telt bijzondere betalingen mee en het gaat om een gemiddelde, waardoor hoge inkomens het cijfer omhoogtrekken. Dat effect is aanzienlijk: over alle Duitse fulltimers lag het gemiddelde in 2025 op 64.441 euro, terwijl de mediaan slechts 54.066 euro bedroeg. Precies de helft verdiende dus minder dan dat laatste bedrag.
Het stopt niet bij twaalf gewone loonstroken
Een deel van het verschil zit in de arbeidsvoorwaarden die in de Duitse metaal en elektro-industrie jarenlang zijn opgebouwd. Naast het normale loon bestaan verschillende extra betalingen. In 2026 bedraagt het zogenoemde T-ZUG A bijvoorbeeld 27,5 procent van een individueel maandloon en het transformatiestuk 18,4 procent. Een andere vaste component komt, afhankelijk van het Duitse tariefgebied, uit op 845 tot 952 euro. Daar bovenop komen regelingen voor vakantie en kerst.
Bij autofabrikanten kunnen daar bedrijfseigen regelingen bovenop komen. Handelsblatt beschrijft dat Mercedes-medewerkers in 2025 onder meer vakantiegeld, kerstgeld en winstdeling ontvingen. Die winstdeling kon volgens het zakenblad oplopen tot 5.220 euro. Bij Porsche verdient volgens dezelfde bron 40 procent van ongeveer 23.000 werknemers rond Stuttgart jaarlijks meer dan 100.000 euro. Daarbij zitten niet alleen mensen aan de productielijn, maar ook hoogbetaalde specialisten en ontwikkelaars in Weissach.
Mercedes trekt als eerste hard aan de rem
Juist die extra's zijn nu inzet van een veel grotere kostenstrijd. Mercedes schrijft in zijn officiële halfjaarbericht dat het in Duitsland een productiviteitsoffensief heeft gestart. Daarbij noemt het bedrijf expliciet meer werkuren zonder extra loon. Een voor juli geplande transformatiebetaling is doorgeschoven naar 2027 en ook andere beloningscomponenten en bijzondere betalingen worden opnieuw bekeken.
Dat komt niet uit de lucht vallen. Mercedes wil de kosten van zijn Duitse activiteiten verlagen en heeft eerder al gepleit voor een langere werkweek zonder evenredige salarisstijging. We schreven eerder over die pijnlijke boodschap aan het Duitse personeel. De huidige discussie gaat een stap verder: niet alleen de gewerkte uren, maar ook het hele pakket rondom het basisloon ligt op tafel.
Porsche is al verder. Het bedrijf sloot eind juli een nieuw pakket met de ondernemingsraad en IG Metall. Het kerstgeld daalt uiteindelijk van maximaal 100 procent naar 60 procent van een maandloon, een deel van toekomstige loonsverhogingen wordt uitgesteld en thuiswerken wordt beperkt. Tegelijk verlengt Porsche de bescherming van zijn Duitse locaties en werkgelegenheid tot 2035 en belooft het 2,1 miljard euro in Zuffenhausen en Weissach te investeren.
Van die aantrekkelijke banen zijn er steeds minder
En daar zit de ongemakkelijkste tegenstelling. De Duitse autobaan behoort financieel tot de aantrekkelijkste banen van het land, maar steeds minder mensen hebben er een.
Het Statistische Bundesamt meldde vorige week dat eind juni nog 691.500 mensen bij Duitse autofabrikanten en toeleveranciers werkten. Dat waren er 42.300 minder dan een jaar eerder, een daling van 5,8 procent. Geen enkele andere grote Duitse industrietak met meer dan 200.000 werknemers kromp harder. Het aantal autobanen staat daarmee op het laagste niveau sinds deze reeks in 2005 begon.
Ook de volgende ronde is al begonnen. Porsche wil tot 2035 nog eens 5.000 arbeidsplaatsen laten verdwijnen, grotendeels via natuurlijk verloop en vrijwillige regelingen. Volkswagen, BMW, Mercedes en grote toeleveranciers werken eveneens aan omvangrijke kostenprogramma's. Bij Volkswagen schreven we eerder al over een veel groter scenario voor de personeelsreductie.
De rekening heeft twee kanten
Voor de werkgevers lijkt de rekensom duidelijk. Duitse fabrieken moeten goedkoper en productiever worden om internationaal te kunnen concurreren. Mercedes zegt zelf dat lagere kosten nodig zijn om zijn concurrentiekracht te verbeteren. Porsche koppelt zijn ingrepen eveneens expliciet aan lagere personeelskosten, meer flexibiliteit en hogere productiviteit.
De werknemersvertegenwoordigers draaien de redenering om. Nadine Boguslawski, verantwoordelijk voor cao-beleid bij IG Metall, zegt tegen Handelsblatt dat het snijden in lonen en werktijden volgens haar afleidt van fouten die de industrie zelf heeft gemaakt bij toekomstige producten.
"Aanvallen op lonen en werktijden van werknemers zijn rookgordijnen die afleiden van het eigen falen bij de producten van de toekomst."
Arbeidsmarkteconoom Enzo Weber van het Duitse IAB plaatst in Handelsblatt eveneens een belangrijke kanttekening. De Duitse auto-industrie moet volgens hem niet proberen de internationale strijd vooral met lagere lonen te winnen. De veel grotere opdracht is de productiviteit en innovatie weer omhoog te krijgen.
Daarmee wordt het bedrag van bijna 93.000 euro interessanter dan alleen een opvallende salarisstatistiek. De Duitse auto-industrie heeft decennialang hoge productiviteit, sterke cao's en goede salarissen met elkaar kunnen combineren. Nu de banen verdwijnen en de concurrentiedruk stijgt, wordt precies die oude afspraak opnieuw onderhandeld. Het salaris blijft hoog, maar de vanzelfsprekendheid eromheen verdwijnt snel.