Onderweg

‘Dat is toch geen echt fietsen’: onderzoek laat zien wat een e-bike werkelijk met je lichaam doet

Een e-bike neemt een deel van het werk over, dus telt het wel als sporten? Onderzoekers volgden bijna 1.900 fietsers en analyseerden ruim 58.000 ritten. Hun hartslagmetingen geven een opvallend antwoord.

Jesper Penninga
4 minuten
Elektrische fiets
E-bike
Fietsen
Onderzoek
‘Dat is toch geen echt fietsen’: onderzoek laat zien wat een e-bike werkelijk met je lichaam doet

Wie op een e-bike stapt, krijgt het vroeg of laat te horen. Met een elektromotor die helpt bij iedere trap zou het geen ‘echt’ fietsen zijn. Leuk voor naar de supermarkt, maar als lichaamsbeweging zou een gewone fiets toch veel beter zijn.

Sportartsen van de Medizinische Hochschule Hannover onderzochten jarenlang wat elektrisch fietsen werkelijk met het lichaam doet. Ze analyseerden 58.833 ritten van 1.250 e-bikers en 629 gewone fietsers.

De conclusie is genuanceerder dan zowel voor- als tegenstanders van de elektrische fiets misschien willen horen. Een gewone fiets vraagt inderdaad meer inspanning. Maar doen alsof je lichaam op een e-bike nauwelijks iets uitvoert, klopt ook niet.

Onderzoekers volgden duizenden echte fietsritten

Van de deelnemers reden er 1.250 op een elektrische fiets en 629 op een gewone fiets. Vier weken lang droegen zij activitytrackers die onder andere afstand, tijd en hartslag registreerden.

Dat is interessant omdat het onderzoek niet alleen vroeg hoeveel mensen dachten te bewegen. De onderzoekers konden daadwerkelijk zien wat er tijdens normale dagelijkse ritten gebeurde.

Bovendien waren de twee groepen behoorlijk verschillend. De e-bikers waren gemiddeld ouder, hadden een hogere BMI en hadden vaker bestaande gezondheidsproblemen. Juist voor mensen voor wie een gewone fiets fysiek een grotere drempel vormt, lijkt elektrische ondersteuning dus aantrekkelijk.

Dat maakt de vraag of een e-bike ‘valsspelen’ is meteen iets ingewikkelder. De interessante vergelijking is niet altijd tussen iemand die elektrisch fietst en iemand die zonder ondersteuning dezelfde afstand zou rijden. Soms is de echte keuze tussen de elektrische fiets en de auto.

Dit gebeurde er met de hartslag

De duidelijkste meting komt rechtstreeks van het lichaam. Bij de gewone fietsers lag de gemiddelde hartslag tijdens het rijden op 119,3 slagen per minuut. De e-bikers kwamen gemiddeld uit op 111,3.

De elektromotor maakt het fietsen dus aantoonbaar lichter. Het verschil bedroeg gemiddeld acht hartslagen per minuut. Dat is genoeg om te zeggen dat een gewone fiets over het algemeen de zwaardere training oplevert.

Maar tegelijkertijd laat 111 slagen per minuut zien waarom ‘je doet helemaal niets’ een vreemde conclusie is. Je benen blijven draaien en je hart- en vaatstelsel wordt nog steeds belast. De onderzoekers van Hannover stellen dan ook dat spieren en het cardiovasculaire systeem bij e-biken duidelijk worden aangesproken.

De motor vervangt de fietser dus niet. Hij neemt een deel van het werk over.

Wie puur wil trainen is beter af zonder motor

Daar hoort wel een belangrijke kanttekening bij. Het onderzoek zegt nadrukkelijk niet dat elektrisch en gewoon fietsen precies dezelfde training opleveren.

De onderzoekers keken bijvoorbeeld hoeveel deelnemers alleen met fietsen aan 150 minuten matig tot intensief bewegen per week kwamen. Bij de gewone fietsers lukte dat 35 procent. Onder de e-bikers was dat 22,4 procent.

Ook brachten de gewone fietsers meer tijd door op een voldoende hoge inspanningsintensiteit. Wie dus één fiets kiest met als enige doel zijn conditie zo hard mogelijk te verbeteren, haalt doorgaans meer training uit een gewone fiets.

Opvallend genoeg duurde een afzonderlijke rit op de e-bike juist langer. Een elektrische rit duurde gemiddeld 32,7 minuten, tegenover 26,2 minuten op de gewone fiets. De hulp van de motor lijkt het dus makkelijker te maken om een langere rit vol te houden.

De grootste winst zit misschien buiten de sportschool

Daarmee komen we bij het sterkste argument vóór de e-bike. De elektrische fiets hoeft niet beter te trainen dan een gewone fiets om gezondheidswinst op te leveren. Hij moet vooral aantrekkelijk genoeg zijn om iemand überhaupt te laten fietsen.

Volgens de onderzoekers zaten e-bikers gemiddeld ongeveer 135 minuten per week op hun fiets. Bovendien vervingen zij vaker autoritten door een rit op de elektrische fiets dan gebruikers van een gewone fiets. Dat gold onder meer voor woon-werkverkeer, boodschappen en vrijetijdsritten.

Voor iemand die anders de auto pakt, is de vergelijking dus niet 111 tegenover 119 hartslagen per minuut. Dan is het fietsen tegenover vrijwel stilzitten.

Dat verklaart ook waarom de onderzoekers juist kansen zien voor oudere mensen, mensen met overgewicht en mensen die door lichamelijke beperkingen minder gemakkelijk op een gewone fiets stappen. Tegenwind, heuvels of een langere afstand worden met trapondersteuning een kleinere hindernis.

Dus is elektrisch fietsen ‘echt fietsen’?

Als ‘echt fietsen’ betekent dat je zonder hulp zo zwaar mogelijk moet werken, wint de gewone fiets. De hartslag ligt hoger en meer deelnemers halen er voldoende matig tot intensieve beweging mee.

Maar als de vraag is of je lichaam op een e-bike daadwerkelijk aan het werk wordt gezet, zijn de metingen duidelijk. Je trapt zelf, je hartslag stijgt en je spieren en hart- en vaatstelsel worden belast. Alleen minder zwaar dan zonder elektromotor.

De e-bike is daarmee geen elektrische scooter met pedalen voor de sier. Het is een lichtere vorm van fietsen die voor sommige mensen juist het verschil kan maken tussen wel en niet bewegen.

Wie de volgende keer hoort dat elektrisch fietsen ‘geen echt fietsen’ is, heeft dus een vrij simpel antwoord. De motor helpt inderdaad. Je lichaam doet de rest.