Elektrisch

Je ziet steeds meer auto’s met een stekker, maar deze CBS-cijfers laten zien wie ze vooral koopt

Bijna 259.000 auto’s die in 2025 op naam van particulieren kwamen, konden aan de stekker. Dat klinkt als het belangrijkste cijfer uit de nieuwe CBS-data. Wie de inkomensgroepen naast elkaar legt, vindt alleen een veel opvallender verschil, én een onverwachte ontwikkeling daarachter.

Nick ter Arkel
3 minuten
Nederlandse automarkt
Verkoopcijfers
Occasion
Tesla Model Y en andere stekkerauto’s op een Nederlands occasionterrein

Volgens de nieuwe CBS-cijfers kochten mensen uit de 10 procent huishoudens met de hoogste inkomens in 2025 samen 43.300 plug-in hybrides en 31.500 volledig elektrische auto’s. Bij elkaar zijn dat 74.800 stekkerauto’s.

Tel je vervolgens de vijf laagste inkomensgroepen bij elkaar op, dan kom je op slechts 44.200. Eén inkomensgroep van 10 procent kocht daarmee bijna 70 procent meer stekkerauto’s dan de onderste helft samen.

Het verschil wordt nog duidelijker wanneer je naar alle gekochte auto’s binnen zo’n inkomensgroep kijkt. Bij de hoogste inkomens had bijna 32 procent van de auto’s een stekker. Helemaal onderaan was dat slechts 7,4 procent, ongeveer één op de dertien.

Ook de leeftijd van de gekochte auto verraadt de portemonnee. Twee derde van de auto’s die de 20 procent laagste inkomens kochten, was ouder dan tien jaar. Bij de hoogste 20 procent was juist een kwart maximaal twee jaar oud.

Zeven jaar geleden was het verschil nog veel groter

Daarmee lijkt het eenvoudige verhaal geschreven: elektrische auto’s zijn vooral iets voor mensen met hoge inkomens. Alleen vertelt de volledige tabellenset van het CBS iets interessanters.

Autobahn rekende de cijfers vanaf 2018 door. In dat jaar kocht de hoogste inkomensgroep ongeveer 6.500 stekkerauto’s, tegenover slechts 2.200 voor de vijf laagste groepen samen. De verhouding was toen bijna drie tegen één.

In 2025 is dat teruggelopen tot ongeveer 1,7 tegen één. Het aandeel van de hoogste inkomensgroep in alle verkochte stekkerauto’s daalde in dezelfde periode van ongeveer 43 naar 29 procent. De absolute aantallen zijn overal fors gegroeid, maar onder de onderste helft van de inkomensverdeling relatief veel harder.

De stekkerauto is dus nog lang niet gelijk over alle inkomens verdeeld, maar hij is wel minder exclusief geworden.

Bij occasions is de kloof ineens veel kleiner

De uitsplitsing tussen nieuwe en gebruikte auto’s laat zien waar het verschil het kleinst wordt. Van de ongeveer 258.700 stekkerauto’s in de CBS-tabellen over 2025 waren er circa 55.100 nieuw aangeschaft. Ruim 203.500 waren occasions. Bijna vier op de vijf waren dus tweedehands.

Bij nieuwe stekkerauto’s kocht de hoogste inkomensgroep er ongeveer 19.200. De onderste helft kwam gezamenlijk niet verder dan 7.500. Dat is ruim tweeënhalf keer zoveel.

Op de occasionmarkt verandert die verhouding flink. De hoogste inkomensgroep kocht ongeveer 55.600 gebruikte stekkerauto’s, tegenover 36.700 voor de onderste helft. De verhouding zakt daar naar ongeveer anderhalf tegen één.

Daarmee bewijzen de cijfers niet dat occasions de oorzaak zijn van de kleiner wordende inkomenskloof. Ze laten wél zien dat het verschil tussen inkomensgroepen bij gebruikte stekkerauto’s veel kleiner is dan bij nieuwe exemplaren.

Dit zijn niet alle auto’s die Nederland kocht

Bij deze cijfers hoort een belangrijke kanttekening. Het CBS kijkt in deze tabellenset alleen naar actieve personenauto’s die op naam staan van natuurlijke personen. Zakelijke auto’s en leaseauto’s op naam van een rechtspersoon zitten er dus niet in. Dat is juist bij elektrische auto’s belangrijk om te weten.

Ook betekent ‘verkocht’ hier dat de aansprakelijkheidsregistratie in het betreffende jaar veranderde. Een auto die binnen één kalenderjaar meerdere keren van eigenaar wisselde, wordt in het CBS-nieuwsbericht maar één keer geteld.

Voor de inkomensindeling van de autoverkopen in 2025 gebruikte het CBS bovendien de meest recente beschikbare inkomensgegevens, die van 2024. De aantallen in de onderliggende tabellen zijn afgerond op honderdtallen. De percentages en verhoudingen hierboven zijn daarom eveneens afgeronde berekeningen.

De kloof wordt kleiner, niet klein

Dat maakt de uitkomst een stuk genuanceerder dan de constatering dat vooral hogere inkomens elektrisch rijden. Die scheve verdeling bestaat nog steeds: één groep van 10 procent koopt meer stekkerauto’s dan de onderste helft bij elkaar.

Maar dezelfde cijfers laten óók zien dat die voorsprong sinds 2018 fors is geslonken. En zodra de stekkerauto op de occasionmarkt belandt, komen de inkomensgroepen nog dichter bij elkaar.

Wie alleen naar de nieuwste elektrische modellen in de showroom kijkt, ziet daardoor maar een deel van de omslag. De bredere verandering vindt inmiddels minstens zo interessant een paar jaar later plaats, wanneer diezelfde auto voor de tweede keer een eigenaar krijgt.