De zon staat recht voor je, je klapt de zonneklep omlaag en het probleem is grotendeels opgelost. Tot je een bocht maakt en het felle licht ineens door de zijruit naar binnen schijnt. Op dat moment blijkt dat de simpele klep boven je hoofd meer kan dan alleen omhoog en omlaag bewegen.
Bij veel auto's kun je één kant van de zonneklep namelijk uit de houder bij de binnenspiegel trekken. Vervolgens draait de complete klep richting het zijraam. Vooral nu de dagen langzaam korter worden en de zon tijdens woon-werkverkeer vaker laag aan de hemel staat, kan die tweede stand verrassend nuttig zijn.
Dat klinkt misschien als een klein comfortdetail, maar verblinding door laagstaande zon kan serieuze gevolgen hebben. Nederlands onderzoek laat zien dat een opvallend groot deel van de bestuurders er tijdens het rijden last van heeft.
Zo draai je de zonneklep naar de zijruit
Bij veel auto's zit de zonneklep aan de kant van de A-stijl vast aan een draaibare bevestiging. Aan de zijde van de binnenspiegel zit hij alleen in een houder geklikt.
Klap de klep omlaag, trek de binnenste zijde voorzichtig uit die houder en je kunt hem vervolgens richting het portier draaien. Daarmee blokkeer je licht dat schuin door het bestuurdersraam naar binnen valt.
Het is geen geïmproviseerde truc. Autofabrikanten ontwerpen hun zonnekleppen bewust op deze manier en in verschillende instructieboekjes wordt de zijwaartse stand gewoon als functie beschreven.
Niet iedere auto heeft precies hetzelfde systeem. Als de klep niet gemakkelijk uit de houder komt, is hard trekken daarom geen goed idee. Controleer dan eerst even het instructieboekje van de auto.
Sommige modellen hebben bovendien nog een extra mogelijkheid. Daarbij kan de zonneklep worden uitgeschoven of zit er een verlengstuk in, zodat een groter gedeelte van het raam wordt afgedekt. Dat is echter een aparte functie en zit lang niet op iedere auto.
Bijna één op de tien had hierdoor al een aanrijding
Uit onderzoek van Allianz Direct blijkt hoe vaak laagstaande zon voor problemen zorgt. Van de ondervraagde Nederlandse automobilisten zegt 72 procent weleens door de zon te worden verblind tijdens het rijden.
Nog opvallender is dat 8 procent aangeeft hierdoor weleens een aanrijding te hebben gehad. Dat komt neer op ongeveer één op de twaalf automobilisten.
Allianz Direct verwijst daarnaast naar eerder onderzoek van het Verbond van Verzekeraars, waarin laagstaande zon tijdens de ochtendspits in verband werd gebracht met tot 20 procent meer aanrijdingen. Dat cijfer komt uit een oudere analyse en is dus geen nieuwe meting uit 2026, maar laat wel zien waarom verblinding serieus wordt genomen.
Het effect is het grootst wanneer je vrijwel recht tegen de zon in kijkt. Vooral kort na zonsopgang en richting zonsondergang kan de hoek tussen je blik en de zon zo klein worden dat contrasten sterk verminderen.
Daarmee wordt de simpele zonneklep ineens onderdeel van de verkeersveiligheid.
Juist na een bocht komt de zon ineens van opzij
De normale stand van de zonneklep helpt vooral wanneer het licht door de voorruit komt. Tijdens het rijden verandert de hoek echter voortdurend.
Een afrit, rotonde of een paar scherpe bochten kunnen genoeg zijn om de zon ineens door het bestuurdersraam te laten schijnen. Wie alleen gewend is om de klep omhoog en omlaag te bewegen, blijft dan met hetzelfde probleem zitten.
Door hem uit de middelste houder te klikken en richting de zijruit te draaien, ontstaat bovenin het raam een afgeschermd gedeelte. Zorg er daarbij wel voor dat de klep je buitenspiegel en het zicht op verkeer naast de auto niet blokkeert.
Het moment waarop deze functie nuttig wordt, komt de komende maanden steeds vaker voor. Richting de herfst vallen zonsopkomst en zonsondergang namelijk steeds meer samen met de ochtend- en avondspits.
Een smerige voorruit maakt het nog erger
De zonneklep lost niet alles op. Als het licht recht door de voorruit komt, kan een vieze ruit het probleem zelfs aanzienlijk verergeren.
Een vettige waas aan de binnenzijde van het glas is vaak nauwelijks zichtbaar totdat de zon er onder een lage hoek op schijnt. Hetzelfde geldt voor stof, opgedroogde ruitensproeiervloeistof en andere vervuiling aan de buitenkant.
Het felle licht wordt door die laag verspreid, waardoor een soort waas ontstaat en contrast verloren gaat. Een remlicht, fietser of verkeerslicht kan daardoor lastiger te onderscheiden zijn.
De ruiten aan beide kanten schoonhouden is daarom nuttig auto-onderhoud, maar in dit geval ook een veiligheidsmaatregel. Zorg daarnaast dat er voldoende ruitensproeiervloeistof in de auto zit.
Een goede zonnebril kan eveneens helpen. Vooral gepolariseerde glazen verminderen reflecties van bijvoorbeeld nat asfalt. Een extreem donkere zonnebril is daarentegen niet altijd handig, omdat je zicht bij plotselinge schaduw of in een tunnel juist snel minder kan worden.
Lees ook: Als deze code op je rijbewijs staat, mag je na zonsondergang niet meer rijden
Uiteindelijk moet vooral je snelheid omlaag
Zelfs met een perfect geplaatste zonneklep blijft het belangrijk om je rijgedrag aan te passen zodra je zicht slechter wordt. Minder snelheid geeft meer tijd om te reageren en extra afstand verkleint het risico als een voorligger plotseling remt.
Dat doet een groot deel van de bestuurders gelukkig al. In het onderzoek van Allianz Direct zei 66 procent langzamer te gaan rijden wanneer de zon het zicht belemmert. Toch gaf 10 procent aan de snelheid niet aan te passen.
Ook verlichting kan helpen om zelf beter zichtbaar te blijven wanneer de zon laag staat. Andere weggebruikers kunnen immers precies dezelfde problemen met hun zicht hebben.
De zonneklep is dus geen wondermiddel. Maar het tweede scharnier is wel een functie die waarschijnlijk al jaren boven je hoofd zit en precies van pas komt wanneer de bekende stand ineens niet meer helpt.